ECLI:NL:RBDHA:2026:9046

ECLI:NL:RBDHA:2026:9046

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer NL26.13316
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Spoedverzoek hangende bezwaar afgewezen, wel spoedeisend belang aangenomen maar belangenafweging ihkv 8 EVRM in nadeel verzoekster, beroep op hardheidsclausule slaagt niet.

Uitspraak

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. N. Imminga),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

Bij besluit van 3 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met verblijfsdoel ‘verblijf als familie-of gezinslid bij [referent] (hierna: referent)’ afgewezen.

Verzoekster heeft op 10 maart 2026 bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Op diezelfde datum heeft zij de voorzieningenrechter verzocht de voorziening te treffen dat verzoekster de behandeling van haar bezwaarschrift in Nederland mag afwachten.

Op 10 april 2026 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht het verzoek om een voorlopige voorziening versneld toe te wijzen in verband met haar voorgenomen overdracht aan de Spaanse autoriteiten op 14 april 2026 om 13:20 uur per vliegtuig met vluchtnummer [vluchtnummer] naar Madrid.

De minister heeft op 10 april 2026 een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele bodemzaak niet.

Is sprake van een spoedeisend belang?

3. De minister heeft in zijn verweerschrift betwist dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, omdat het aanstaande vertrek een door DT&V gefaciliteerd maar vrijwillig vertrek naar Spanje betreft. Het staat verzoekster met andere woorden vrij om op 14 april 2026 niet in het vliegtuig te stappen. Als verzoekster niet vrijwillig instapt zal zij er niet toe worden gedwongen dit alsnog te doen. Daarbij wijst de minister er verder op dat verzoekster zelf tijdens het laatste vertrekgesprek op 3 april 2026 heeft aangegeven aan haar vertrek mee te zullen werken.

4. De voorzieningenrechter overweegt, anders dan de minister stelt, dat verzoekster wel een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Uit het bestreden besluit volgt dat verzoekster de beslissing op bezwaar niet in Nederland mag afwachten. Uit de toelichting in het verweerschrift volgt wel dat verzoekster op 14 april 2026 niet zal worden overgedragen als zij daar op dat moment niet aan meewerkt. Dat laat echter onverlet dat die medewerking wel van haar wordt verlangd. Daarbij kan het niet meewerken aan de overdracht leiden tot inbewaringstelling van verzoekster. Hoewel dit als zodanig onzeker is, doet dit mogelijke vooruitzicht sterk afbreuk aan het gestelde vrijwillige karakter van de overdracht. Nu niet reeds op voorhand is toegezegd dat verzoekster ook bij niet meewerken aan de geplande overdracht niet in bewaring zal worden gesteld, kan niet worden gezegd dat het spoedeisend belang in zijn geheel ontbreekt. Dat verzoekster tijdens haar laatste vertrekgesprek heeft aangegeven dat zij mee wil werken aan haar vertrek naar Spanje doet hier niet aan af, gegeven de inhoud van het bezwaarschrift en het verzoekschrift van dezelfde datum.

Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?

De minister heeft de aanvraag van verzoekster in het bestreden besluit afgewezen omdat – kort samengevat en voor zover relevant – verzoekster niet beschikt over een geldige mvv terwijl niet is gebleken dat zij daarvan op grond van het bepaalde in artikel 8 EVRM zou moeten worden vrijgesteld. Daarbij heeft de minister overwogen dat weliswaar sprake is van familieleven tussen verzoekster en referent, maar dat op grond van een belangenafweging tot het standpunt is gekomen dat er geen sprake is van een objectieve belemmering voor verzoekster om het familieleven in Spanje voort te zetten en dat de belangenafweging in het nadeel van verzoekster dient uit te vallen. Verder ziet de minister geen aanleiding om eiseres vrij te stellen van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule.

Verzoekster heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de door de minister te maken belangenafweging in haar voordeel dient uit te vallen. Op hetgeen zij in dit verband heeft aangevoerd zal hieronder – voor zover relevant – worden ingegaan.

