RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser 1,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 25/21301
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] , [V-nummer 4] , [V-nummer 5] , [V-nummer 6] en [V-nummer 7]
[eiseres] , eiseres,
[eiser 2] , eiser 2,
[eiser 3] , eiser 3,
[eiser 4] , eiser 4,
[eiser 5] , eiser 5,
[eiser 6] , eiser 6,
hierna tezamen: eisers,
(gemachtigde: mr. M. Fouad Fattal)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. K. Manuela).
Procesverloop
Eiser 1 en eiseres hebben op 18 december 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de door eiser 1 ingediende aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor eiseres, eiser 2, eiser 3, eiser 4, eiser 5 en eiser 6.
Bij uitspraak van 6 maart 2025, bekendgemaakt op 7 maart 2025, heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser 1 en eiseres gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken, maar binnen twintig weken indien binnen die termijn wordt besloten dat nader onderzoek moet plaatsvinden en dat aan eisers schriftelijk is meegedeeld.
Op 4 november 2025 hebben eisers opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvraag.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank stelt vast dat eiser 1 reeds op 26 oktober 2025 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Bij uitspraak van 31 maart 2026, bekendgemaakt op 1 april 2026, heeft deze rechtbank en zittingsplaats dat beroep kennelijk gegrond verklaard.
2. Nu eiser twee keer een beroep heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan, is het onderhavige beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin
u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit
verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet
deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,
kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.