ECLI:NL:RBDHA:2026:8805

ECLI:NL:RBDHA:2026:8805

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer NL25.1795
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verblijf als familie- of gezinslid. Hoorplicht geschonden en verweerder moet de geboorte- en overlijdensakte laten beoordelen door Bureau Documenten. Beroep gegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 2008, van Sierra Leoonse nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. B. Snoeij)

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Radema).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij mevrouw [referente] ’ (hierna: referente).

Bij besluit van 12 juni 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend. Op 17 december 2024 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard (bestreden besluit).

Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, I.M. Khaokhal als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van eiser. De gemachtigde van verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of verweerder het bezwaar van eiser ongegrond heeft mogen verklaren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Griffierecht

4. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank wijst dit verzoek toe.

Achtergrond

5. Referente heeft namens eiser op 25 april 2022 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ aangevraagd. De vader van eiser is in 2016 overleden. Referente had daarna een relatie met [persoon] waar zij een kind mee heeft gekregen. Twee maanden na de geboorte van dat kind, in augustus 2025, is deze partner ook overleden. De twee Nederlandse zussen en Nederlandse broer van eiser verblijven bij referente in Nederland.

Besluitvorming

6. Verweerder heeft de aanvraag met het primaire besluit afgewezen. Allereerst is het afschrift van de geboorteakte van eiser frauduleus verkregen. Daarom heeft eiser met dit stuk niet aangetoond dat hij het biologische of juridische kind van referente is. Omdat de familierechtelijke relatie niet vaststaat, heeft eiser daarnaast niet aangetoond dat hij feitelijk bij het gezin van referente toebehoort en dat referente het ouderlijk gezag over hem heeft. Verder kan het paspoort van eiser niet worden geaccepteerd als bewijs. Tevens is niet aangetoond dat de achterblijvende ouder toestemming geeft voor het vertrek van eiser naar Nederland. Het afschrift van de overlijdensakte is namelijk frauduleus verkregen waardoor eiser hiermee niet heeft aangetoond dat zijn is overleden. Referente heeft ook niet met andere stukken aangetoond dat de vader van eiser is overleden of het gezag niet meer heeft over eiser. Tot slot is de afwijzing van de aanvraag niet in strijd is met het familieleven (artikel 8 van het EVRM), omdat referente de familierechtelijke relatie met eiser niet heeft aangetoond en verweerder daarom geen familieleven tussen hen aanneemt.

In het bestreden besluit blijft verweerder bij het standpunt dat de aanvraag terecht is afgewezen. In bezwaar heeft referente een nieuwe geboorteakte overgelegd. De registratie van de geboorte en de datering van deze geboorteakte is 8 oktober 2024. Overwogen wordt dat nu de registratie van de geboorte hiermee als tardief kan worden aangemerkt, er aan de geboorteakte niet de waarde kan worden gehecht die eiser daaraan wenst toe te kennen. Ook doet het overleggen van een nieuwe geboorteakte niets af aan de voornoemde conclusies die zijn getrokken tijdens het documentenonderzoek naar de eerder ingediende geboorteakte in de aanvraagprocedure. Met het overleggen van deze nieuwe geboorteakte is daarom ook de familierechtelijke relatie niet aangetoond. In het bestreden besluit blijft verweerder verder bij het standpunt dat door de gebreken van het afschrift geboorteakte er niet vanuit gegaan kan worden dat referente het ouderlijk gezag heeft. Daarnaast blijft verweerder bij het standpunt dat met het indienen van een nieuwe overlijdensakte niet is aangetoond dat de vader van eiser is overleden of het gezag niet meer heeft over eiser. Ook blijft verweerder bij het standpunt dat het paspoort van eiser niet kan dienen als bewijs. Tot slot blijft verweerder bij het standpunt de afwijzing van de aanvraag niet in strijd is met het familieleven, omdat eiser de familierechtelijke relatie met referente niet heeft aangetoond en verweerder daarom geen familieleven tussen hen aanneemt.

