ECLI:NL:RBDHA:2026:9121

ECLI:NL:RBDHA:2026:9121

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer NL25.9653
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Regulier; mvv; pleegkinderen; grootmoeder; 8 EVRM; hechte persoonlijke banden; beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 in de zaak tussen

[eiser 1], v-nummer: [nummer 1], en

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.9653

[eiser 2] , v-nummer: [nummer 2], eisers

(gemachtigde: mr. S.T.C. Rebergen),

en

(gemachtigde: mr. L.J.M. Rog).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij hun oma (referente). Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich namelijk niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers niet voldoen aan de voorwaarden van het pleegkinderenbeleid, dat de familierechtelijke relatie tussen eisers en referente niet aannemelijk is gemaakt en dat hij eisers niet heeft hoeven horen. Eisers krijgen geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben een mvv-aanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 26 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 30 januari 2025 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 21 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond van de aanvraag

3. Eisers stellen te zijn geboren op [geboortedag 1] 2012 en [geboortedag 2] 2013, de Eritrese nationaliteit te hebben en te wonen in Ethiopië. Referente stelt hun oma te zijn. Zij heeft de Eritrese nationaliteit en verblijft sinds 2022 in Nederland als familie- of gezinslid bij haar dochter, een tante van eisers. Referente stelt tot haar vertrek naar Nederland met eisers te hebben samengewoond en hen te hebben opgevoed en verzorgd. De moeder van eisers is volgens referente ongeveer tien jaar geleden met onbekende bestemming vertrokken en heeft hen bij referente achtergelaten. De vader van eisers is volgens haar ook niet in beeld. Referente heeft eisers bij familieleden in Ethiopië achtergelaten toen zij naar Nederland vertrok. Volgens referente is het in het belang van eisers dat zij zich bij haar kunnen voegen in Nederland. Daarom heeft zij deze mvv-aanvraag namens hen ingediend.

Het bestreden besluit

4. In het bestreden besluit heeft de minister de mvv-aanvraag getoetst aan het pleegkinderenbeleid, en de aanvraag afgewezen. Ten eerste hebben eisers hun identiteit en de familierechtelijke relatie tussen hen en referente niet aangetoond. Nader onderzoek daarnaar is ook niet nodig omdat ook als zou worden uitgegaan van de gestelde identiteiten en de familierechtelijke relatie, niet is gebleken van hechte persoonlijke banden tussen eisers en referente. Er is namelijk niet gebleken dat eisers in Eritrea tot het gezin van referente behoorden. Evenmin is gebleken dat zij in Eritrea geen aanvaardbare toekomst hebben.

Wettelijk kader

5. Aan een minderjarige vreemdeling die als pleegkind in Nederland wil verblijven bij een pleegouder kan een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend als hij in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft. De minister neemt aan dat voor het kind geen aanvaardbare toekomst is weggelegd als hij in het land van herkomst al feitelijk behoorde tot het gezin van de pleegouder en hier nog steeds toe behoort. Een kind behoort en behoorde ook al in het buitenland tot het gezin van de pleegouder als tussen het kind en de pleegouder sprake is van familie- of gezinsleven. Familie- of gezinsleven wordt aangenomen tussen het kind en de pleegouder als uit de feiten en omstandigheden volgt dat er hechte persoonlijke banden tussen hen zijn.

Als het kind in het land van herkomst niet feitelijk behoorde tot het gezin van de pleegouder of hier niet langer toe behoort, heeft het volgens de minister geen aanvaardbare toekomst als er sprake is van zodanige omstandigheden dat het kind niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kan worden verzorgd.

Heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers niet voldoen aan de voorwaarden van het pleegkinderenbeleid?

