ECLI:NL:RBDHA:2026:8438

ECLI:NL:RBDHA:2026:8438

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 09-04-2026
Zaaknummer NL25.42452
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Terugkeerbesluit derdelander Oekraine. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij al voor het uitbreken van het conflict een duurzame relatie met zijn Oekraiense partner had. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.42452

(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),

en

(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).

1. Deze uitspraak gaat over het terugkeerbesluit dat de minister aan eiser heeft opgelegd. Eiser is het hiermee niet eens en heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het terugkeerbesluit in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft aan eiser tijdelijke bescherming verleend onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Op 4 juni 2025 heeft de minister eiser laten weten voornemens te zijn een terugkeerbesluit op te leggen.

Eiser heeft bij de minister een schriftelijke zienswijze ingediend.

Op 11 augustus 2025 heeft de minister een terugkeerbesluit aan eiser opgelegd. Daarin staat dat de tijdelijke bescherming van eiser is geëindigd op 4 maart 2024 en dat de tijdelijke bevriezingsmaatregel stopt op 4 september 2025. Aangezien er nog een beroepsprocedure van eiser tegen het eerdere terugkeerbesluit of de beëindiging van de tijdelijke bescherming loopt, mag eiser volgens de minister blijven werken en gebruik maken van de gemeentelijke opvang na 4 september 2025 tot er een uitspraak is. Eiser moet binnen vier weken na de datum van de uitspraak in beroep uit de opvang en uit Nederland vertrekken.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het terugkeerbesluit.

De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Griffierecht

3. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank wijst dit verzoek toe. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.

Heeft de minister het terugkeerbesluit prematuur genomen?

4. Eiser voert aan dat de minister geen terugkeermaatregelen mocht nemen zolang de bevriezingsmaatregel gold. De minister kan geen terugkeerbesluit nemen voordat het verblijfsrecht daadwerkelijk eindigt. Het nemen van een terugkeerbesluit tijdens de bevriezingsmaatregel is volgens eiser onnodig, onzorgvuldig en prematuur.

De beroepsgrond slaagt niet. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest van 19 december 2024 geoordeeld dat artikel 6 van de Terugkeerrichtlijn zich ertegen verzet dat aan een derdelander die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft op grond van facultatieve tijdelijke bescherming een terugkeerbesluit wordt opgelegd voordat deze bescherming is geëindigd.

De facultatieve tijdelijke bescherming is per 4 maart 2024 geëindigd. De minister heeft het terugkeerbesluit genomen op 11 augustus 2025. Op dat moment was alleen (nog) sprake van een bevriezingsmaatregel die ertoe diende om, ondanks de beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024, een prejudiciële procedure af te wachten. De rechtbank ziet hierin geen situatie waarin geen terugkeerbesluit kon worden genomen. Naar het oordeel van de rechtbank was de minister op 11 augustus 2025 daarom bevoegd een terugkeerbesluit uit te vaardigen.

Heeft eiser een verblijfsrecht op grond van de relatie met zijn Oekraïense partner?

5. Eiser voert aan dat de minister geen terugkeerbesluit kon nemen, omdat eiser een verblijfsrecht heeft op grond van de duurzame relatie met zijn Oekraïense partner. Zij hebben elkaar in juni 2021 in Kyyiv ontmoet en huurden vanaf 1 oktober 2021 samen een woning. Eiser heeft de huurovereenkomst overgelegd. Eiser is na het uitbreken van de oorlog gevlucht en wat later is zijn partner ook naar Nederland gevlucht, samen met haar dochter en moeder. In Nederland wonen zij op hetzelfde adres en voeren zij een gezamenlijke huishouding. Er is afhankelijkheid in sociaal, financieel en emotioneel opzicht. Eiser is op 3 april 2025 een geregistreerd partnerschap aangegaan met zijn partner.

De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 15 van de RTB en artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 bepalen wanneer iemand als gezinslid in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming. Op grond van WI 2025/6 moet een partner van een persoon die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming aantonen dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie vóór 24 februari 2022, en ook daarna, om blijvend in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming. De duurzame relatie kan onder andere worden aangetoond door de ‘relatieverklaring’ en ‘partnervragenlijst’ die bij reguliere aanvragen worden gebruikt in te vullen en te ondertekenen. Verder kan de duurzame relatie worden aangetoond door bijvoorbeeld het overleggen van een gezamenlijk huurcontract, afschriften van een gezamenlijke bankrekening of foto’s met daarbij een toelichting over bijvoorbeeld data, gebeurtenissen en plaatsen.