Hoorplicht en overleggen stukken aan Bureau Documenten

7. Allereerst stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder hem en/of referente ten onrechte niet heeft gehoord. Referente heeft namelijk een goede verklaring waarom de geboorte- en overlijdensakte afwijken van de eerder overgelegde stukken. Dit had zij op een hoorzitting verder uit kunnen leggen. Ook heeft verweerder ten onrechte de nieuwe geboorte- en overlijdensakte niet voorgelegd aan Bureau Documenten.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de hoorplicht niet is geschonden. De eerste geboorteakte is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt bevonden, de legalisatie daarvan is vals en de waarmerken van de Sierra Leoonse ambassade te Brussel zijn met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid frauduleus verkregen. Tevens is de eerste overlijdensakte waarschijnlijk niet bevoegd opgemaakt en afgegeven, de legalisatie daarvan is vals en de waarmerken van de Sierra Leoonse ambassade te Brussel zijn met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid frauduleus verkregen. Door referente is nog geen begin van een uitleg is gegeven waarom zij – kortgezegd – valse documenten aan haar aanvraag ten grondslag heeft gelegd. Het overleggen van een nieuwe geboorte- en overlijdensakte maakt dit niet anders. De nieuwe overgelegde geboorteakte is een ongeveer zestien jaar tardief opgesteld document. Het gaat hierbij ook niet om een correctie van de eerste geboorteakte, maar van een geheel nieuwe geboorteregistratie betreffende eiser. Daarin heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien de tweede geboorteregistratie (ook) ter beoordeling aan Bureau Documenten aan te bieden. Ook de nieuwe overlijdensakte is een jarenlang tardief opgesteld document en heeft referente hier geen uitleg over verschaft.

Uit de wet volgt dat verweerder verplicht is de vreemdeling te horen en dat alleen

vanwege een aantal uitputtend omschreven redenen hiervan kan worden afgezien. Zoals de

Afdeling heeft overwogen is het uitgangspunt dat verweerder een vreemdeling hoort in

bezwaar en dat verweerder terughoudend moet omgaan met uitzonderingen op zijn

hoorplicht. Dat is het geval als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. De beslissing om die

bepaling toe te passen, dient te worden genomen op grond van wat in het bezwaarschrift is

aangevoerd, bezien in samenhang met de overwegingen in het primaire besluit.

De rechtbank oordeelt als volgt. Op de zitting heeft referente toegelicht hoe het is gegaan met het verkrijgen van de geboorte- en overlijdensakte. De eerste keer heeft referente deze stukken door haar nicht laten opvragen in Sierra Leone die ze vervolgens naar Nederland heeft gestuurd. Referente was hier dus niet zelf bij en is er altijd vanuit gegaan dat de stukken origineel waren. Referente heeft hiermee een begin van uitleg gegeven waarom zij eerder documenten heeft overgelegd die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk niet echt zijn. Hierbij wordt meegewogen dat de documenten wel zijn voorzien van waarmerken die overeenkomen met het referentiemateriaal, waardoor het verhaal van referente niet op voorhand ongeloofwaardig is, en dat het ambtsbericht van Sierra Leone aangeeft dat kinderen in beginsel kort na de geboorte moeten worden geregistreerd, maar dat dit in de praktijk niet altijd gebeurt. Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat deze zaak zeker een grensgeval betreft, maar er in dit geval voldoende aanleiding is om de inhoud van de bezwaren zorgvuldig te onderzoeken, ondanks de twijfels over de echtheid van de documenten. Verweerder had eiser en/of referente hier dus over moeten horen. Ook is de rechtbank van oordeel dat verweerder deze stukken alsnog moet laten beoordelen door Bureau Documenten. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet, gelet op de aard van het gebrek, geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten, om zelf in de zaak te voorzien of om een bestuurlijke lus toe te passen. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van twaalf weken.

Omdat eiser geen griffierecht heeft betaald, hoeft verweerder geen griffierecht aan hem te vergoeden. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 17 december 2024;

- draagt verweerder op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; en

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak El Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr.L. Kooring, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.Z. Achouak El Idrissi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?