6. Eisers betogen dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat er geen hechte persoonlijke banden zijn tussen hen en referente. Referente en eisers hebben genoegzaam aangetoond dat tussen hen sprake is van hechte persoonlijke banden. Sinds het vertrek van de moeder heeft referente de kinderen vanaf jonge leeftijd opgevoed en verzorgd als ware het haar eigen kinderen. De emotionele afhankelijkheid is daardoor extra groot en de banden overstijgen dan ook de gebruikelijke omgang tussen een grootmoeder en haar kleinkinderen. Dat referente de kinderen in Ethiopië heeft achtergelaten komt enkel doordat zij in de veronderstelling was dat de kinderen snel na konden reizen. Referente heeft deze mvv-aanvraag niet direct ingediend, omdat zij daar volgens VluchtelingenWerk Nederland (VWN) mee moest wachten. Referente heeft ook vanaf haar aankomst in Nederland aangegeven dat zij de kinderen wil laten overkomen. Referente heeft tijdens de hoorzitting voldoende antwoord gegeven op de gestelde vragen en is niet in de gelegenheid gesteld om de band met eisers uitgebreider toe te lichten. Verder kan het gebrek aan officiële documenten en foto’s niet aan eisers worden tegengeworpen. Het is moeilijk voor mensen uit Eritrea om aan documenten te komen en ze maken slechts bij bijzondere gelegenheden foto’s. In Eritrea wordt ook niet officieel vastgelegd dat men de zorg of voogdij heeft. Referente heeft twee verklaringen van het dorpsbestuur overgelegd. Dat deze handgeschreven zijn is gebruikelijk in Eritrea. Ook is het gebruikelijk dat geen speciaal briefpapier wordt gebruikt. De verklaringen bevatten wél stempels en de laatste verklaring bevat ook een naam, handtekening en dagtekening. Uit het ambtsbericht blijkt bovendien dat documenten in Eritrea vaker worden opgesteld op basis van (drie) getuigenverklaringen. Dat de inhoud van de verklaring niet volledig overeenkomt met de verklaringen van referente is te verklaren door de aard van een ‘getuigenverklaring’ in het algemeen. Het is een weergave van iemands waarneming of herinnering. Het is inmiddels zo’n tien jaar geleden dat de moeder de kinderen bij referente heeft achtergelaten. Ten slotte had de minister gezien het gebrek aan officiële documenten in Eritrea en de grote belangen van de kinderen nader onderzoek moeten aanbieden.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van hechte persoonlijke banden tussen referente en eisers, omdat referente op geen enkele manier heeft aangetoond dat zij voor haar vertrek naar Nederland verantwoordelijk is geweest voor de verzorging en opvoeding van eisers, of dat zij met hen als gezin heeft samengewoond. Als eerste heeft de minister referente mogen tegenwerpen dat zij eisers nooit heeft genoemd tijdens haar aanvraagprocedures om naar Nederland te komen en dat zij de aanvragen voor hen pas in april 2023 heeft ingediend, terwijl zij op dat moment al een half jaar in Nederland verbleef. Dat referente zo heeft gehandeld omdat dit door VWN zou zijn geadviseerd, wordt niet gevolgd, nu referente dit niet heeft onderbouwd. De twee verklaringen van het dorpsbestuur, waarin staat dat de moeder van eisers jaren geleden is vertrokken en zij nu worden verzorgd door referente, heeft de minister onvoldoende mogen vinden. Hierbij is allereerst van belang dat de verklaringen handgeschreven zijn en niet op briefpapier zijn opgemaakt. Ook is de eerste verklaring niet voorzien van een naam van de opsteller of een handtekening. In de tweede verklaring wordt weliswaar een ondertekenaar genoemd, maar uit de verklaring blijkt niet in welke hoedanigheid hij de verklaring heeft opgesteld. Daarnaast worden in de tweede verklaring getuigen bij naam genoemd, maar uit de verklaring blijkt ook niet wie zij zijn, in welke relatie zij met referente of eisers staan en op basis waarvan zij hebben verklaard. Ook zijn er geen kopieën van identiteitsbewijzen bijgevoegd en hebben zij de verklaringen niet ondertekend. Verder heeft de minister er terecht op gewezen dat de inhoud van de verklaringen niet geheel strookt met de verklaringen die referente in deze procedure heeft afgelegd. In de verklaringen wordt aangegeven dat de dochter van referente in april 2016 is vertrokken naar het buitenland, terwijl referente zelf heeft verklaard dat haar dochter ongeveer in april 2015 is vertrokken en de kinderen bij haar heeft achtergelaten. Ook wordt in de tweede verklaring aangegeven dat op het moment dat de dochter in april 2016 vertrok, zij en eisers bij referente woonden. Referente heeft echter bij de hoorzitting verklaard dat haar dochter op dat moment niet bij haar woonde. Vanwege deze afwijkende inhoud wordt referente niet gevolgd in het betoog van haar gemachtigde tijdens de zitting dat de verklaringen niet ter zijde mogen worden geschoven zonder nader onderzoek te doen naar de echtheid van die verklaringen. Verder heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door referente overgelegde foto’s onvoldoende zijn om haar verzorgende en opvoedende rol te onderbouwen. Het is namelijk onduidelijk waar en wanneer de foto’s zijn genomen. Op de foto’s is ook alleen te zien dat referente samen met eisers op verschillende plekken staat. Daaruit blijkt niet dat zij op dat moment hun pleegmoeder zou zijn. Referente heeft ook screenshots van het contact dat tussen eisers en referente zou hebben plaatsgevonden overgelegd, maar de minister heeft er terecht op gewezen dat deze zijn gemaakt vanaf december 2023, toen referente al ruim een jaar in Nederland verbleef. Bovendien kan uit de screenshots niet worden afgeleid tussen wie het contact heeft plaatsgevonden, nu alleen te zien is dat er video- en spraakoproepen zijn geweest. Referente wordt niet gevolgd in haar betoog dat het gebrek aan onderbouwing van haar rol als pleegmoeder niet aan haar kan worden tegengeworpen, omdat het in Eritrea moeilijk is om aan documenten en foto’s te komen. Tijdens de zitting heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat van referente mag worden verwacht dat zij haar rol als pleegmoeder met meer stukken zou kunnen onderbouwen, aangezien referente stelt eisers acht jaar lang te hebben verzorgd en opgevoed. De minister heeft ook voldoende toegelicht dat referente een residentiekaart had kunnen overleggen, of een verklaring van de school waaruit blijkt dat referente de contactpersoon is. Verder heeft de minister wat referente tijdens de hoorzitting heeft verklaard kort en vaag mogen vinden, en dit voldoende gemotiveerd. Aan referente is gevraagd hoe haar leven eruit zag toen de kinderen bij haar verbleven, waarop referente antwoordde dat ze eisers verzorgde en opvoedde als haar eigen kinderen. Hierna zijn haar nadere vragen gesteld over wat eisers overdag deden en of ze soms ziek waren of hulp nodig hadden, waarop ze alleen antwoorde dat eisers steeds speelden en bij haar waren, en dat referente de kinderen naar medische hulpverleners bracht als ze zorg nodig hadden. Referente is dus in de gelegenheid gesteld om haar band met eisers uitgebreider toe te lichten. De minister mocht daarom van referente verwachten dat zij hier meer over zou kunnen verklaren.

