ECLI:NL:RBDHA:2026:9169

ECLI:NL:RBDHA:2026:9169

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer NL25.55842
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Mvv, jongvolwassenenbeleid, bijkomende elementen van afhankelijkheid, hechte persoonlijke banden en geen reformatio in peius.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], geboren op [geboortedatum], moeder van [naam], referent,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.55842

[naam] , geboren op 1 januari 2002, zus van referent,

[naam] , geboren op 7 januari 2006, broer 1 van referent,

[naam] , geboren op 1 april 2014, broer 2 van referent,

V-nummers: [nummer], [nummer], [nummer], [nummer],

eisers,

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),

en

(gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van onder meer deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eisers krijgen dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Referent heeft namens eisers een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 31 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 oktober 2025 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Referent en de gemachtigde van eisers zijn met kennisgeving niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het primaire en het bestreden besluit

Identiteit en familierechterlijke relatie

3. De minister heeft zich in het primaire besluit (onder C) op het standpunt gesteld dat niet voldoende documenten zijn overgelegd waaruit de identiteit van de zus en broer 2 blijkt. De familierechtelijke relatie met de moeder en de broers is volgens de minister in het primaire besluit (onder D) aannemelijk gemaakt, maar de familierechtelijke relatie met de zus is niet aannemelijk gemaakt. Referent en eisers krijgen in het primaire besluit (onder E) door de integrale beoordeling wel het voordeel van de twijfel, waardoor de identiteit en familierechterlijke relatie alsnog aannemelijk is gemaakt. In het bestreden besluit heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de minister nu wel uitgaat van de inhoud van het familieboekje en dat referent daarmee de familierechtelijke relatie met de zus toch aannemelijk heeft gemaakt.

Hechte persoonlijke banden met de broers

Er bestaan volgens de minister in het primaire besluit (onder F) hechte persoonlijke banden tussen referent en zijn broers, maar in het bestreden besluit is de minister hierop teruggekomen. Zo heeft de minister in het bestreden besluit aangegeven dat het primaire besluit er ten onrechte vanuit gaat dat de werkinstructie 2020/16, pagina 8, van toepassing is. Daar staat onder het kopje ‘biologische minderjarige broers en zussen’ dat als minderjarige broers en zussen die bloedverwant zijn in hetzelfde gezin hebben samengeleefd, wordt aangenomen dat sprake is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Er is sprake van samenleving in hetzelfde gezin als de broers en zussen in dezelfde huishouding hebben gewoond. Volgens de minister is dit in het geval van referent niet van toepassing. In het geval van eiser moet er sprake zijn van hechte persoonlijke banden. Samenwoning is hierbij een indicatie, maar is op zichzelf niet voldoende. De minister heeft een paar omstandigheden genoemd en geconcludeerd dat in samenhang bezien er onvoldoende aanleiding is om te spreken van hechte persoonlijke banden met de broers.

Jongvolwassenenbeleid

In het primaire besluit heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiser voldoet aan het jongvolwassenenbeleid en heeft de minister de bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen referent en zijn moeder niet getoetst. Maar ook hier is de minister in het bestreden besluit op terug gekomen. In het bestreden besluit heeft de minister aangegeven dat, hoewel het peilmoment bij een aanvraag op basis van artikel 8 van het EVRM het moment van de aanvraag is, de minister het familie- of gezinsleven dient te beoordelen op het moment van de beslissing op de aanvraag dan wel van het bezwaarschrift, en wel op basis van alle feiten en omstandigheden die zich tot het moment van beslissen hebben voorgedaan. Eiser voldoet niet meer aan de cumulatieve voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 13 april 2023 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat referent zijn leven in Nederland voldoende zelfstandig vorm heeft gegeven. Ten tijde van hoorzitting heeft referent aangegeven dat het goed met hem gaat. Hij is al drie jaar in Nederland, heeft de inburgering afgerond en is begonnen aan een ICT opleiding. Ook heeft referent vrijwilligerswerk gedaan en tijdelijk een baan als oproepkracht vervuld. Dit heeft referent op eigen initiatief gedaan. De minister vindt verder relevent dat referent vanaf 4 januari 2024 een uitkering in het kader van de Participatiewet ontvangt. Met deze bijstand voorziet referent in zijn eigen levensonderhoud en is hij niet afhankelijk van zijn moeder.

