ECLI:NL:RBDHA:2026:905

ECLI:NL:RBDHA:2026:905, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL26.152

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer NL26.152
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Dublin; ongegrond.

Uitspraak

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. W.J. Rohlof),

en

de minister van Asiel en Migratie,

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 26 december 2025. De minister heeft in dit besluit bepaald de asielaanvraag van eiser van 20 juni 2025 niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit 4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek geaccepteerd.

Artikel 17 van de Dublinverordening 5. Eiser voert aan dat de minister eisers asielaanvraag onverplicht in behandeling moet nemen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Eiser doet een beroep op het arrest C.K. e.a. Een overdracht naar Duitsland zal een reëel en bewezen risico zijn op een onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestand van eiser. De minister moet de twijfel over de gevolgen van de overdracht wegnemen door voorzorgsmaatregelen te treffen of de overdracht op te schorten.

De beroepsgrond van eiser slaagt niet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat uit het arrest C.K. e.a. volgt dat het aan de vreemdeling is om objectieve gegevens over te leggen die de bijzondere ernst van de gezondheidstoestand en ook de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen daarvoor van een overdracht aantonen. Eiser heeft zijn gestelde medische problematiek in beroep niet onderbouwd. Hiermee heeft eiser dan ook niet onderbouwd dat zijn overdracht naar Duitsland een reëel en bewezen risico inhoudt op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestanden en dat de minister om die reden twijfel over de gevolgen van de overdracht moet wegnemen door de benodigde voorzorgsmaatregelen gedurende de overdracht te treffen of de overdracht op had moeten schorten. Het beroep op het arrest C.K. e.a. slaagt daarom niet.

Indien en voor zover eiser medische zorg nodig heeft, heeft eiser ook niet onderbouwd dat deze hem in Duitsland niet of onvoldoende ter beschikking zal staan. De minister mag er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uitgaan dat Duitsland de internationale verplichtingen nakomt, zoals die bijvoorbeeld volgen uit de Opvangrichtlijn. Niet is gebleken dat Duitsland zich daar in het algemeen niet aan houdt of zich daar in eisers geval niet aan zal houden. Eiser heeft daar ook niets over aangevoerd. Los daarvan mag van eiser worden verwacht dat, voor zover hij meent dat Duitsland niet aan zijn specifieke medische behoeften kan voldoen, hij zich wendt tot de (hogere) Duitse autoriteiten. Niet is gebleken dat de autoriteiten van Duitsland hem niet zouden kunnen of willen helpen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.W.B. Heijmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?