ECLI:NL:RBDHA:2026:9173

ECLI:NL:RBDHA:2026:9173

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer NL25.60764
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

jezidi / ontheemdenkamp KAR / normale woon- of verblijfplaats / gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.60764

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. J.G. Brands)

en

(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven, omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sinds medio 2024 de ontheemdenkampen in de KAR als normale woon- of verblijfplaats worden aangemerkt voor jezidi’s die afkomstig zijn uit de Sinjar-regio. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar het ontheemdenkamp geen reëel risico loopt in de zin van artikel 3 van het EVRM. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . De minister heeft met het bestreden besluit van 8 december 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook is eiser een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij jezidi is en afkomstig is uit de regio Sinjar in Irak. In augustus 2014, toen IS aan de macht kwam, moesten hij en zijn familie hun woonplaats ontvluchten. Tot zijn vertrek in 2023 woonde hij in het ontheemdenkamp Qadiya bij Zakho in de regio Duhok. Eiser heeft Irak verlaten, omdat hij door de moslim bevolking werd beledigd en gediscrimineerd vanwege zijn religie en zijn etniciteit. Werk vinden is praktisch onmogelijk en door de imams wordt er jegens jezidi’s haat gepredikt.

Het bestreden besluit

4. Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat eiser op 25 juli 2023 internationale bescherming heeft gekregen in Griekenland. De minister heeft er niet voor gekozen om eisers asielaanvraag om die reden niet-ontvankelijk te verklaren. In het bestreden besluit heeft de minister eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw 2000, omdat hij niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was.

Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;

Eisers verklaringen over discriminatie als jezidi.

De minister acht deze relevante elementen geloofwaardig maar dit maakt volgens de minister niet dat eiser te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De minister geeft aan dat uit het meest recente algemeen ambtsbericht van 2023 blijkt dat jezidi niet meer, omwille van hun geloof, het risico lopen om in algemene zin slachtoffer te worden van geweld of ernstige schade. De Iraakse grondwet garandeert vrijheid van godsdienst voor elke Iraakse burger en vanuit de autoriteiten worden er inspanningen gedaan om de jezidi’s te laten terugkeren naar hun oorspronkelijke leefgebied. Daarnaast bestaan er initiatieven bij de overheid om IS-slachtoffers te compenseren door het verstrekken van financiële steun. Hoewel bekend is dat er discriminatie van jezidi’s plaatsvindt in Irak, is die niet van dien aard dat eiser niet heeft kunnen functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied. In het huidige landgebondenbeleid voor Irak worden de jezidi’s dan ook niet meer aangemerkt als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging. Ook behoort eiser niet tot één van de andere risicoprofielen zoals benoemd in paragraaf C7/16.3.2 van de Vc 2000. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij op basis van persoonlijke omstandigheden bij terugkeer te vrezen heeft vanwege het feit dat hij jezidi is. Voorts stelt de minister zich op het standpunt dat eiser evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Tot slot wordt eiser tegengeworpen dat hij zich na zijn inreis in Nederland niet onmiddellijk heeft gemeld. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.

Gronden

5. Eiser heeft zich in zijn gronden beroepen op de erbarmelijke omstandigheden waaronder de jezidi’s in de ontheemdenkampen moeten wonen. Deze kampen worden door de minister dan ook ten onrechte aangemerkt als normale woon- of verblijfplaats waarnaar hij zou kunnen terugkeren zonder risico te lopen in de zin van artikel 3 van het EVRM. In dit kader verwijst eiser naar de volgende uitspraken:

- Rechtbank Groningen, 18 augustus 2025;

- Rechtbank Haarlem, 31 oktober 2025;

- Rechtbank Arnhem, 5 november 2025;

- Rechtbank Den Haag, 2 december 2025;

- Rechtbank Groningen, 12 februari 2026.

Daarnaast stelt eiser zich op het standpunt dat hem ten onrechte een terugkeerbesluit is opgelegd. Onder verwijzing naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 17 oktober 2025 en 12 februari 2026 voert eiser aan dat de minister, in het geval dat een vreemdeling een asielstatus heeft in Griekenland, verplicht is de afwijzing van de aanvraag met de Griekse autoriteiten te delen. Vervolgens is het aan de Griekse autoriteiten om te bepalen of zij de vluchtelingenstatus intrekken. Zolang daarvan niet is gebleken kan er geen terugkeerbesluit worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Situatie in het ontheemdenkamp

