[naam] , verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker tot het treffen van de voorlopige voorziening om gedurende de behandeling van zijn beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag niet te worden uitgezet.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep van verzoeker gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van
€ 934,- per punt).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.