ECLI:NL:RBDHA:2026:9180

ECLI:NL:RBDHA:2026:9180

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer C/09/674623 / HA ZA 24-917
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Geschil tussen advocaat en (voormalig) cliënte over betalingen facturen van advocaat. Vorderingen betaling facturen en beëindigingsvergoeidng toegewezen. Vorderingen in reconventie (vernietiging opdrachtovereenkomst o.b.v. misbruik van omstandigheden, bedrog en/of dwaling, dan wel het buiten toepassing laten van bepaalde afspraken o.g.v. art. 6:248 lid 2 BW) afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel

zaak-/rolnummer: C/09/674623 / HA ZA 24-917

Vonnis van 25 maart 2026

in de zaak van

[partij A] B.V. te Den Haag,

eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,

advocaat: mr. L.A.H. Jie Sam Foek,

tegen

1. . STRUKTON CIVIEL B.V. te Utrecht,2. STRUKTON CIVIEL PROJECTEN B.V.te Utrecht,3. IMMONTEC B.V. te Utrecht,

gedaagden in conventie, Strukton Civiel B.V. tevens eiseres in reconventie,

advocaat: mr. R.J.W. Analbers.

[partij A] B.V. zal hierna worden aangeduid als [partij A] . Gedaagden in conventie (en gedaagde sub 1 tevens eiseres in reconventie) zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als Strukton Civiel, Strukton Civiel Projecten en Immontec en gezamenlijk als Strukton c.s.

1. Waar gaat deze zaak over?

[partij A] vordert in conventie betaling van verschillende facturen. Deze facturen zien op werkzaamheden die zij als advocaat van Strukton c.s. heeft verricht, door haar voorgeschoten griffierechten en een contractueel overeengekomen beëindigingsvergoeding. Strukton Civiel vordert in reconventie de vernietiging van de opdrachtovereenkomst op basis van misbruik van omstandigheden, bedrog en/of dwaling, dan wel het buiten toepassing laten van bepaalde afspraken omdat nakoming daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst zonder wijziging blijft bestaan en Strukton Civiel de facturen moet betalen aan [partij A] .

2. De procedure

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

- de rolbeslissing van 20 augustus 2025 en de daarin genoemde stukken;

- de akte overlegging producties 14 tot en met 19 van [partij A] van 17 september 2025;- de antwoordakte van Strukton c.s. van 15 oktober 2025 met producties 30 tot en met 34;

- de akte uitlating producties van [partij A] van 12 november 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

[partij A] is een advocatenkantoor opgericht door mevrouw [naam 1] . Zij heeft zowel de Nederlandse als de Saudi-Arabische nationaliteit en is advocaat in zowel Nederland als in het Koninkrijk Saudi-Arabië (hierna: KSA).

Strukton Civiel Projecten verloor op 22 mei 2021 in KSA een procedure in hoger beroep tegen [naam 2] . In het vonnis werd Strukton Civiel Projecten veroordeeld tot betaling van € 25.000.000 aan [naam 2] .

Op 3 augustus 2021 zijn [partij A] en Strukton Civiel Annexes A en B overeengekomen. In Annex A staat onder meer:

“Summary of the services to be delivered to Strukton (as identified in the Quotation):

- [naam 1] (given the last name [achternaam] under Dutch law) in addition to being a registered lawyer (advocaat) in the Netherlands, is a Saudi citizen who has access to the necessary and relevant Saudi Government applications and platforms (such as Absher, Najiz, etc.), and will, as much as the systems allow:

o attach her Saudi citizen ID number to Strukton;

o continuously monitor communications, notifications and official correspondence addressed to Strukton and attached to her ID;

o inform Strukton of such communications and notifications on a bi-weekly basis or immediately (within 24 hours), on the basis of the level of urgency;