Bijkomende elementen van afhankelijkheid

Omdat de voorwaarden binnen het jongvolwassenenbeleid cumulatief zijn, behoeven de overige elementen binnen deze toets volgens de minister geen nadere bespreking. Daarom heeft de minister in het bestreden besluit beoordeeld of tussen referent en zijn moeder bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Volgens de minister is het lastig denkbaar dat er sprake zal zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid als referent niet binnen het jongvolwassenenbeleid valt, in die zin dat referent bijzonder afhankelijk is van zijn moeder. Wel kan het zo zijn dat de moeder bijzonder afhankelijk is van referent, maar daar is volgens de minister geen sprake van. Zo heeft de minister overwogen dat er meerdere redenen zijn voor de verbreking van de samenwoning en dat deze niet louter voortvloeit uit een vluchtsituatie. Er liggen volgens de minister ook economische redenen aan deze verbreking ten grondslag.

Verder heeft de minister aangegeven dat het sinds het overlijden van de vader van referent lastiger is geworden voor het gezin en zij veel kosten niet kunnen betalen, maar uit de verklaringen van referent is niet gebleken dat zijn financiële rol hierdoor groter is geworden. Referent heeft verklaard dat hij nauwelijks geld kan sturen vanuit Nederland. Referent komt zelf met moeite rond. Het gezin van referent komt rond omdat de jongere broer inmiddels 18 jaar is en af en toe werkt. Ook heeft het gezin een oom in Nederland die bijspringt. Daarom heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van financiële afhankelijkheid.

Wat betreft de medische afhankelijkheid heeft de minister aangegeven dat er geen gezondheidsklachten bestaan bij zijn moeder. En wat betreft de emotionele afhankelijkheid heeft referent onvoldoende onderbouwd dat hij zich niet zonder zijn moeder kan handhaven of andersom. In dit verband heeft de minister er op gewezen dat referent inmiddels zelfstandig woont, zijn inburgering volgt en werkt. Wat betreft de moeder heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat zij wordt bijgestaan door de oom in Nederland en nabij overige familie in Turkije woont. De moeder van referent heeft banden met Turkije.

Er zijn verder volgens de minister geen bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen referent en zijn broers. Zo heeft referent nooit een ouderrol vervuld richting zijn broers. Zij zijn primair verzorgd door beide ouders. Hoewel referent toen het gezin naar Turkije vertrok het voortouw moest nemen, hij als eerste de taal leerde en zijn broers overal mee naar toenam, volgt hieruit volgens de minister niet dat er hechte persoonlijke banden zijn. Daarbij komt dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat referent de samenwoning geheel noodgedwongen heeft verbroken. Verder heeft referent tijdens de samenwoning enige tijd arbeid verricht om het gezin bij te staan, maar referent was niet de kostwinnaar. Daarbij is het werken niet geheel ongebruikelijk en werken de broers ook. Ook wijst de minister op de omstandigheid dat referent inmiddels meerdere jaren gescheiden van zijn broers leeft en is zijn rol op afstand beperkt. De stelling van referent dat hij na het overlijden van de vader de vaderrol heeft overgenomen, strookt niet met de verklaring dat referent juist op afstand zeer weinig weet te doen. De stelling van referent dat hij de afspraken inplant als de broers ergens naartoe moeten, heeft de minister niet geloofwaardig gevonden en wijst volgens de minister niet op een intensieve invulling. Daarbij komt dat de broers samenwonen met de moeder en de meerderjarige zus.

Belangenafweging

In het primaire besluit heeft de minister (onder G) een belangenafweging gemaakt en die is in het nadeel van eisers en referent uitgevallen. Omdat de minister in het bestreden besluit tot de conclusie komt dat er geen sprake is van familie- en gezinsleven, worden in het bestreden besluit de aanvragen van eisers reeds om die reden afgewezen en komt de minister niet meer toe aan het maken van een belangenafweging.

De beroepsgronden van eisers

Jongvolwassenenbeleid

4. Eisers voeren wat betreft het jongvolwassenenbeleid aan dat de minister heeft miskend dat referent de stappen naar zelfstandigheid niet uit eigen beweging heeft gezet, maar hiertoe verplicht was volgens de Nederlandse wetgeving. Zo moest referent vanuit het AZC uitstromen naar een woning en was hij inburgeringsplichtig. Ook moest hij een uitkering op grond van de Participatiewet aanvragen, omdat hij anders geen bestaan heeft en is hij daarom ook verplicht zich actief op te stellen ten aanzien van studie en werk. De minister heeft dit referent niet mogen tegenwerpen.