De rechtbank stelt vast dat partijen van mening verschillen over de vraag of eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij al voor 24 februari 2022 een duurzame relatie met zijn partner had.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser dat niet aannemelijk heeft gemaakt. De overgelegde partnerschapsakte en echo dateren van geruime tijd na deze datum en zeggen daarom niets over het bestaan van een duurzame relatie voor 24 februari 2022. Met de enkele huurovereenkomst heeft eiser ook niet aannemelijk gemaakt dat hij al in Oekraïne een duurzame relatie had met zijn partner. Eiser heeft geen andere documenten overgelegd om het bestaan van zijn relatie in Oekraïne nader te onderbouwen, terwijl dat wel van hem verwacht had mogen worden. Eiser stelt immers vanaf juni 2021 een relatie te hebben gehad met zijn partner en niet valt in te zien waarom eiser niet meer documenten of bewijzen kan overleggen, zoals foto’s, whatsapp gesprekken of financiële documenten.

Eisers stelling op de zitting dat hij wel veel foto’s heeft van hem en zijn partner, leidt ook niet tot een ander oordeel. Eiser heeft niet eerder melding gemaakt van het bestaan van foto’s en deze niet aan de minister overgelegd of in de beroepsprocedure ingebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding om eiser daarvoor nog gelegenheid te geven, omdat eiser naar het oordeel van de rechtbank voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om deze foto’s over te leggen. De rechtbank vindt daarbij ook van belang dat de minister eiser er al op 1 augustus 2025 op heeft gewezen dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn relatie en hem in de gelegenheid heeft gesteld om nadere stukken aan te leveren.

Heeft de minister toezeggingen gedaan waaraan eiser rechten kan ontlenen?

6. Eiser stelt zich op het standpunt dat het terugkeerbesluit in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Eiser vindt dat hij erop mocht vertrouwen dat de minister hem voor dezelfde duur en onder dezelfde voorwaarden bescherming zou (blijven) bieden als de groep verplicht beschermden. Eiser verwijst naar het arrest Kaduna en Abkez. Een lidstaat kan de tijdelijke bescherming aan de facultatief beschermden intrekken, maar dan moet de lidstaat wel eerst nagaan of een toezegging is gedaan waaruit kan worden geconcludeerd dat zij op dezelfde manier moeten worden behandeld als de verplicht beschermden. Eiser verwijst ook naar de Kamerbrief van 30 maart 2022. In het beleid en de uitvoering is in eerste instantie geen onderscheid gemaakt tussen verplicht en facultatief beschermden. Pas in 2023 en 2024 is de minister begonnen met onderscheid maken. Volgens eiser blijkt nergens uit dat er géén toezegging is gedaan. Gedurende meer dan twee jaar is bij eiser het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat het verblijf op legale basis zou voortduren tot tenminste maart 2026, in lijn met bescherming van Oekraïense onderdanen. Pas op 23 april 2025 is definitief geoordeeld dat de beëindiging per 4 maart 2024 gerechtvaardigd was.

De beroepsgrond slaagt niet. Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat de minister geen toezeggingen heeft gedaan waaruit derdelanders mochten afleiden dat hun tijdelijke bescherming pas zou eindigen als de maximale duur daarvan was bereikt of waaruit blijkt dat hun tijdelijke bescherming verlengd zou worden van 4 maart 2024 tot en met 4 maart 2025. Ook zijn volgens de Afdeling geen gegronde verwachtingen gewekt dat derdelanders altijd hetzelfde zouden worden behandeld als andere ontheemden uit Oekraïne die tijdelijke bescherming hebben gekregen. De rechtbank ziet in wat eiser naar voren heeft gebracht geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.

Individuele belangenafweging en evenredigheidsbeginsel

7. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte geen belangenafweging heeft gemaakt. De minister heeft geen aandacht besteed aan de duur van het verblijf in Nederland, de banden met Nederland, de afhankelijkheid van voorzieningen, de omstandigheden in Oekraïne, de psychische of medische situatie van eiser en de situatie in het herkomstland van eiser. Het besluit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel omdat de minister het terugkeerbesluit niet concreet en individueel heeft gemotiveerd en het belang van eiser niet zichtbaar heeft meegewogen.

De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat in een besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming geen plaats is voor een individuele belangenafweging. De individuele beoordeling ziet slechts op de vraag of terecht is vastgesteld dat de tijdelijke bescherming was gebaseerd op het gegeven dat de derdelander een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning had en er daarnaast niet op een andere grond aanspraak kan worden gemaakt, namelijk als familielid van een tijdelijk beschermde. Daarvan is in het geval van eiser geen sprake.

