RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: Awb 26/3558
(gemachtigde: mr. P.R. van de Water)
en
(gemachtigde: mr. L.F. Ludwig).
Procesverloop
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag). Verweerder heeft met het bestreden besluit van 21 november 2025 de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft daarnaast een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen eiser uitgevaardigd.
De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Als tolk is verschenen L. Efe. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Inleiding
1. Eiser heeft de Turkse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1985. Hij heeft op 18 juni 2023 asiel aangevraagd in Nederland.
Het asielrelaas
2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is in Turkije getreiterd omdat hij in zijn overtuigingen en uiterlijk anders is dan zijn leeftijdsgenoten. Hij is meermaals voor ‘homo’ uitgemaakt. Eiser ontfermt zich over zijn katten. Zijn buren hebben de katten in februari 2022 verwond, vanwege de overlast die ze zouden veroorzaken. Eiser is toen boos geworden en heeft hun religie beledigd, dit hebben de buurmeisjes, die tot de Ismail Aga Cemaati gemeenschap horen, gefilmd. Vervolgens is eiser door een aantal leden van deze gemeenschap opgezocht en fysiek en psychisch mishandeld. Eiser is naar het politiebureau gebracht maar de politie heeft toen niks gedaan. Wel moest eiser zich van de politie verontschuldigen tegenover de leden van Ismail Aga Cemaati. Hierna zijn de hokken van de katten van eiser door de gemeente en door een aantal leden van Ismail Aga Cemaati verwijderd. Ook is eiser met een stok achtervolgd door hen en ging het slechter met zijn bedrijf. Eiser is toen naar Izmir vertrokken. In juni 2022 is eiser naar Turkije teruggekeerd om zich te verzoenen met de gemeenschap. Dit is niet gelukt en eiser heeft Turkije daarom tussen en 10 en 13 oktober 2022 definitief verlaten. Bij terugkeer vreest eiser voor vervolging door het Openbaar Ministerie, vanwege het filmpje en de problemen met de gemeenschap. De overheid is verweven met de gemeenschap. De familie van eiser wordt nog steeds lastiggevallen.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen in Turkije met leden van de Aga Cemaati gemeenschap en de regering.
Verweerder acht het eerste relevante element geloofwaardig. Het tweede relevante element acht verweerder ongeloofwaardig.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser zijn gestelde problemen met de Aga Cemaati gemeenschap niet heeft onderbouwd met documenten. Ook voldoet eiser niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder a, b, c, en e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser heeft de video niet overgelegd, heeft summier en oppervlakkig en wisselend verklaard over het doen van aangifte in Turkije en heeft geen bewijs overgelegd dat de officier van justitie weigert om stukken over te leggen of dat vrienden en familie beweren dat het Openbaar Ministerie de video van eiser heeft. De verklaringen van eiser vormen ook geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt dat hij wordt gezocht door de autoriteiten en er is niet gebleken van problemen na zijn vertrek uit Turkije. Ten slotte heeft eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt deze daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het geloofwaardig geachte element is niet te herleiden tot een van de gronden van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag). Dat eiser uit Turkije komt is op zichzelf niet voldoende om een vluchteling te zijn. Ook loopt eiser bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade.
Verweerder heeft tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten, omdat zijn asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser moet terugkeren naar Turkije. Daarnaast is er een inreisverbod van twee jaar tegen eiser uitgevaardigd. Deze periode start zodra eiser Nederland verlaat.
Het beroep
4. Eiser voert aan dat zijn asielrelaas consistent is en wordt ondersteund door objectieve omstandigheden in Turkije. De context van de verklaringen is onvoldoende meegewogen waardoor er een onjuiste interpretatie heeft plaatsgevonden. Eiser heeft alle mogelijke inspanningen geleverd om zijn asielrelaas te onderbouwen. In zijn situatie zijn bepaalde documenten niet te verkrijgen, dit is gezien de omstandigheden in Turkije en de vervolging van eiser verschoonbaar. De late indiening van de asielaanvraag is ook verschoonbaar, nu eiser de verkiezingsuitslag in Turkije afwachtte voordat hij een asielaanvraag in wilde dienen. Daarnaast is sprake van een gegronde vrees voor vervolging en een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije. Eiser heeft een vluchtelingenstatus. Verweerder heeft niet onderzocht of bijzondere individuele omstandigheden een verblijfsvergunning regulier zouden rechtvaardigen. Daarbij is het terugkeerbesluit onterecht vastgesteld. De asielaanvraag had namelijk niet als kennelijk ongegrond afgewezen mogen worden, het onmiddellijke vertrekverbod en het inreisverbod van twee jaar is disproportioneel en onvoldoende gemotiveerd. Eiser heeft een vaste relatie en is voornemens om te gaan trouwen. Aanvullend heeft eiser een tenlastelegging van de Turkse rechtbank overgelegd, waarin eiser wordt beschuldigd van het zich via sociale media beledigend uitlaten tegen de burgemeester van Söke. Ook heeft eiser een deskundigenrapport van de Orde van Advocaten van Turkije overgelegd waarin de tenlastelegging wordt uitgelegd en een beoordeling wordt gedaan van de relevante Turkse wetgeving en praktijk. Hieruit volgt dat gerechtelijke controlemaatregelen kunnen worden toegepast en dat bij zaken inzake beledigingen van openbare ambtenaren vaak zwaardere en disproportionele sancties worden opgelegd in vergelijking met andere strafbare feiten. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in deze zaken schendingen vastgesteld, dit wordt onderbouwd door het arrest van 19 oktober 2021, Vedat Sorli v Turkije, 42048/19. Het is waarschijnlijk dat aan eiser een gevangenisstraf van ten minste een jaar zal worden opgelegd.