6. De rechtbank stelt vast dat de minister het vluchtelingenkamp Qadiya bij Zakho beschouwt als de normale woon- of verblijfplaats van eiser. De gemachtigde van de minister heeft dit tijdens de zitting bevestigd. In haar uitspraak van 4 februari 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats geoordeeld dat door de minister niet inzichtelijk is gemotiveerd wat nu heeft gemaakt dat sinds 2024 anders wordt aangekeken tegen het aanmerken van de ontheemdenkampen in de KAR, waartoe ook Qadiya bij Zakho behoort, als normale woon- of verblijfplaats van jezidi’s die afkomstig zijn uit de Sinjar regio. In het in 2019 geldende beleid is vastgesteld dat ontheemde jezidi’s het bovengemiddeld zwaar hadden in de KAR en daar niet, naar lokale maatstaven gemeten, op een normaal niveau konden functioneren. Medio 2024 is besloten dat deze ontheemdenkampen in de KAR wel kunnen worden beschouwd als normale woon- en verblijfplaats voor jezidi’s uit de Sinjar regio. Deze beleidswijziging heeft deze rechtbank en zittingsplaats in haar uitspraak van 4 februari 2024 onvoldoende inzichtelijk gemotiveerd geacht. In de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van onder andere 27 februari 2025, 8 juli 2025 en 18 augustus 2025 is dit standpunt herhaald. In haar uitspraak van 24 november 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats geoordeeld dat dit ook heeft te gelden voor de situatie van jezidi’s die buiten de ontheemdenkampen in de KAR wonen. Ook in die gevallen dient de minister uiteen te zetten wat maakt dat voor de jezidi’s de situatie medio mei 2024 in de KAR verbeterd is.

De rechtbank constateert dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat de minister de feitelijke situatie in de ontheemdenkampen of in zijn algemeenheid in de KAR voor jezidi’s heeft onderzocht. Evenmin is aangegeven waarom de situatie in de kampen verbeterd is sinds 2019. Daar komt bij dat er op 7 november 2025 een thematisch ambtsbericht is verschenen waarin uitgebreid de huidige situatie in de kampen in de KAR wordt beschreven. Blijkens het thematisch ambtsbericht heeft het federale Iraakse ministerie van Migratie en Ontheemding in januari 2024 besloten om de 23 op dat moment resterende formele vluchtelingenkampen onder het gezag van de Koerdische regionale regering te sluiten. Dit besluit is uitgesteld maar leidde volgens het thematisch ambtsbericht desondanks tot terugtrekking van hulp en het vertrek van verschillende (internationale) organisaties. Daarbij hebben de kortingen van de regering van president Trump ten aanzien van de USAID gemaakt dat veel (lokale) hulporganisaties hun activiteiten hebben moeten staken. Dit resulteerde volgens het thematisch ambtsbericht in een gebrek aan basisvoorzieningen, een gebrek aan medische zorg, een gebrek aan psychosociale ondersteuning en slechte leefomstandigheden in de kampen. In het licht van deze informatie is de rechtbank van oordeel dat de minister niet alleen heeft nagelaten te motiveren waarom de KAR als normale woon- of verblijfplaats van jezidi’s uit de Sinjar-regio kan worden aangemerkt, maar bovendien onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de huidige situatie in de ontheemdenkampen niet maakt dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM zoals volgt uit het arrest Sufi en Elmi.

Terugkeerbesluit

7. Nu uit het voorgaande volgt dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser geen stand kan houden, geldt dit alleen daarom al ook voor het terugkeerbesluit. Aanvullend stelt de rechtbank echter nog vast dat eiser internationale bescherming heeft in Griekenland. De minister kan de door Griekenland verleende vluchtelingenstatus niet intrekken of beëindigen. Die mogelijkheid staat alleen open voor de Griekse autoriteiten. Ambtshalve is het de rechtbank bekend dat de Griekse autoriteiten niet reageren op de Nederlandse verzoeken daartoe. Dit laat naar het oordeel van de rechtbank echter onverlet dat de minister geen terugkeerbesluit kan nemen in zaken van Griekse statushouders voordat hij de uitkomst van zijn beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een asielstatus heeft gedeeld met de Griekse autoriteiten en deze in reactie daarop hebben aangegeven dat zij aanleiding zien om de verleende asielstatus in te trekken. Ook om deze reden kan het terugkeerbesluit geen stand houden.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal daarom niet ingaan op wat eiser verder aan beroepsgronden heeft aangevoerd. Het besluit wordt vernietigd, omdat sprake is van motiveringsgebreken. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten of in mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?