ECLI:NL:RBDHA:2026:8817

ECLI:NL:RBDHA:2026:8817

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-04-2026
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer AWB 26/4949
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

verzet, Dublin Frankrijk

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 april 2026 op het verzet van

[naam] , uit [woonplaats] , opposante

V-nummer: [nummer 1] ,

mede namens haar minderjarige kinderen:

[kind1] ,

geboren op [datum 1] ,

V-nummer: [nummer 2] ,

[kind2]

geboren op [datum 2] ,

V-nummer: [nummer 3] ,

tegen de uitspraak van de rechtbank van 2 maart 2026 in het geding tussen

opposante

en

de minister van Asiel en Migratie, geopposeerde

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Inleiding

1. Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van opposante niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk volgens hem verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Opposante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 2 maart 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep zonder zitting kennelijk ongegrond verklaard.

Opposante heeft tegen de uitspraak van 2 maart 2026 (hoger) beroep ingesteld bij de Afdeling. Tevens heeft zij gevraagd de voorlopige voorzienig te treffen om de behandeling van dit (hoger) beroep in Nederland te mogen afwachten. Omdat tegen de uitspraak van 2 maart 2026 geen hoger beroep kan worden ingesteld en slechts het rechtsmiddel verzet openstaat, heeft de Afdeling de e-mail van opposante van 15 maart 2026 als verzet doorgestuurd naar deze rechtbank en zittingsplaats.

Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats van 31 maart 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat verzoekster, thans opposante, niet mag worden overgedragen aan Franrijk totdat is beslist op het verzet.

In deze uitspraak beslist de rechtbank op dat verzet.

De rechtbank heeft het verzet op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: opposante en de gemachtigde van geopposeerde. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. In de uitspraak van 2 maart 2026 staat dat de reden hiervoor is dat de rechtbank oordeelt dat ten aanzien van Frankrijk kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verder heeft de rechtbank in deze uitspraak overwogen dat de minister in de omstandigheid dat eiseres in Frankrijk is verkracht geen aanleiding heeft hoeven zien om de asielaanvraag in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken, dat het beroep op het arrest Tarakhel niet slaagt omdat onvoldoende is gebleken van kwetsbaarheid als bedoeld in dat arrest en dat de minister de belangen van de minderjarige kinderen voldoende bij de besluitvorming heeft betrokken.

Gronden van verzet

3. Opposante voert in verzet aan dat geopposeerde de normale Dublin wetgeving niet heeft gevolgd bij het nemen van de beslissing op haar (asiel)aanvraag en dat geopposeerde het medische dossier van opposante niet heeft onderzocht of beoordeeld. Opposante verzoekt de rechtbank haar medische dossier te herzien, omdat opposante ziek is en momenteel niet naar Frankrijk kan worden overgebracht. Opposante heeft een overzicht van journaalregels uit het medisch dossier van haarzelf en haar jongste kind overgelegd.

Verder voert opposante aan dat zij een bewijs van de brief heeft die zij in Franrijk van de Franse autoriteiten heeft gekregen, waarin haar is verzocht het land te verlaten. Opposante stelt dat zij dit bewijs aanvankelijk niet aan de rechtsbank heeft overgelegd, maar heeft dat die brief in deze procedure alsnog overgelegd.

4. De rechtbank overweegt als volgt.

Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, gaat uitsluitend over de vraag of de rechtbank ten onrechte tot behandeling van de zaak zonder zitting is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van - in dit geval - het beroep van opposante. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan moet de verzetsrechter het verzet gegrond verklaren zodat nader onderzoek kan plaatsvinden.

Uit de door opposante overgelegde brief van de Franse autoriteiten van 29 oktober 2024, waaruit volgt dat eiseres de opvang in Bourges moest verlaten, en het overzicht van journaalregels uit het medische dossier van opposante en haar jongste kind, kan niet worden afgeleid dat in het geval van eiseres ten aanzien van Frankrijk niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Dit betekent dat wat opposante in verzet heeft aangevoerd, geen grond biedt voor twijfel aan de juistheid van de uitkomst van de uitspraak van 2 maart 2026. Dit leidt daarom ook niet tot de conclusie dat eiseres voorafgaand aan die uitspraak door de rechtbank had moeten worden gehoord. De niet nader onderbouwde stelling dat geopposeerde zich niet aan Dublinverordening zou hebben gehouden, kan opposante niet baten. Hiervan is de rechtbank namelijk niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

5. In wat opposante heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 2 maart 2026. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 2 maart 2026 in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van

A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op 13 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. van der Veen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?