ECLI:NL:RBDHA:2026:8567

ECLI:NL:RBDHA:2026:8567

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer NL26.12218
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin Bulgarije. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. S. de Schutter),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser stelt van Syrische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2006. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 26 februari 2026 niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Khudaida als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om terugname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek aanvaard.

Aanhoudingsverzoek

5. Ter zitting merkt eiser op dat de minister geen verweerschrift heeft ingediend. Tijdens het verweer ter zitting verwijst de minister naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 24 februari 2026 en een niet-gepubliceerde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 november 2025. Tijdens de zitting heeft de minister desgevraagd toegezegd de niet-gepubliceerde uitspraak van 17 november 2025 dezelfde dag nog in het digitale dossier te uploaden. Eiser heeft de hiervoor genoemde uitspraken niet kunnen lezen, wat hij wel van belang acht, waardoor hij hierop niet goed kon reageren. Om die reden verzoekt eiser om aanhouding van zijn zaak.

6. De rechtbank wijst eisers verzoek om aanhouding af. De rechtbank stelt vast dat de door de minister genoemde uitspraken in het bestreden besluit en op zitting het ingenomen standpunt bevestigen dat het genoemde Aida-rapport update 2024 door de Afdeling zijn meegenomen in het oordeel met als uitkomst dat nog steeds uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat dit rapport geen wezenlijk ander beeld schetst ten aanzien van opvang dan landeninformatie die al eerder was betrokken. De rechtbank gaat hiervan uit en een nadere reactie van eiser kan aan dit oordeel van de Afdeling niets afdoen. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om het beroep aan te houden. Het Matteo rapport zal de rechtbank hieronder los van de verwijzingen naar de uitspraken van de Afdeling bespreken aan de hand van het door de minister ingenomen standpunt en de aangevoerde beroepsgronden.

7. De rechtbank heeft kennis kunnen nemen van een mededeling van de minister dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken, maar zal hier niets mee doen omdat deze mededeling is binnengekomen na sluiting van het onderzoek. Eiser heeft daarom niet op deze mededeling kunnen reageren.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

8. Eiser stelt dat de minister niet mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije. Bulgarije voldoet niet aan de voorwaarden die volgen uit de Dublinverordening waardoor sprake is van zakken door de ondergrens van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Hierbij verwijst eiser naar uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 11 augustus 2025 en, zittingsplaats Groningen, van 20 november 2025. De rechtbank Haarlem oordeelde in haar uitspraak dat niet deugdelijk was gemotiveerd waarom de asielopvang in Bulgarije geen structurele systeemfouten vertoonde. In een nieuw besluit moest de minister het meest recente AIDA-rapport en het Matteo rapport meenemen. De Afdeling had zich op dat moment nog niet uitgelaten over dit AIDA-rapport. Ook oordeelde de rechtbank dat de aangehaalde pagina's uit het AIDA-rapport niet identiek waren ten opzichte van het voorgaande rapport. De rechtbank constateerde dat sprake was van een voortschrijdende verslechtering van de opvangfaciliteiten voor asielzoekers in Bulgarije en benadrukt dat de Afdeling zich nog niet heeft uitgelaten over het meest recente stadium. Eiser wijst op pagina 50 en 86 van dat AIDA-rapport, waaruit volgt dat niet-kwetsbare Dublinterugkeerders hun eigen opvang moeten betalen wanneer deze vol zijn en dat de omstandigheden sinds 2015 zijn verslechterd, met ondersteuning die beperkt is tot onderdak, voeding en rudimentaire medische hulp zonder voorziening van psychologische zorg of bijstand.

9. De rechtbank stelt voorop dat de minister in zijn algemeenheid ten aanzien van Bulgarije mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is daarom in beginsel aan eiser om aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Bulgarije, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Bulgaarse autoriteiten, een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 Handvest. Daarvan is sprake in het geval de vreemdeling aannemelijk maakt dat er structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem zijn, die een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, zoals neergelegd in het arrest Jawo. Eiser is hierin niet geslaagd.