Het oordeel van de rechtbank
Problemen met leden van de Aga Cemaati gemeenschap en de regering
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de problemen met de Aga Cemaati gemeenschap ongeloofwaardig zijn.
De rechtbank overweegt dat verweerder een juiste interpretatie heeft gegeven van de verklaringen van eiser. De verklaringen van eiser vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Verweerder heeft bij zijn conclusie over de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser mogen betrekken dat eiser op onderdelen van zijn asielrelaas tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Eiser heeft wisselend verklaard over het doen van aangifte. Eiser verklaart eerst dat hij aangifte heeft gedaan (p. 11 van het aanmeldgehoor). Later verklaart eiser dat hij geen aangifte deed omdat hij blij was dat de mishandeling voorbij was (p. 7 van het nader gehoor). Verweerder merkt in dit kader terecht op dat van eiser verwacht mag worden dat hij consistent kan verklaren. Ook heeft eiser niet inzichtelijk gemaakt waarom de autoriteiten hem zoeken. Eiser heeft Turkije in juni 2022 legaal verlaten en is toen naar Nederland gereisd. Daarna is eiser weer teruggereisd naar Turkije. Tussen 10 en 13 oktober 2022 heeft eiser Turkije opnieuw legaal verlaten. Het is niet gebleken dat eiser bij zijn in- of uitreis problemen heeft ervaren met de Turkse autoriteiten of dat hij in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Ook is eiser nog steeds niet strafrechtelijk vervolgd wegens het filmpje en is daarmee niet inzichtelijk gemaakt dat er na zijn vertrek problemen zijn ontstaan.
Verweerder mag ook aan eiser tegenwerpen dat hij geen goede verklaringen heeft gegeven voor het niet indienen van documenten van de aangifte, de video of de pogingen om toegang tot het dossier te krijgen bij de officier van justitie. Verweerder heeft het ongeloofwaardig mogen achten dat eiser vanwege de video die door zijn buurmeisjes zou zijn gemaakt, in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat en heeft aan eiser tegen mogen werpen dat hij geen aantoonbare inspanning heeft getoond om de video te verkrijgen. Dat eiser stelt niet terug te kunnen naar Turkije en daarom ook niet aan documenten te kunnen komen, is onvoldoende. Verweerder stelt zich ter zitting namelijk terecht op het standpunt dat eiser ook via een advocaat in Turkije of via zijn vrienden en familie aan documenten kan komen. Het ligt op de weg van eiser om zijn relaas met objectieve stukken te onderbouwen en aannemelijk te maken waarom deze niet kunnen worden overgelegd. Eiser is daarin niet geslaagd.
Ook wordt het asielrelaas van eiser niet ondersteund door omstandigheden in Turkije. Hoewel in het ambtsbericht van Turkije van februari 2025 wel staat dat de algemene mensenrechtensituatie in Turkije onder druk staat, onderbouwt dit ambtsbericht het asielrelaas van eiser niet. In het ambtsbericht staat niet dat leden van de Aga Cemaati gemeenschap deel uitmaken van de autoriteiten of invloed uitoefenen over de Turkse autoriteiten.
