ECLI:NL:RBDHA:2026:9045

ECLI:NL:RBDHA:2026:9045

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer NL25.31525
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Beroep tegen het inreisverbod. De minister heeft op grond van artikel 66a Vw terecht het inreisverbod aan eiser opgelegd. Daarnaast had de minister geen aan artikel 8 van het EVRM gerelateerde reden om af te zien van het opleggen van het inreisverbod. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.31525

(gemachtigde: mr. S. Guman),

en

(gemachtigde: mr. M.L.A. Berkelmans).

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het inreisverbod zoals bedoeld in artikel 66a VW. Eiser is het niet eens met het inreisverbod en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de oplegging van het inreisverbod wel of niet terecht is.

De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel voor eiser heeft.

Procesverloop

Op 10 maart 2023 heeft de minister een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser. Het terugkeerbesluit is verder niet in geschil in deze procedure.

Bij besluit van 28 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister op grond van artikel 66a VW een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd aan eiser.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 14 juli 2025 beroep ingesteld.

De minister heeft op 16 januari 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Inleiding

Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat de verblijfplaats van eiser onbekend is en dat niet duidelijk is of eiser momenteel nog in Nederland danwel in de Europese Unie verblijft. De gemachtigde van eiser heeft in dit kader aangevoerd dat er nog procesbelang is, omdat het opgelegde inreisverbod nog steeds van kracht is.

De rechtbank volgt eisers gemachtigde in diens stelling dat eiser nog belang heeft bij de beoordeling van zijn beroepschrift vanwege het aan hem opgelegde inreisverbod. Door het opgelegde inreisverbod van twee jaar is het immers eiser niet toegestaan om binnen die periode zijn familieleden te bezoeken waarvan gesteld is dat die in de Europese Unie wonen.

Standpunten partijen

In het bestreden besluit heeft de minister een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd omdat eiser het grondgebied van Nederland, de EU, EER en Zwitserland niet uit eigen beweging en binnen de gestelde termijn heeft verlaten. De minister voert in het verweerschrift – kort samengevat – aan dat de grondslag voor het inreisverbod kenbaar en op goede gronden is vastgesteld en dat er geen sprake is van een motiveringsgebrek. Voorts stelt de minister dat het criterium van het vormen van een actuele werkelijke, ernstige bedreiging voor de openbare orde, niet ten grondslag ligt aan het inreisverbod van eiser. De minister heeft verder gesteld dat de oplegging van het inreisverbod geen schending van artikel 8 van het EVRM oplevert.

Eiser heeft de juistheid van het standpunt van de minister gemotiveerd betwist. Op hetgeen hij in dit verband heeft aangevoerd zal hieronder – voor zover relevant – worden ingegaan.

Inreisverbod

De rechtbank volgt het standpunt van eiser dat het bestreden besluit ten onrechte en op verkeerde gronden is uitgevaardigd, niet. Op grond van artikel 66a lid 1, aanhef en onder b, van de VW vaardigt de minister een inreisverbod uit indien de vreemdeling niet uit eigen beweging binnen de daarvoor geldende termijn Nederland heeft verlaten. In het besluit van 28 juni 2025 heeft de minister verwezen naar bovengenoemd artikel, heeft hij de gronden voor het inreisverbod kenbaar vermeld en heeft hij tevens vermeld dat het inreisverbod voor de duur van twee jaar aan eiser wordt opgelegd. De minister heeft er in dit verband op gewezen dat hij 10 maart 2023 reeds een terugkeerbesluit heeft opgelegd aan eiser en eiser hieraan geen gevolg heeft gegeven door binnen de daarin gestelde termijn Nederland, het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland te verlaten. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht op grond van artikel 66a lid 1 aanhef en onder b van de VW het inreisverbod aan eiser heeft opgelegd.

De rechtbank stelt verder nog vast dat - anders dan eiser stelt - aan het opgelegde inreisverbod niet ten grondslag is gelegd dat eiser een actuele, werkelijke, ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. Hetgeen eiser in dat verband heeft aangevoerd zal daarom onbesproken blijven.

Artikel 8 EVRM

Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met het familie- en gezinsleven en om die reden had kunnen afzien van het inreisverbod overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 66a lid 8 van de VW, kan de minister om humanitaire of andere redenen afzien van de verplichting om een inreisverbod uit te vaardigen. Volgens paragraaf A4/2.2, onder c van de VC vaardigt de minister geen inreisverbod uit wanneer dit in strijd zou zijn met artikel 8 van het EVRM.

De minister heeft voorafgaand aan het bestreden besluit eiser in de gelegenheid gesteld om te reageren op de mogelijkheid dat hij een inreisverbod voor de duur van twee jaar zou krijgen. Eiser heeft van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt. Eiser heeft tijdens zijn eerdere gehoor enkel aangegeven dat hij begreep dat het hem gedurende de periode van het inreisverbod verboden is om op het grondgebied van de Europese Unie en dus ook in Nederland te verblijven. Op de vraag of eiser familieleden of kinderen in Nederland of enig ander land in de Europese Unie heeft, heeft eiser geantwoord dat hij geen kinderen en/of familieleden in Nederland heeft. Hij heeft toen niet verklaard dat elders in de Europese Unie wel familieleden van hem verblijven. Eiser heeft tijdens het gehoor voorafgaand aan het uitvaardigen van het inreisverbod wel aangegeven dat hij een vriendin heeft maar dat hij haar naam en haar adres niet meer weet. Ook ter zitting is namens eiser naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende naar voren gebracht waarom de minister van oplegging van het inreisverbod had moeten afzien. Dat eisers gemachtigde ter zitting heeft aangevoerd dat er wel sprake is van een familie- en gezinsleven in Frankrijk maakt dit niet anders, nu deze gestelde relaties niet nader zijn geconcretiseerd en onderbouwd.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister geen aan artikel 8 van het EVRM gerelateerde reden had om af te zien van het opleggen van het inreisverbod.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van

mr. S. Jongmans, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.W.M. Bunt

Griffier

  • mr. S. Jongmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?