RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.48138
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).
Procesverloop
Bij besluit van 29 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser als kennelijk ongegrond afgewezen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL25.48139) op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder (beiden via een videoverbinding).
Overwegingen
Inleiding
1. Eiser stelt [eiser] te zijn, geboren op [geboortedatum] 1999. Eiser stelt verder dat hij de Libische nationaliteit bezit en dat hij tot de Berberse bevolkingsgroep behoort. Eiser heeft Libië op vijftienjarige leeftijd verlaten vanwege de algemene situatie in dat land. Bij terugkeer naar Libië vreest eiser voor dakloosheid en de terroristen en bendes die overal te vinden zijn.
2. Eiser heeft op 10 februari 2019 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Bij besluit van 31 mei 2019 heeft verweerder deze aanvraag niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland hiervoor verantwoordelijk is. Eiser is niet overgedragen aan Duitsland.
Op 3 augustus 2024 heeft eiser een tweede asielaanvraag ingediend. Bij besluit van
25 januari 2025 heeft verweerder deze asielaanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Tegen dit besluit heeft eiser geen rechtsmiddel aangewend. Op 29 augustus 2025 heeft eiser de onderhavige derde asielaanvraag (de asielaanvraag) ingediend.
Het bestreden besluit
2. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser één asielmotief:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser.
3. Verweerder vindt dit asielmotief niet geloofwaardig. Eiser heeft dit asielmotief volgens verweerder niet met objectieve documenten onderbouwd en heeft geen oprechte inspanning geleverd om zijn asielaanvraag te staven. Hij heeft zich onvoldoende ingespannen om aan documenten te komen. Verder vormen eisers verklaringen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel en kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Verweerder verwijst hierbij naar zijn verklaringen over zijn herkomst, gesproken taal, gebruikte aliassen, presentatie bij de Libische autoriteiten en asielaanvragen in diverse Europese landen die hij niet heeft afgewacht.
4. Volgens verweerder heeft eiser de minister misleid door valse informatie te verstrekken over zich Libische nationaliteit. Ook heeft eiser verklaringen afgelegd die worden beoordeeld als duidelijk onwaarschijnlijk en tegenstrijdig met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst. Daarom heeft verweerder de asielvraag als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw.
5. De Franse autoriteiten hebben op 26 december 2022 een inreisverbod voor de duur van drie jaar aan eiser opgelegd. Volgens verweerder is dit inreisverbod nog steeds geldig en is er geen aanleiding dit inreisverbod op te heffen.
De beroepsgronden
6. Volgens eiser heeft verweerder zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Hij voert daartoe ten eerste aan dat verweerder medisch advies had moeten vragen voorafgaand aan het nader gehoor. Hiertoe was, gelet op zijn toestand en geheugenproblemen, ook alle aanleiding. Dat eiser zelf zegt dat hij er helemaal klaar voor is, had verweerder niet bepalend mogen achten. Mede hierom had verweerder niet mogen verwachten dat hij uitgebreider en consistent kon verklaren over zijn leefomgeving. Verder werpt verweerder eiser ten onrechte tegen dat hij geen laissez-passer van Libië heeft gekregen, omdat onduidelijk is waarom. Dat eiser een ander dialect sprak dan de tolk kan ook betekenen dat eiser niet het klassieke Libisch spreekt. Er is nooit gevraagd welk dialect de tolk sprak, en de tolk zal overstappen naar het dialect van de vreemdeling als hij merkt dat hij een ander dialect spreekt. Verweerder had dit moeten nagaan. De tolk staat ook ingeschreven in het register voor Arabisch Egyptisch, Arabisch Soedanees en het standaard Arabisch. De tolk heeft ook niet aangegeven dat eiser een ander dialect spreekt waarvoor hij niet is ingeschreven. Bovendien heeft eiser meegewerkt aan een taalopname maar de uitkomst daarvan is niet gedeeld. Ten slotte kan uit eisers gebruik van aliassen niet worden opgemaakt dat hij niet uit Libië komt, zeker nu hij eerlijk is geweest over de reden hiervoor.
Beoordeling door de rechtbank
5. De rechtbank merkt op dat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd is ingegaan op wat eiser in de zienswijze heeft aangevoerd. De enkele verwijzing naar de zienswijze kan niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd en geconcretiseerd.
Medisch advies voorafgaand aan nader gehoor
7. Er is geen medisch advies uitgebracht voorafgaand aan het nader gehoor omdat aan eiser de rust- en voorbereidingstermijn is onthouden (artikel 3.109, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000). Dit was omdat eiser overlast had veroorzaakt, zo blijkt uit een brief van verweerder van 12 september 2025 en uit een incidentenlijst van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van 10 september 2025. Als de rust- en voorbereidingstermijn niet geldt, kan verweerder een medisch advies aanbieden als daartoe naar het oordeel van verweerder aanleiding bestaat. Die aanleiding kan bijvoorbeeld bestaan wanneer uit het aanmeldgehoor of uit andere relevante informatie blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat een medisch advies noodzakelijk wordt geacht voordat het nader gehoor wordt afgenomen. Dit staat in paragraaf C1/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
8. Volgens eiser bestond noodzaak voor het medisch advies: het is de eerste aanvraag die inhoudelijk wordt behandeld, hij heeft voorafgaand aan het nader gehoor aangegeven dat hij kampt met een alcohol- en drugsverslaving en maakt melding van depressieve klachten en van geheugenproblemen. Daarnaast vertoonde hij neurotisch gedrag tijdens het nader gehoor. Ook weidde hij veel uit en herhaalde hij veel. Eiser verwijst naar zijn patiëntendossier (bij de zienswijze overgelegd), waarin zijn verklaringen worden bevestigd.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat er geen aanleiding bestond om eiser een medisch advies aan te bieden. De omstandigheden waarnaar eiser verwijst, blijken niet uit het aanmeldgehoor van
11 september 2025 of uit andere informatie die bekend was voorafgaand aan het nader gehoor. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eiser verklaard dat hij last had van een bultje op zijn hoofd en iets op zijn buik. Er was volgens hem niets waar rekening mee moest worden gehouden tijdens het (aanmeld)gehoor. Ook uit eisers gedrag tijdens het aanmeldgehoor heeft verweerder niet hoeven opmaken dat medisch advies noodzakelijk was. Eiser heeft voor het eerst tijdens het nader gehoor verklaard over zijn depressieve klachten, geheugenproblemen en drugsgebruik. Zijn patiëntendossier is ook na het nader gehoor overgelegd. Voor eisers (neurotische) gedrag tijdens het gehoor verwijst hij in de beroepsgronden naar het nader gehoor.
10. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Geloofwaardigheid identiteit, nationaliteit en herkomst
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eisers identiteit, nationaliteit en herkomst niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat het aan eiser is om zijn identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken. Dit volgt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 oktober 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3106).
12. Het is dan ook in eerste instantie aan hem om zijn verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst met (authentieke) documenten te onderbouwen. Doet hij dit niet, dan worden zijn verklaringen alsnog geloofwaardig geacht als de documenten waarover de vreemdeling wel beschikt, zijn overgelegd en een goede verklaring is gegeven vanwege het ontbreken van andere relevante documenten. Verder moeten de verklaringen van de vreemdeling samenhangend zijn, aannemelijk zijn bevonden en niet in strijd met openbare informatie.
13. Eiser heeft geen documenten overgelegd die zijn verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst onderbouwen. Daar gaat de discussie ook niet over. Vervolgens heeft verweerder gekeken of eisers verklaringen alsnog geloofwaardig moeten worden geacht. De rechtbank vindt dat verweerder bij de beoordeling daarvan niet ten onrechte heeft betrokken dat eiser geen enkele inspanning heeft geleverd om alsnog aan documenten te komen en ook heeft verklaard dat hij niets gaat doen om aan documenten te komen (zie de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 9 april 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2398). Daarmee heeft eiser geen goede verklaring gegeven voor het ontbreken van documenten.
14. Ook heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Daarbij heeft verweerder kunnen verwijzen naar eisers beperkte kennis over Tripoli, waar hij vijftien jaar zou hebben gewoond. Voor zover eiser stelt dat hem dit niet kan worden tegengeworpen omdat hij verklaard heeft dat hij geheugenproblemen heeft, verslaafd is en medische problemen heeft, volgt de rechtbank hem hierin niet. Zijn geheugenproblemen zijn niet onderbouwd en de invloed van de andere problemen op zijn vermogen om te verklaren heeft hij ook niet aannemelijk gemaakt. Eiser heeft op de vragen over zijn leefomgeving gewoon antwoord gegeven en niet gezegd dat hij zich het zich niet meer kon herinneren. Verweerder heeft eiser tijdens het nader gehoor geconfronteerd met inconsistenties in zijn verklaringen over zijn herkomst en leefomgeving. Toen heeft eiser niet verwezen naar geheugenproblemen of andere problemen, maar is hij juist bij zijn antwoorden gebleven en heeft hij verklaard dat hij alles heeft verteld en dat alles misschien verwoest is door de oorlog en niet meer bestaat. Daarnaast heeft hij verklaard hij dat iedereen fouten maakt en dat hij misschien door zijn dialect niet goed begrepen was, en dat hij destijds vijftien was.
15. Verweerder heeft ook kunnen betrekken dat er twijfels zijn gerezen over de gesproken taal van eiser, onder andere omdat de tolk bij het GZA zou hebben medegedeeld dat eiser geen Libisch spreekt maar Algerijns. Ook tijdens het nader gehoor bleken hiermee problemen te zijn (“opmerking tolk: … betrokkene spreekt een ander dialect dan de tolk”, p. 3). De tolk bij het nader gehoor, [naam], staat niet geregistreerd voor de taal Arabisch (Algerijns) maar wel voor Arabisch (Libisch). De rechtbank kan eiser op zich kan volgen in zijn standpunt dat dit onvoldoende is voor de conclusie dat eiser uit Algerije komt en niet uit Libië, ook omdat er een taalanalyse is verricht waaruit geen duidelijke conclusie is gekomen (zo heeft verweerder tijdens de zitting toegelicht). Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de twijfel echter wel mee kunnen nemen bij de beantwoording van de vraag of eiser zijn verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ondanks het ontbreken van documenten alsnog aannemelijk heeft gemaakt. Die taak ligt namelijk, zoals hiervoor uiteengezet, bij eiser.
16. Verweerder heeft ook mee kunnen nemen dat eiser bij de Libische autoriteiten is gepresenteerd en dat daaruit voor hem geen laissez-passer voor Libië is gevolgd. Dat onduidelijk is op welke gronden deze is geweigerd, zoals eiser terecht stelt, neemt niet weg dat verweerder daarin een aanwijzing heeft kunnen zien voor twijfel aan eisers gestelde Libische nationaliteit. Dit geldt ook voor het feit dat eiser eerder aliassen heeft gebruikt, wat hij ook niet ontkent. Hiermee staat namelijk vast dat eiser eerder niet consistent is geweest in zijn verklaringen over wie hij is en waar hij vandaan komt. Dat eiser heeft toegelicht waarom hij deze heeft gebruikt, doet hieraan verder niet af.
17. De beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van P. Deinum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.