- Where necessary, and upon request, where Strukton requires additional support regarding matters relating to its subsidiaries, affiliates or projects in Saudi Arabia, and where access to any Saudi Government authorities, whether through their applications or platforms, or in person is needed, the form (through [naam 1] ’s registration) will provide such support;

- The firm prepared a Power of Attorney for Strukton for the above listed services, and provided support with completion of the necessary legalization procedure (including the ultimate legalization at the KSA Embassy in The Hague);

- The firm will take care of the necessary legalizations and registration of the POA in KSA;

- Strukton agrees to fully indemnify [naam 1] and/or [partij A] B.V. for any liabilities, claims, costs or damage she/it may suffer due to the provision of this service and whether directly or indirectly related to Strukton, or to any third party.”

De diensten zoals opgenomen in Annex B zien met name op het heropenen van de procedure tegen [naam 2] .

Op 4 augustus 2021 zijn [partij A] en Strukton Civiel een “Quotation” (hierna: de Opdrachtovereenkomst) overeengekomen uit hoofde waarvan [partij A] de juridische diensten uit Annex A en B zou verlenen met betrekking tot juridische aangelegenheden van Strukton c.s. in KSA.

In artikel 4.3 van de Opdrachtovereenkomst zijn onder meer de volgende prijsafspraken gemaakt:

“For the Services Listed in Annex A:

- A regular monthly off-take for the duration of the use of the service with a fixed monthly fee of € 1,000,- (excluding VAT and costs, if any) to be paid in advance, in the month prior to the off-take of the service; and

- An ongoing rate for the time spent performing the work under the service excluding any requirement of travel of € 700,00 per hour (excluding 21% VAT).

- If and when required, travel costs as per the DPA.

For the Services Listed in Annex B :

- For legal fees:

o A one off discount for the first 15 hours of reading and studying the dossier already completed, at a flat rate of € 450.00 per hour amounting to € 6,750.00 (excluding 21% VAT/8,167.50 including VAT) immediately payable as in attached Invoice number 100812;

o An ongoing flat rate of € 700.00 per hour (excluding 21% VAT) subject to periodical biannual review, and excluding any out of picket costs and taxes, with regular notifications for every time the accumulated hours exceed 100 hours or € 70,000.00 (excluding 21% VAT).

o An immediately payable advance retainer for 75 hours of work, amounting to € 52,500.00 (excluding VAT and costs) to be topped off periodically until the end of the service;

o If and when required, travel costs as per the DPA.

(…)”

In artikel 8 van de Opdrachtovereenkomst is een beëindigingsvergoeding opgenomen:

“Upon executing this Quotation, it shall become the binding Contract between the Parties; this Contract shall then continue to be effective and may not be terminated except by mutual written agreement of Strukton and [partij A] jointly. Nevertheless, if this Contract is unilaterally terminated by Strukton, the following will apply:

- If this Contract is terminated after submitting the objection statement, then Strukton shall be liable to immediately pay [partij A] a penalty on the amount of € 1,000,000.00 (excluding 21% VAT) plus any outstanding amount for the services provided and any out of pocket costs, taxes and VAT.

- If this Contract is terminated after reopening the proceedings before the General Court and/or the Appeal Court and/or opening the proceedings before the Supreme Court, then Strukton shall be liable to immediately pay [partij A] a fixed penalty on the amount of € 1,500,000.00 (excluding 21% VAT) plus any outstanding amount for the services provided and any out of pocket costs, taxes and VAT.

Strukton shall pay the applicable penalty amount as described above within 30 days from receiving a written invoice issued by [partij A] without the need of any further action.”

Op de Opdrachtovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van [partij A] van toepassing. In artikel 9 daarvan is onder meer het volgende opgenomen:

“As a rule, a client will be invoiced on a monthly basis for the work carried out. Payment is due within 14 calendar days of the invoice date, unless otherwise stated on the invoice. If payment is not made within this time, [partij A] may, without further notice, exercise its right to charge and receive statutory interest. […]”

Strukton Civiel en [partij A] hebben onderhandeld over de Opdrachtovereenkomst en Annexes, waarbij Strukton Civiel werd bijgestaan door een advocaat, mr. Acda.

