RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.12429
(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
en
(gemachtigde: mr. A. Sloots).
Procesverloop
Bij besluit van 4 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.12428, op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J. Labban. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Beslissing
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12428, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd. De rechtbank heeft bepaald dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
2. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening toe en verbiedt de minister om verzoeker over te dragen aan Kroatië voordat een nieuw besluit is genomen.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand gezien de samenhang vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- treft de voorlopige voorziening dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië voordat een nieuw besluit is genomen;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
1 april 2026