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd heeft dat ten aanzien van Bulgarije nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. De Afdeling heeft in de uitspraak van 27 juni 2024 met betrekking tot de AIDA-rapporten over 2022 en 2023, voor zover die voor Dublinclaimanten van belang zijn, geoordeeld dat uit die rapporten niet blijkt dat de minister ten aanzien van Bulgarije niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Daarbij heeft de Afdeling de zorgen over de toegang tot en de situatie in de opvangcentra betrokken. De verwijzing naar het AIDA-rapport over 2024 leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank verwijst daarbij naar de Afdelingsuitspraken van 6 oktober 2025 en 17 november 2025 waarvan nu kan worden vastgesteld dat dit AIDA-rapport is betrokken. Daaruit volgt dat dit rapport geen wezenlijk ander beeld schetst van de opvangsituatie voor Dublinterugkeerders dan uit de informatie uit eerdere AIDA-rapporten. Wat betreft de informatie uit het Matteo rapport heeft de minister het standpunt ingenomen dat deze overeenkomt met de informatie uit de AIDA-rapporten update 2023 en 2024 waarover de Afdeling zich al heeft uitgesproken. Eiser heeft dit verder niet betwist. Niet is daarom aannemelijk gemaakt dat de opvangproblemen in Bulgarije dermate structureel en ernstig zijn, dat bij overdracht aan Bulgarije op voorhand sprake is van een reëel risico op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Daarbij hebben de Bulgaarse autoriteiten met het claimakkoord gegarandeerd het asielverzoek van eiser in behandeling te nemen. Daarmee garanderen de Bulgaarse autoriteiten ook dat zij zich zullen houden aan de internationale verplichtingen die voortvloeien uit de verdragen en Europese richtlijnen die horen bij het behandelen van een asielaanvraag. Als eiser toch problemen ondervindt, zoals hij stelt die eerder in Bulgarije te hebben ondervonden met betrekking tot opvangvoorzieningen, het eten, behandeling of anderszins, dan dient hij hierover te klagen bij de Bulgaarse autoriteiten. Niet gebleken is dat klagen niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is. Eiser keert nu ook terug als Dublinclaimant en van hem mag worden verwacht dat hij zich bij klachten richt tot (de hogere) autoriteiten. De rechtbank kan eiser niet volgen dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening

11. Eiser stelt dat de minister onvoldoende is ingegaan op zijn persoonlijke omstandigheden. Hiertoe voert eiser aan dat zich medische omstandigheden voordoen. Ook voert eiser aan dat hij in Bulgarije is onderworpen aan een onmenselijke behandeling. Hij verbleef daar onder erbarmelijke omstandigheden, zo is eiser door de Bulgaarse autoriteiten mishandeld, kreeg hij amper te eten, moest hij drinken uit het toilet en kreeg hij geen medische zorg in de gevangenis. Daarbij merkt eiser op dat klagen bij de Bulgaarse autoriteiten niet zinvol is voor hem, omdat het juist die autoriteiten zijn die hem op deze manier hebben behandeld. De minister heeft in het bestreden besluit ten onrechte enkel verwezen naar de motivering onder het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

12. De rechtbank oordeelt als volgt. De minister mocht zich op het standpunt stellen dat hij de aanvraag niet onverplicht aan zich had hoeven trekken omdat geen sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan Bulgarije onevenredig hard is. Voor zover eiser betoogt dat de omstandigheden die zijn aangevoerd over de internationale verplichtingen ook moeten worden meegenomen in de motivering of artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening moet worden toegepast, wijst de rechtbank op recente rechtspraak van de Afdeling. Daarin is geoordeeld dat als de minister de omstandigheden waar de vreemdeling zich op heeft beroepen al heeft betrokken bij de beoordeling of hij van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan, dit in beginsel ook een deugdelijke motivering is waarom hij zijn discretionaire bevoegdheid niet gebruikt. De minister heeft de ervaringen van eiser meegewogen en daarbij in reactie opgemerkt dat de positie van eiser na overdracht anders is dan daarvoor, omdat hij nu terugkeert als Dublinclaimant. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat terugkeer als gevolg van deze ervaringen onevenredig hard zou zijn. Eiser heeft bijvoorbeeld geen medische stukken overgelegd waaruit dit zou blijken. Verder is ook niet gesteld dat eiser momenteel onder medische of psychische behandeling staat. Mocht eiser toch behandeling nodig hebben, zijn er geen aanwijzingen dat Nederland het meest aangewezen land is om eiser te behandelen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

3 april 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. Fijnheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?