ECLI:NL:RBDHA:2026:8589

ECLI:NL:RBDHA:2026:8589

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer NL26.15023
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Dublin Duitsland; ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

In het besluit van 18 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1974 en heeft de Pakistaanse nationaliteit. Op 1 december 2025 heeft hij een nieuwe asielaanvraag ingediend.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is. Uit het Eurodac-systeem is namelijk gebleken dat eiser eerder in Duitsland asiel heeft aangevraagd. In het Eurodac-systeem registreren de lidstaten van de Europese Unie aan de hand van vingerafdrukken onder meer waar en wanneer een vreemdeling asiel heeft aangevraagd. Op 30 december 2025 hebben de Duitse autoriteiten het verzoek om eiser terug te nemen geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij vreest na overdracht aan Duitsland te zullen worden teruggestuurd naar Pakistan nu Duitsland zijn asielaanvraag heeft afgewezen. Ook voert hij aan dat hij in Duitsland zeer slecht is behandeld. Zo heeft hij geen effectieve rechtsbescherming gehad in Duitsland. Er was geen juridische hulp en eiser is niet bekend met instanties waar hij zich kan beklagen over de situatie in Duitsland. Voorts heeft eiser psychische klachten en vreest hij hiervoor in Duitsland geen hulp te krijgen.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Binnen de Europese Unie geldt het uitgangspunt dat de lidstaten er over en weer op kunnen vertrouwen dat het Europese recht wordt nageleefd, het zogenoemde interstatelijke vertrouwensbeginsel. Bij het beantwoorden van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielaanvraag, kan alleen van dit uitgangspunt worden afgeweken als een asielzoeker aannemelijk maakt dat er in de verantwoordelijke lidstaat sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of in de opvangvoorzieningen. Dit staat in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening.

5. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in Duitsland sprake is van dergelijke systematische tekortkomingen. Dit brengt mee dat ervan uit moet worden gegaan dat eiser na overdracht aan Duitsland in overeenstemming met het Europese recht zal worden behandeld. Voor zover eiser bedoelt aan te voeren dat hij in Pakistan risico’s loopt, kan een beoordeling hiervan niet in deze procedure plaatsvinden. Dit volgt ook uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2359.

6. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat het systeem van rechtsbijstand in Duitsland voor Dublinclaimanten in strijd is met de artikelen 19 en 20 van de Richtlijn 2013/32/EU (Procedurerichtlijn). Eiser heeft zijn stellingen namelijk niet onderbouwd met documenten, waaruit dit zou moeten blijken. Bovendien heeft Duitsland met het claimakkoord te kennen gegeven de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen. Bij problemen in Duitsland kan eiser daarover eventueel een klacht indienen bij de overheid. Dat eiser niet bekend is met een instantie waar hij een dergelijke klacht kan indienen maakt het vorenstaande niet anders.

7. Voor zover eiser zich beroept op zijn medische gesteldheid, heeft hij deze gesteldheid niet met documenten onderbouwd. Het hierboven besproken interstatelijke vertrouwensbeginsel brengt mee dat er vanuit mag worden gegaan dat de medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn met die in Nederland. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit niet het geval is.

8. De conclusie is dat het beroep kennelijk ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 9 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. M. Gasi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?