RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.12284
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en
(gemachtigde: mr. P. Ozturk).
Procesverloop
Bij besluit van 27 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft op 5 maart 2026 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Op 11 maart 2026 heeft verweerder de rechtbank laten weten dat eiser op
6 maart 2026 met onbekende bestemming is vertrokken.
De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser in de gelegenheid gesteld te reageren op dit bericht en aan te geven of hij nog contact heeft met eiser. Gemachtigde heeft hierop op
25 maart 2026 gereageerd en gevraagd om een nadere reactietermijn. Die termijn is gemachtigde gegeven tot 8 april 2026. De gemachtigde van eiser heeft niet meer gereageerd.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd en met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is anders als een vreemdeling na de MOB-melding nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde.
3. Gemachtigde heeft in zijn bericht van 25 maart 2026 aangegeven dat hij rindom het indienen van het beroepschrift en de gronden hiervan nog contact met eiser heeft gehad en hij niet bekend is met het MOB gaan van eiser. Hij heeft de rechtbank gevraagd om hem de gelegenheid te geven te trachten opnieuw in contact te komen met eiser en de rechtbank daarover nader te informeren. Binnen de daarvoor gestelde termijn heeft de gemachtigde niet meer gereageerd.
4. Nu uit de gegevens van verweerder blijkt dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en uit het bericht van de gemachtigde niet volgt dat eiser na de MOB-melding nog contact met hem onderhoudt, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op bescherming in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 9 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.