Naar het oordeel van de rechtbank maakt dit betoog niet dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld zoals weergegeven onder 3.2. Zoals volgt uit de door de minister genoemde uitspraak van de Afdeling van 13 april 2023, maar ook uit de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2024 is sprake van zelfstandig en moeiteloos handhaven als een meerderjarig kind zelfstandig is gaan wonen en dat kind er ten tijde van de gezinsherenigingsaanvraag in is geslaagd zijn leven zelfstandig vorm te geven. Als een meerderjarig kind alleen noodgedwongen de noodzakelijke stappen heeft ondernomen om zichzelf staande te kunnen houden, is dat geen zelfstandig of moeiteloos handhaven. De rechtbank volgt het standpunt van de minister zoals weergegeven in het verweerschrift namelijk dat in het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd waarom het hebben van een bijstandsuitkering gezien kan worden als het opbouwen van een zelfstandig bestaan, dat referent zelf deze uitkering heeft aangevraagd en dat het niet zo is dat deze uitkering automatisch verstrekt wordt aan referent omdat hij een vluchteling is. Het betoog van eisers dat referent deze stappen verplicht moest zetten volgt de rechtbank daarom niet. Omdat een uitkering op grond van de Participatiewet verplichtingen met zich brengt, is het juist dat referent verplicht is zich actief op te stellen ten aanzien van studie en werk, maar treft dit in dit verband geen doel. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat referent zich zelfstandig en moeiteloos kan handhaven en er in is geslaagd zijn leven zelfstandig vorm te geven.

5. Eisers voeren verder aan dat de minister ten onrechte heeft opgemerkt dat het lastig denkbaar is dat er sprake zal zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid wanneer referent niet valt binnen het jongvolwassenbeleid. Volgens eisers lopen het jongvolwassenbeleid en de bijkomende elementen van afhankelijkheid niet in elkaar over.

Hoewel eisers gelijk hebben dat het jongvolwassenbeleid en de bijkomende elementen van afhankelijkheid niet in elkaar overlopen, treft het betoog van eisers geen doel. Daartoe overweegt de rechtbank dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat referent, ook al valt hij niet onder het jongvolwassenenbeleid, toch afhankelijk is van zijn moeder. De rechtbank wijst op het hierna volgende.

Bijkomende elementen van afhankelijkheid

6. Ten aanzien van het samenwonen heeft de minister volgens eisers miskend dat zij en referent een zeer lange periode hebben samengewoond. Referent zag op enig moment dat zijn gezin het niet meer redde in Turkije en is om die reden verder gereisd naar Nederland. De minister heeft ten onrechte doen voorkomen dat referent enkel of voornamelijk voor zichzelf naar Nederland is gekomen, maar dat is onjuist. Hij zocht naar een beter bestaan in Nederland voor zijn gezin.

Ook dit betoog maakt niet dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er meerdere redenen zijn voor de verbreking van de samenwoning, dat deze niet louter voortvloeit uit een vluchtsituatie en dat er ook economische redenen aan deze verbreking ten grondslag liggen. Zo heeft de minister in het bestreden besluit niet ten onrechte betrokken dat referent heeft verklaard dat hij geen mogelijkheden meer zag in Turkije en dat referent in dit verband de kosten in Turkije en het kunnen doorstuderen heeft genoemd. Ook heeft de minister niet ten onrechte bij de beoordeling betrokken dat referent heeft verklaard dat hij uitzetting naar Syrië vreesde, maar dat referent niet iets concreets heeft ondervonden wat dit risico voor hem persoonlijk maakte. Gelet hierop heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verbreking van de gezinsband niet louter voortvloeit uit een vluchtsituatie.

7. Eisers voeren ten aanzien van de financiële afhankelijkheid aan dat de minister ten onrechte geen gewicht heeft toegekend aan het feit dat de vader van referent is omgekomen tijdens de aardbevingen in Turkije. De vader was destijds in staat om het gezin financieel te onderhouden in Turkije. Nu moet een jongvolwassene van net 18 jaar het gezin in Turkije noodgedwongen onderhouden, terwijl de situatie voor Syriërs in Turkije al moeilijk is. Referent voelt zich als oudste zoon nog altijd verantwoordelijk voor zijn gezin. Referent probeert juist voor zijn gezin te zoeken naar oplossingen, zoals het indienen van onderhavige aanvraag.

