RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. G. Ocak),
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.48091
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).
Overwegingen
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. De minister dient uiterlijk zes maanden na ontvangst van een asielaanvraag een beschikking te geven.3 Indien de minister onderzoekt of de aanvraag niet in behandeling dient te worden genomen4, vangt de zesmaandentermijn aan op het moment waarop
1. Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4 Artikel 30 van de Vw.
overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.5
4. Eiser heeft op 15 februari 2024 zijn asielaanvraag in Nederland ingediend. Op 29 februari 2024 heeft de minister Duitsland verzocht om informatie over eiser aan te leveren.6 De Duitse autoriteiten hebben op 4 maart 2024 op dit verzoek gereageerd en de gevraagde informatie overgelegd.
5. De rechtbank stelt vast dat de minister vervolgens niet binnen drie maanden na de aanvraag, dus uiterlijk op 15 mei 2024, Duitsland heeft verzocht om eiser over te nemen. De minister is daarom per 16 mei 2024 verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.7 Dit betekent dat de minister in beginsel uiterlijk op
16 november 2024 op de aanvraag had moeten beslissen.8
6. Eiser komt echter uit Syrië. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor Syrië een besluitmoratorium.9 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van
vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.10
7. Het moratorium is mede van toepassing op asielaanvragen waarvan de beslistermijn van zes maanden is verstreken op het moment van de inwerkingtreding van het moratorium.11 De aanvraag van eiser valt onder deze situatie en daarmee dus onder het toepassingsbereik van het moratorium.
8. De minister diende uiterlijk op 15 november 2025 te beslissen op de aanvraag
(16 mei 2024 + zes maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). Eiser heeft de minister op 26 augustus 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet verstreken. De ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend. Het beroep is daarmee niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
10. Het beroep is niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom.
5 Artikel 42, zesde lid, van de Vw.
6 Artikel 34 van de Dublinverordening.
7 ECLI:NL:RBDHA:2025:3378.
8 Artikel 42, eerste lid, van de Vw.
9 Stct. 2024, 41538.
10 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrië.
11 Vgl. ECLI:NL:RVS:2025:3082 en ECLI:NL:RVS:2019:3600, onder 5.3.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 april 2026
Mr. R.J.A. Schaaf A.W. van Eerden
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.