ECLI:NL:RBDHA:2026:9042

ECLI:NL:RBDHA:2026:9042

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer NL26.1503
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Toewijzing verzoek vovo hangende bezwaar. Aziatische kok. Spoedeisend belang. Bezwaar kan redelijke kans van slagen niet worden ontzegd. Belangenafweging in voordeel verzoeker.

Uitspraak

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. M. Berkelmans).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker in verband met een bezwaarschrift tegen de afwijzing van zijn verlengingsaanvraag voor een Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) met als doel ‘Arbeid in loondienst’.

Met het primaire besluit van 30 december 2025 heeft de minister de aanvraag van verzoeker van 18 april 2025 afgewezen. Verzoeker heeft op 7 januari 2026 tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Op 9 januari 2026 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat verzoeker arbeid mag verrichten bij zijn werkgever [werkgever] tijdens de bezwaarfase. Op 10 januari 2026 heeft verzoeker de gronden van zijn verzoek ingediend. Op 10 januari 2026 heeft verzoeker verzocht een ordemaatregel te treffen.

Op 18 maart 2026 heeft de minister een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft de zaak op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, D.T. Tran als tolk, de werkgever van verzoeker, de gemachtigde van de minister en [naam] namens het UWV.

Overwegingen

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de daarvoor vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

3. Verzoeker heeft een verlengingsaanvraag ingediend voor een GVVA met het doel ‘Arbeid in loondienst’. Verzoeker is in het bezit geweest van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘Arbeid in loondienst’ met een geldigheidsduur van 4 juli 2024 tot 24 mei 2025. Deze vergunning werd verleend naar aanleiding van verzoekers aanvraag van 29 februari 2024. Verzoekers werkgever [werkgever] is zijn referent.

Besluitvorming

Op grond van artikel 3.31, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb) 2000 kan de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid in loondienst worden verleend indien geen afwijzingsgrond van toepassing is uit artikel 16 van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 en artikel 8 en 9 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), tenzij het seizoenarbeid betreft. Om na te gaan of er wordt voldaan aan de Wav is door de minister advies gevraagd aan het UWV. Dit staat in artikel 14a van de Vw 2000.

Uit het individueel advies van het UWV van 29 december 2025, met kenmerk Av25543670, (hierna: het UWV-advies) blijkt dat verzoeker niet voldoet aan de Wav. Het UWV adviseert negatief omdat er voldoende aanbod aanwezig is, de werkgever onvoldoende heeft gezocht naar kandidaten en de werkgever geen salaris biedt dat past bij de functie.

De minister verwijst naar het advies en wijst de aanvraag van verzoeker af omdat hij niet voldoet aan artikel 3.31 van het Vb 2000.

Is er sprake van spoedeisend belang?

De voorzieningenrechter moet om te beginnen beoordelen of er sprake is van spoedeisend belang. Verzoeker stelt dat er spoedeisend belang is nu hij gedurende de bezwaarprocedure geen arbeid kan verrichten voor zijn werkgever en hij, althans zijn werkgever, daardoor inkomsten misloopt. Vlak voor de zitting heeft verzoeker een onderbouwing van het spoedeisend belang geüpload. Volgens verzoeker is het bedrijf van de werkgever afhankelijk van verzoekers arbeid en komt het bedrijf zwaar onder druk te staan als verzoeker niet langer tewerk mag worden gesteld. Daarnaast zijn er zwaarwegende sociale belangen. De minister stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van spoedeisend belang. Uit Suwinet blijkt volgens de minister dat verzoeker nog steeds arbeid verricht voor zijn werkgever en nog steeds inkomen ontvangt.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er, in tegenstelling tot wat de minister stelt, sprake van spoedeisend belang. Verzoeker en zijn werkgever willen nakoming van het tussen hen overeengekomen arbeidscontract. Dat is nu niet mogelijk omdat het verzoeker niet langer is toegestaan te werken. Ter zitting heeft de gemachtigde van verzoeker toegelicht dat verzoeker gelet op zijn arbeidsovereenkomst, die nog steeds van kracht is, door zijn werkgever wordt doorbetaald en dat de informatie van Suwinet daarop ziet. De stelling van de minister ter zitting dat er ook daadwerkelijk gewerkte uren zijn geregistreerd in Suwinet is niet nader onderbouwd door de minister. De gemachtigde van verzoeker heeft verder toegelicht dat de werkgever twee koks in dienst heeft en dat de gevolgen van het wegvallen van één van de koks daarom groot zijn. Als verzoeker niet meer mag werken, dan heeft dat mogelijk tot gevolg dat het restaurant dicht moet of dat er minder eten bereid kan worden. Omdat verzoeker, althans zijn werkgever, inkomsten misloopt, verzoeker niet kan worden gemist in het restaurant van zijn werkgever en er -zoals ter zitting is gebleken- nog geen zicht is op een beslissing op bezwaar, is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van spoedeisend belang.

Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?

De voorzieningenrechter zal zich vervolgens uitlaten over de vraag of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.