Gelet op wat onder 6.1 is overwogen, heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat referente niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ouders van eisers buiten beeld zijn en dat zij dus op de verzorging van referente zijn aangewezen. Reeds om die reden heeft de minister zich ook op het standpunt kunnen stellen dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet of bezwaarlijk door in Eritrea wonende naaste bloed- of aanverwanten kunnen worden verzorgd.

Heeft referente de identiteit en de familierechtelijke relatie tussen haar en eisers aannemelijk gemaakt?

7. Gelet op wat onder 6.1 en 6.2 is overwogen, laat de rechtbank een oordeel over de aannemelijkheid van de familierechtelijke relatie tussen referente en eisers achterwege.

Had de minister eisers moeten horen?

8. Referente betoogt dat de minister ook eisers had moeten horen om hun persoonlijke omstandigheden nader toe te lichten. De minister dient namelijk in het bijzonder rekening te houden met het erkende hogere belang van het kind. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de kwetsbare positie waarin eisers zich momenteel bevinden.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij eisers niet heeft hoeven horen. Hoewel het belang van het kind zwaar meeweegt, heeft de minister zich – gelet op wat onder 6.1, 6.2 is overwogen – tijdens de zitting terecht op het standpunt gesteld dat referente de gestelde hechte persoonlijke banden onvoldoende heeft onderbouwd om tot het horen van eisers over te gaan.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.A. van der Straaten

Griffier

  • mr. J. de Lange

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?