Belangenafweging

De voorzieningenrechter stelt vast dat niet ter discussie staat dat sprake is van familieleven tussen verzoekster en referent. De minister heeft daarom in het bestreden besluit terecht een belangenafweging gemaakt in het kader van artikel 8 EVRM. Daarbij is de minister tot de conclusie gekomen dat de belangen van de Nederlandse staat zwaarder dienen te wegen dan de belangen van verzoekster. De voorzieningenrechter moet deze belangenafweging - vanwege de afwijzing van de aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning - ex-tunc toetsen. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 29 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1722), moet de voorzieningenrechter toetsen of de minister alle relevante feiten en omstandigheden in de belangenafweging heeft betrokken en, als dit het geval is, of hij zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een 'fair balance' tussen het belang van de vreemdeling enerzijds en het Nederlands algemeen belang anderzijds.

Gelet op het in de voorgaande rechtsoverweging geschetste toetsingskader dient de voorzieningenrechter allereerst te beoordelen of de minister alle feiten en omstandigheden zoals die zich voordeden ten tijde van het bestreden besluit kenbaar heeft meegewogen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is dit het geval. Vervolgens dient te worden beoordeeld of de minister zich in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de belangenafweging niet in het voordeel van verzoekster uitvalt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd en zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de belangenafweging niet in het voordeel van eiseres uitvalt. De minister heeft hierbij onder meer van belang kunnen achten dat het hier gaat om een eerste toelating, dat verzoekster de relatie met referent is aangegaan terwijl haar verblijfspositie nog onzeker was en dat niet gebleken is dat verzoekster en referent het gezinsleven al dan niet tijdelijk in afwachting van een mvv-procedure in Spanje kunnen uitoefenen en dat ze er ook voor kunnen kiezen om het familieleven tijdelijk op afstand uit te oefenen middels moderne communicatiemiddelen. De minister heeft de door eiseres in bezwaar genoemde omstandigheden reeds in de belangenafweging betrokken en hierin geen aanleiding hoeven zien om de belangenafweging in het voordeel van verzoekster uit te laten vallen. Dat verzoekster de relatie niet had zien aankomen, maar dat de relatie wel serieus is en dat zij met referent een huis heeft gekocht en wil gaan samenwonen maakt dit niet anders. Daarbij merkt de voorzieningenrechter overigens op dat verzoekster deze laatste twee punten niet met documenten heeft onderbouwd.

Hardheidsclausule

7. Anders dan verzoekster meent is het niet voldoende dat eiseres zou voldoen aan de overige voorwaarden voor vergunningverlening. Voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule moet daarnaast immers sprake zijn van bijzondere, persoonlijke feiten en omstandigheden die maken dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste van een onevenredige hardheid getuigt. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de minister verzoekster niet hoeven vrijstellen van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule, omdat er in haar geval niet is gebleken van bijzondere, persoonlijke feiten en omstandigheden die maken dat het onevenredig bezwarend zou zijn om vast te houden aan het mvv-vereiste. Dat verzoekster een woning met referent heeft gekocht en met hem wil samenwonen heeft de minister in dit verband niet hoeven aanmerken als bijzondere, persoonlijke en omstandigheden in de zin van de hardheidsclausule. Dit is daarnaast al betrokken bij de vraag of aan verzoekster vrijstelling van het mvv-vereiste moet worden verleend op grond van artikel 8 van het EVRM. De voorzieningenrechter verwijst naar wat hiervoor onder rechtsoverweging 6.2 is overwogen. Daar komt bij dat een aanvraag om afgifte van een mvv de overheid in staat stelt te onderzoeken of een vreemdeling aan alle voor toelating gestelde eisen voldoet zonder daarbij door diens aanwezigheid hier te lande voor een voldongen feit te worden geplaatst. Een mvv kan niet worden verleend om de binnenkomst in Nederland achteraf te legaliseren. Daarom is er ook geen sprake van excessief formalisme.

Conclusie en gevolgen

8. Het verzoek zal, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, worden afgewezen, omdat het bezwaar naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen heeft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. van Veelen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.J. Kambeel, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?