Verzoeker stelt dat hij een kansrijk bezwaarschrift heeft ingediend. Verzoeker wijst er in dit kader op dat het hier een verlenging van een verleende vergunning betreft die in dezelfde situatie aan verzoeker is verleend vanwege het ontbreken van prioriteitgenietend aanbod (pga). Verzoeker doet in dit kader een beroep op het vertrouwensbeginsel. Sinds 2014 is het volgens verzoeker een feit van algemene bekendheid dat pga ontbreekt. Op basis van wetenschappelijk onderzoek is steeds geconcludeerd dat er voor de functies zelfstandig werkend kok, sous-chef en chef-kok binnen Europa geen pga beschikbaar is omdat het niet mogelijk is om binnen een redelijke termijn van 3 tot 6 maanden een kok van gelijkwaardig niveau, niet geschoold in de Aziatische keuken, op te leiden tot geschikt persoon om de vacature te vervullen.

De minister stelt zich op het standpunt dat er sprake is van pga. In dit standpunt baseert de minister zich op het UWV-advies waarin het volgende staat: “Er zijn in Nederland en de EU/EER/Zwitserland voldoende kandidaten voor de functie. Deze kandidaten voldoen aan de eisen die nodig zijn voor de functie. Dit maken wij op uit het volgende. Tot 1 januari 2022 gold een uitzonderingspositie voor restaurants in de Aziatische horecasector, waardoor koks uit Azië eenvoudiger een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid konden krijgen. Als onderdeel van de uitzonderingspositie voor restaurants in de Aziatische horeca hanteerden wij bij toetsing van de aanvragen voor een vergunning, generiek zogenoemde "specifieke functie-eisen". Vanaf 1 juli 2024 toetsen wij niet meer aan deze specifieke functie-eisen. Wordt een aanvraag ingediend op of na 1 juli 2024 dan wordt deze op dezelfde wijze getoetst als andere reguliere aanvragen voor een werkvergunning.” De minister stelt dat er ook sprake is van pga indien werkzoekenden pas na een inwerkperiode of na enige scholing aan de functie-eisen kunnen voldoen. Verder stelt de minister dat de werkgever onvoldoende wervingsinspanningen heeft verricht in de drie maanden voorafgaand aan de indiening van de aanvraag en dat de werkgever geen loon biedt dat past bij de betreffende functie en werkervaring.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat onderhavige spoedprocedure zich niet leent voor een diepgaand inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het besluit. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter kennis genomen van de door deze rechtbank in vergelijkbare procedures gedane uitspraken over de functie-eisen (waaronder werkervaring), en de invloed daarvan op de afwijzingsgronden over het pga en de wervingsinspanningen, die sinds de afschaffing van de Regeling voor Aziatische horeca worden gehanteerd.

Gelet op de uitgebreide standpunten van partijen en onder verwijzing naar de uitspraken in de vergelijkbare voorlopige voorziening-procedures, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen niet kan worden ontzegd.

Belangenafweging

De minister stelt zich op het standpunt dat de belangen van de minister zwaarder wegen dan de belangen van verzoeker. De minister voert aan dat de bedoeling van de wetgever niet is dat door het maken van bezwaar in feite alsnog een verlenging van de tewerkstelling wordt bereikt, terwijl er een gemotiveerde beslissing ligt inhoudende dat die aanvraag om verlenging is afgewezen.

De voorzieningenrechter volgt de minister niet in voorgaand standpunt en is van oordeel dat het belang van verzoeker zwaarder weegt. Het belang van verzoeker en zijn werkgever is erin gelegen dat verzoeker in de bezwaarfase weer kan werken. Daarbij is van belang dat sprake is van een lopende arbeidsverhouding en verzoeker al enige tijd – met een positief UWV-advies – in het betreffende restaurant als kok werkzaam is geweest. Doordat verzoeker niet mag werken loopt hij, althans zijn werkgever, inkomsten mis. Bovendien is naar het oordeel van de voorzieningenrechter door de minister geen concreet belang gesteld anders dan handhaving van de wet.

Nu het bezwaar een redelijke kans van slagen niet kan worden ontzegd, verzoeker en zijn werkgever belang hebben bij toewijzing van de verzochte voorziening en onduidelijk is wanneer het besluit op bezwaar is te verwachten, valt de belangenafweging in het voordeel van verzoeker uit.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter zal het verzoek toewijzen in die zin dat de minister verzoeker aldus dient te behandelen alsof hij in bezit is van de verzochte vergunning. Dat betekent dat hij in Nederland mag verblijven en mag werken bij zijn werkgever totdat op het bezwaar is beslist.

Omdat het verzoek wordt toegewezen, bepaalt de voorzieningenrechter dat de minister aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor de aanwezigheid op de zitting, met een waarde per punt van € 934,-, en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, in die zin dat de minister verzoeker aldus dient te behandelen dat hij in Nederland mag verblijven en mag werken bij referent totdat op het bezwaar is beslist;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Peters, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 3 april 2026

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N.R. Peters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?