RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.53494
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
en
Procesverloop
Bij besluit van 22 augustus 2024 heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen. Bij uitspraak van 6 december 2024 heeft deze zittingsplaats van de rechtbank het beroep van eiser tegen dat besluit gegrond verklaard en bepaald dat de minister opnieuw op de aanvraag moet beslissen.1 De rechtbank heeft daarvoor geen uitdrukkelijke termijn gesteld. Eiser stelt beroep in, omdat de minister aan de uitspraak van de rechtbank geen gevolg heeft gegeven.
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. Eiser stelt dat hij geen ingebrekestelling heeft ingediend en dat hij dat ook niet heeft hoeven doen, aangezien volgens hem uit de uitspraak van 6 december 2024 volgt welke beslistermijn de minister diende na te leven.
4. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Indien de rechtbank een eerder besluit vernietigt, dan vloeit hieruit voort dat de minister opnieuw op de aanvraag dient te beslissen. Wanneer
1. ECLI:NL:RBDHA:2024:21549.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
de minister dat niet (tijdig) doet, dan dient een belanghebbende de minister eerst in gebreke te stellen. Dit is slechts anders in het geval de rechtbank in haar uitspraak een uitdrukkelijke termijn voor het nemen van een nieuwe beslissing heeft opgenomen. Van een dergelijke situatie is in het onderhavige geval geen sprake. De rechtbank heeft in de uitspraak van
6 december 2024 namelijk slechts bepaald dat de minister een nieuw besluit diende te nemen en heeft daaraan geen nadere beslistermijn verbonden.
5. Eiser had de minister dus in gebreke moeten stellen, alvorens hij beroep kon instellen tegen het uitblijven van een nieuwe beslissing. Aangezien eiser dat niet heeft gedaan, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
J.M. Pattynama, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 maart 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.