[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. K.P.E. van Tulden),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 23 februari 2026 niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Zwitserland een verzoek om terugname gedaan. Zwitserland heeft dit verzoek aanvaard.
Loopt eiser in Zwitserland risico op (indirect) refoulement?
5. Eiser betoogt dat hij na overdracht aan Zwitserland het risico loopt om te worden teruggestuurd naar zijn land van herkomst, omdat zijn aanvraag daar eerder is afgewezen. Hij vreest dan ook voor (indirect) refoulement.
De beroepsgrond slaagt niet. Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van systeemfouten in de asielprocedure of de opvangvoorzieningen is het niet aan deze rechtbank om in het kader van een Dublinoverdracht het risico op refoulement in Zwitserland verder te onderzoeken. Met het claimakkoord garanderen de Zwitserse autoriteiten dat eiser de mogelijkheid krijgt om daar een nieuw asielverzoek in te dienen. Er zal een individuele beoordeling plaatsvinden, met inbegrip van het eventuele risico dat eiser loopt bij terugkeer naar zijn land van herkomst. Als eiser voor refoulement vreest, dient hij deze vrees in Zwitserland aan te kaarten.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling heeft genomen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.