6. Verweerder heeft zich ter zitting terecht op het standpunt gesteld dat het aanvullend door eiser aangevoerde arrestatiebevel niet ziet op het asielmotief van eiser. De stukken zien op een tenlastelegging vanwege het beledigen van de burgemeester van Söke. Eiser heeft hier in zijn gehoren niet over verklaard. De enkele, niet met bewijs onderbouwde stelling van eiser dat de burgemeester banden zou hebben met de president van Turkije, is onvoldoende. Eveneens ontbreekt concrete onderbouwing over de betekenis van het arrestatiebevel en het deskundigenrapport. Het is onduidelijk hoe de deskundige tot zijn conclusies is gekomen, welke bronnen hij heeft gebruikt en hoe deze geïnterpreteerd moeten worden. Het rapport roept veel vragen op. Gelet op het voorgaande kan geen terechte vrees worden ontleend aan de omstandigheden en is er geen sprake van een schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
7. De beroepsgronden slagen niet.
Zwaarwegendheidsbeoordeling
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Turkije geen persoonlijk reëel risico loopt op ernstige schade of een gegronde vrees heeft voor vervolging. Dat eiser uit Turkije komt is op zichzelf niet genoeg om een vluchteling te zijn. Eiser heeft geen geloofwaardige asielmotieven aangedragen die raakvlak hebben met het Vluchtelingenverdrag, die aannemelijk maken dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade of een gegronde vrees heeft voor vervolging. Dat eiser stelt dat hij bij terugkeer naar Turkije wel een reëel risico loopt op ernstige schade en een gegronde vrees voor vervolging en dat er een geheim onderzoek naar hem loopt, heeft verweerder niet hoeven volgen. Eiser heeft dat namelijk niet aannemelijk gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet.
Artikel 8 EVRM
9. Eiser heeft niet onderbouwd of geconcretiseerd dat sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. De enkele overweging van eiser in de beroepsgronden, dat hij een relatie heeft en dat zij van plan zijn om te gaan trouwen, is daartoe niet voldoende. Ter zitting heeft eiser erop gewezen dat hij sinds 14 maart 2025 getrouwd is met zijn partner. Eiser heeft dit in overleg met zijn vorige gemachtigde gedurende de gehele procedure bewust niet vermeld, zowel in de zienswijze en de beroepsgronden als in de gehoren. Verweerder heeft hierdoor ook niet de gelegenheid gehad om dit in het bestreden besluit mee te wegen. Ook heeft eiser de stelling dat hij al sinds 14 maart 2025 getrouwd zou zijn, niet met stukken onderbouwd. Hieraan kan daarom geen betekenis worden toegekend. Ook heeft eiser niet aangegeven wat zijn concrete belangen zijn van zijn gestelde huwelijk in het kader van de beoordeling van artikel 8 EVRM. Er is bijvoorbeeld niets aangevoerd waaruit zou blijken dat het eventuele gezinsleven niet buiten Nederland kan worden voortgezet. De beroepsgrond slaagt niet.
Verblijfsvergunning regulier
10. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser geen reguliere verblijfsvergunning krijgt op humanitaire gronden, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser geen overige bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd. De enkele stelling van eiser dat verweerder dit niet heeft onderzocht, zonder te concretiseren welke individuele omstandigheden verweerder had moeten onderzoeken, is onvoldoende.
Kennelijk ongegrondverklaring
11. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag heeft kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Eiser is Nederland tussen 10 en 13 oktober 2022 binnengekomen en heeft zich pas op 18 juni 2023 gemeld om asiel aan te vragen. Daarmee heeft eiser zich niet binnen 48 uur na binnenkomst gemeld, zoals volgt uit artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, Vw, in samenhang bezien met paragraaf C2/7.8 Vc. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat van een vreemdeling die stelt bescherming nodig te hebben, mag worden verwacht dat hij zich zo spoedig mogelijk meldt. Dat heeft eiser niet gedaan en dat heeft verweerder eiser mogen tegenwerpen. Dat eiser de verkiezingsuitslag wilde afwachten maakt het voorgaande niet anders, nu verweerder eiser terecht tegenwerpt dat de uitslag van de verkiezingen op 28 mei 2023 bekend was en dat eiser zich toen ook niet zo spoedig mogelijk heeft gemeld. Dit maakt de late melding niet verschoonbaar.
Terugkeerbesluit en inreisverbod
12. Nu de rechtbank van oordeel is dat verweerder eisers aanvraag heeft kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond, was zij ook bevoegd te bepalen dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten op grond van artikel 62, tweede lid, van de Vw. Dit maakt dat verweerder ook een inreisverbod voor de duur van twee jaar mocht opleggen op grond van artikel 66a, eerste lid, onder a, van de Vw. Dit is niet disproportioneel. Eiser heeft niet aangetoond dat hij op dit moment getrouwd is, waardoor hij ook niet in zijn belangen wordt geschaad door de oplegging van het terugkeerbesluit en inreisverbod. Eiser heeft ook geen andere individuele omstandigheden of redenen naar voren gebracht om af te zien van het opleggen van het terugkeerbesluit of inreisverbod, of het verkorten daarvan. Daarom slaagt de beroepsgrond niet.
Conclusie en gevolgen
13. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van
mr. J. Dommerholt, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.