De individuele omstandigheden en artikel 8 van het EVRM

8. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte niet is ingegaan op eisers persoonlijke omstandigheden. Hij werkt fulltime en betaalt belasting. Hij had rechtmatig verblijf in Oekraïne. Eiser is geïntegreerd in Nederland en heeft een sociaal netwerk opgebouwd. Eiser heeft een relatie met een Oekraïense vrouw, waardoor het terugkeerbesluit in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Eiser heeft ook gezinsleven met de dochter van zijn partner. Er is sprake van een ouder-kind relatie en eiser heeft een verzorgende en opvoedende rol in haar leven.

De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat het gestelde privéleven en het gestelde familieleven van eiser zich niet verzetten tegen het opleggen van een terugkeerbesluit. Eiser kan een afzonderlijke aanvraag indienen als hij vindt dat hij een verblijfsrecht ontleent aan artikel 8 van het EVRM.

Reëel risico op ernstige schade

9. Eiser voert aan dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Hij is verwesterd en er is een aanmerkelijke kans dat hij in Nigeria wordt gezien als afvallige, liberaal of Westers. De algemene veiligheidssituatie in Nigeria is slecht. Er is geweld door extremistische groeperingen en er is sprake van massale ontheemding en etnische conflicten. Verder is sprake van geloof gerelateerd geweld, waarvan vooral christenen het slachtoffer zijn. Eiser is christen en loopt daardoor een reëel en aanzienlijk persoonlijk gevaar. De minister heeft ten onrechte geen geactualiseerde analyse gemaakt van de risico’s die eiser bij terugkeer loopt. Met de stelling dat eiser een nieuwe asielaanvraag kan doen, miskent de minister dat hij alleen een terugkeerbesluit mag opleggen nadat zorgvuldig en ambtshalve is vastgesteld dat terugkeer geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM oplevert.

De minister heeft de asielaanvraag van eiser bij besluit van 18 augustus 2023 buiten behandeling gesteld. Dit besluit staat in rechte vast. Daarmee is de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming beëindigd. Dit neemt niet weg dat bij het opleggen van een terugkeerbesluit alsnog moet worden beoordeeld of sprake is van zwaarwegende en gegronde redenen om aan te nemen dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM, zoals volgt uit het arrest Ararat. Eiser heeft in deze procedure geen concrete, verifieerbare aanknopingspunten aangevoerd waaruit een dergelijk risico volgt. De algemene verwijzing naar de situatie in Nigeria en de niet nader onderbouwde of concreet gemaakte stelling dat eiser is verwesterd en daarom in Nigeria een reëel risico op ernstige schade zou lopen, is daarvoor naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende. De minister hoefde daarom geen nader onderzoek hiernaar te doen.

Hoorplicht

10. Eiser voert aan dat de minister hem ten onrechte niet heeft gehoord voordat hij het terugkeerbesluit nam. Eiser heeft in de zienswijze verwezen naar individuele omstandigheden en zijn vrees voor terugkeer naar het land van herkomst. Dit betreft de persoonlijke belangen van eiser. De minister had zelf een volledig en actueel beeld van eiser moeten vormen. De minister moet aantonen dat het horen achterwege kon blijven zonder dat dit afbreuk doet aan de zorgvuldigheid.

De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank hoefde de minister eiser niet te horen voordat hij een terugkeerbesluit oplegde. De minister heeft eiser de mogelijkheid gegeven om door het indienen van een zienswijze zijn standpunt over het opleggen van een terugkeerbesluit naar voren te brengen. Eiser heeft van deze mogelijkheid ook gebruik gemaakt. Eiser heeft in de zienswijze aangegeven dat hij vindt dat de minister hem moet horen, maar hij geeft niet aan waarom dit noodzakelijk is of waarom het indienen van een zienswijze voor hem niet toereikend zou zijn. Dat de zienswijze statisch is en eiser de minister tijdens een hoorzitting had kunnen overtuigen van het bestaan van de relatie tussen hem en zijn partner, zoals de gemachtigde op de zitting heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Daarmee heeft eiser namelijk nog steeds niet voldoende concreet gemaakt waarom de zienswijze voor hem niet toereikend zou zijn geweest om zijn bezwaren tegen het terugkeerbesluit kenbaar te maken en toe te lichten.

Conclusie

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het terugkeerbesluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?