Ook dit betoog maakt niet dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt zoals weergegeven onder 3.4. Daartoe overweegt de rechtbank dat de omstandigheden dat referent zich verantwoordelijk voelt en daarom onderhavige aanvraag heeft ingediend niet maken dat referent het gezin in Turkije financieel nauwelijks onderhoudt. Omdat referent verder niet bestrijdt dat uit zijn verklaringen niet blijkt dat zijn financiële rol door het overlijden van de vader groter is geworden, het gezin van referent rond komt omdat de jongere broer inmiddels 18 jaar is en af en toe werkt en dat het gezin een oom in Nederland heeft die bijspringt, treft het betoog van eisers geen doel.

8. Ten aanzien van de medische afhankelijk is volgens eisers van belang dat het mentale welzijn van eisers en referent verslechtert. De minister heeft dit ten onrechte niet betrokken bij de besluitvorming. Ten aanzien van de emotionele afhankelijkheid voeren eisers aan dat referent geen andere keus heeft gehad dan zelfstandig te wonen, de inburgering te volgen en een studie te volgen. Tot slot voeren eisers aan dat sinds het overlijden van de vader referent als oudste zoon meer verantwoordelijkheid draagt binnen het gezin en met name voor zijn jongere broers en zus.

De rechtbank volgt het standpunt van de minister zoals weergegeven onder 3.5. De enkele en niet onderbouwde stelling van eisers dat het mentale welzijn van eisers en referent verslechtert maakt niet de minister ten onrechte heeft aangegeven dat er geen gezondheidsklachten zijn. Het betoog van eisers dat de minister dit ten onrechte niet heeft betrokken bij de besluitvorming treft dan ook geen doel. Ook het betoog ten aanzien van de emotionele afhankelijkheid treft gelet op wat hiervoor onder 4.1 is overwogen geen doel. Van noodgedwongen, noodzakelijke en verplichte stappen zetten is geen sprake.

Hechte persoonlijke banden

9. Wat betreft de hechte persoonlijke banden tussen de broers en referent voeren eisers aan dat het niet duidelijk is waarom de minister werkinstructie 2020/16 niet meer volgt. Volgens eisers is dit in strijd met het beginsel van reformatio in peius.

De rechtbank volgt het betoog van eisers niet. Daartoe overweegt de rechtbank dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het beoordelen van het bezwaar een volledige heroverweging is. De minister dient alle feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van het nemen van het besluit mee te nemen. Dit betekent dat de minister mag afwijken van het oorspronkelijk standpunt in het primaire besluit. Verder is de rechtbank met de minister van oordeel dat geen sprake is van reformatio in peius, omdat het rechtsgevolg van het primaire besluit in het bestreden besluit hetzelfde is gebleven.

10. Tot slot voeren eisers aan dat de minister ten onrechte heeft aangenomen dat referent nooit voor de broers heeft gezorgd. Referent heeft een geruime tijd met zijn broers samengewoond en ongetwijfeld ook als broer zorg- en opvoedtaken verricht. Sterker nog, referent heeft in Turkije werkzaamheden verricht om het gezin financieel te ondersteunen. Het bestreden besluit is op dit punt gebrekkig gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank treft ook dit betoog geen doel. Daartoe overweegt de rechtbank dat de minister in het bestreden besluit heeft gemotiveerd dat bij de beoordeling of sprake is van hechte banden samenwoning een indicatie is, maar op zichzelf niet voldoende. Omdat eisers het standpunt van de minister zoals weergegeven onder 3.6. niet gemotiveerd bestrijden, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister zich ten onrechte op dat standpunt heeft gesteld. De enkele stelling dat referent geruime tijd met zijn broers heeft samengewoond en ook als broer zorg- en opvoedtaken verricht en heeft gewerkt, is onvoldoende voor een ander oordeel. Van een motiveringsgebrek en een onzorgvuldig tot stand gekomen besluit is daarom geen sprake.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. van Waterschoot

Griffier

  • mr. M.A. Buikema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?