RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44167
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
en
(gemachtigde: mr. L. Drenthe).
Procesverloop
1. Verzoekster heeft op 27 augustus 2025 opnieuw verzocht om tijdelijke bescherming onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (de Richtlijn). De minister heeft dit verzoek afgewezen bij het primaire besluit van 27 augustus 2025. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij het bestreden besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard en haar tijdelijke bescherming verleend onder de Richtlijn. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld. Het eerder ingediende verzoek om een voorlopige voorziening is aangemerkt als samenhangend met het beroep.
De rechtbank heeft het verzoek op 3 april 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster, en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.