[eiseres 1] , eiseres 1, V-nummer: [V-nummer 1] , en
[eiseres 2] , eiseres 2, V-nummer: [V-nummer 2]
hierna gezamenlijk te noemen: eiseressen
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigden: mr. L.S. Hartog en mr. G.T. Cambier).
Inleiding
In het besluit van 18 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseressen tegen de afwijzing van hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) kennelijk ongegrond verklaard.
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op een zitting behandeld in Breda. Eiseressen en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiseressen zijn geboren op respectievelijk [geboortedag 1] 1992 en [geboortedag 2] 1997 en hebben de Syrische nationaliteit. Zij willen in Nederland bij hun [vader] verblijven (referent). Hij heeft op 26 oktober 2022 in Nederland een asielvergunning gekregen. Op 18 januari 2023 heeft hij bij verweerder aanvragen ingediend om verlening van een mvv in het kader van nareis voor eiseressen. Een mvv is een inreisvisum dat na aankomst in Nederland wordt omgezet in een verblijfsvergunning.
2. Verweerder heeft eiseressen verzocht om aanvullende informatie aan te leveren. Eiseressen hebben daarop gereageerd. Op 13 november 2024 zijn eiseressen elk afzonderlijk door verweerder gehoord via een beeldverbinding met de ambassade in Amman, Jordanië. In een besluit van 31 december 2024 heeft verweerder de mvv-aanvragen ten aanzien van de moeder en het jongste zusje van eiseressen ingewilligd. In twee afzonderlijke besluiten van eveneens 31 december 2024 heeft verweerder de aanvragen van eiseressen afgewezen. Eiseressen hebben daartegen bij verweerder bezwaar gemaakt.
3. In het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiseressen kennelijk ongegrond verklaard. Dit betekent dat eiseressen niet door verweerder zijn gehoord over hun bezwaren. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseressen niet voldoen aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid omdat zij een tijdje zelfstandig in Dubai hebben gewoond. Wat dit beleid precies inhoudt, wordt hierna verder uitgelegd.
4. Eiseressen zijn het niet eens met het bestreden besluit. Zij voeren aan dat het bestreden besluit innerlijk tegenstrijdig is over de leeftijd van [eiseres 2] . Ook voeren zij aan dat uit hun tijdelijke verhuizing naar Dubai niet kan worden afgeleid dat zij zelfstandig zijn geworden. Deze verhuizing is op touw gezet door hun vader en broer. Deze broer woont en werkt in Dubai en kon mensen gebruiken voor zijn bedrijf. Eiseressen hebben gedurende drie maanden stage gelopen in dit bedrijf. In deze periode werden zij financieel onderhouden door hun vader en hun andere broers die in Zweden wonen. Zij zijn echter na drie maanden teruggekeerd naar het ouderlijk huis in Syrië omdat zij niet konden aarden en omdat met name [eiseres 2] mentale problemen had vanwege het uiteenvallen van het gezin. Ook wijzen eiseressen erop dat zij vanwege de oorlog in Syrië geen stabiele thuissituatie hadden en dat zij zich daardoor niet konden ontwikkelen zoals dat in hun cultuur gebruikelijk is. Volgens eiseressen heeft verweerder daardoor ten onrechte het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing geacht. Daarnaast voeren eiseressen aan dat vanwege deze omstandigheden en de lange duur van deze procedure sprake is van kennelijke hardheid.
5. In het verweerschrift heeft verweerder het standpunt ingenomen dat het bestreden besluit juist is. Eiseressen vallen binnen de niet vast omlijnde leeftijdsgrens van het jongvolwassenenbeleid. Zij hebben echter langere tijd zelfstandig in Dubai doorgebracht. De medische problemen van [eiseres 2] zijn niet onderbouwd. De verwijzingen naar oorlog en cultuur zijn te algemeen. Bij het beroep op onevenredige hardheid wordt verwezen naar omstandigheden die al in het kader van het jongvolwassenenbeleid zijn meegewogen, en tijdsverloop is daarvoor onvoldoende.
De rechtbank oordeelt als volgt.
6. Het jongvolwassenenbeleid staat in onderdeel B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Hieruit volgt dat tussen een meerderjarig kind en een ouder gezinsleven kan bestaan zoals bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) zonder dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid, als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Het meerderjarig kind moet jongvolwassen zijn, met de ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd door het aangaan van een huwelijk of een relatie.
7. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4631, uiteengezet hoe in dit kader de banden tussen de aanvrager en de referent moeten worden beoordeeld in gevallen zoals die van eiseressen waarop de Gezinsherenigingsrichtlijn (Richtlijn 2003/86/EG) van toepassing is. In deze uitspraak is geoordeeld dat gekeken moet worden naar het moment van binnenkomst van de referent in Nederland. Als op dat moment al sprake was een verbroken gezinsband, kan die later niet meer worden hersteld. Als een gezinsband echter na dat moment is verbroken, moet verweerder bij het nemen van een besluit wel beoordelen of die op dat moment weer is hersteld.
8. Referent is in januari 2022 Nederland binnengekomen. Eiseressen hebben acht maanden later, in de periode van september tot en met november 2022, bij een broer in Dubai gewoond. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er na het eerste peilmoment een verbreking van de gezinsband heeft voorgedaan die zich nadien niet heeft hersteld. Eiseressen hebben in deze periode namelijk stappen naar zelfstandigheid gezet. Dit volgt ook uit wat zij tijdens de gehoren van 13 november 2024 hebben verklaard. Hoewel zij financieel werden ondersteund door hun vader en broers in Zweden, hebben eiseressen in deze periode namelijk wel in afwezigheid van referent gewoond en werkzaamheden verricht. Dat zij door het uiteenvallen van het gezin psychische klachten hebben ontwikkeld, is niet onderbouwd. Dat eiseressen na hun verblijf in Dubai weer zijn teruggekeerd naar Syrië, betekent niet dat er een einde is gekomen aan dit proces naar zelfstandigheid. Dat eiseressen mede door de oorlog in Syrië nog geen eigen gezin hebben gesticht terwijl dat op hun leeftijd en in hun cultuur wel gebruikelijk is, maakt niet dat aan alle voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid is voldaan. Dit geldt ook voor de omstandigheid dat hun leeftijd nog binnen het toepassingsbereik van dit beleid valt. Anders dan eiseressen in beroep hebben aangevoerd, heeft verweerder de leeftijd van [eiseres 2] niet gebruikt als contra-indicatie voor de toepassing van het jongvolwassenenbeleid: het ging in deze zaak om verbreking van de gezinsband en verweerder heeft terecht aangenomen dat eiseressen om die reden niet in aanmerking kwamen voor toelating in het kader van dat beleid.
9. Het beroep op kennelijke hardheid vat de rechtbank op als een beroep op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel geeft verweerder de bevoegdheid om van zijn beleid af te wijken om onevenredige situaties te voorkomen. Verweerder heeft daarvoor in dit geval geen aanleiding hoeven zien. De omstandigheid dat eiseressen momenteel niet bij referent en hun moeder en minderjarige zusje verblijven, is mede het gevolg van de stappen naar zelfstandigheid die zij hebben gezet en niet gebleken is dat zij hier persoonlijk buitengewone gevolgen van ondervinden. Tegen deze achtergrond is het relatief lange tijdsverloop van deze procedure onvoldoende.
10. De conclusie is dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Dit betekent dat eiseressen geen gelijk krijgen. Het bestreden besluit blijft in stand.
11. Er is om die reden geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 9 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.