Buitenlandse (rechts)personen konden (destijds) alleen toegang krijgen tot de Saudische rechtbanken en overheidsinstanties wanneer zij vertegenwoordigd werden door een Saudisch staatsburger met een Saudisch persoonlijk identiteitsnummer (hierna: Saudi ID). Dit was ook nodig om toegang te krijgen tot de portals en e-diensten van overheidsinstellingen in KSA en om met die overheidsinstellingen te communiceren. Bovendien moest de vertegenwoordiger op basis van een volmacht zijn/haar persoonlijke nummer aan de buitenlandse (rechts)persoon koppelen.

Op 5 augustus 2021 heeft [naam 1] in KSA haar Saudi ID verbonden aan Strukton c.s. en Strukton c.s. hebben [naam 1] daartoe een volmacht verleend.

Tussen partijen is inmiddels niet langer in geschil dat [naam 1] op 5 augustus 2021 namens Strukton c.s. een Objection Statement heeft ingediend inzake de [naam 2] -procedure.

Bij beschikking van 19 september 2022 heeft de Court of Appeal het verzoek tot heropening van de [naam 2] zaak afgewezen.

Op 17 maart 2023 wordt de heer [naam 3] door de Raad van Commissarissen geschorst als bestuurder van de Strukton Groep.

Op 10 mei 2023 en 13 juni 2023 heeft Strukton c.s. [partij A] verzocht de werkzaamheden te staken. Sindsdien zijn partijen met elkaar in discussie over de facturen en de door [partij A] uitgevoerde werkzaamheden.

De volgende facturen die [partij A] aan Strukton c.s. heeft verstuurd zijn onbetaald gebleven:

Factuurnr.:

Omschrijving:

Bedrag

(incl. BTW):

Factuurdatum:

[factuurnummer 1]

Annex A service for the period July 2023 till September 2023

€ 3.630

10-08-2023

[factuurnummer 2]

Annex A service for the period October 2023 till November 2023

€ 2.420

02-11-2023

[factuurnummer 4]

External Service Provider Alnimr Alarabi Holding LCC (Piyadh, KSA): number 2201001 dated 28 March 2023. For the period 01-12-2021 to 31-12-2021

€ 80.651,34

22-11-2023

[factuurnummer 5]

External Service Provider Alnimr Alarabi Holding LCC (Piyadh, KSA): number 2204002 dated 19 April 2023. For the period 01-01-2022 to 31-03-2022

€ 125.262,83

22-11-2023

[factuurnummer 6]

External Service Provider Alnimr Alarabi Holding LCC (Piyadh, KSA): number 2207003 dated 8 July 2023. For the period 01-04-2022 to 30-06-2022

€ 98.281,65

22-11-2023

[factuurnummer 8]

External Service Provider Alnimr Alarabi Holding LCC (Piyadh, KSA): number 2201204 dated 10 July 2023. For the period 01-07-2022 to 31-12-2022

€ 175.718,62

22-11-2023

[factuurnummer 7]

Annex A service for the period December 2023

€ 1.210

09-01-2024

[factuurnummer 3]

Najiz Court Registration Fee

€ 2.695,76

10-01-2024

[factuurnummer 9]

Annex A service for the period January 2024

€ 1.210

11-01-2024

[factuurnummer 10]

Annex A service for the period February 2024

€ 1.210

16-01-2024

[factuurnummer 11]

Annex A service for the period March 2024

€ 1.210

01-02-2024

[factuurnummer 12]

Hours billed from 01-01-2023 to 31-12-2023

€ 48.533,28

09-02-2024

[factuurnummer 13]

Annex A service for the period April 2024

€ 1.210

15-03-2024

[factuurnummer 14]

Annex A service for the period May & June 2024

€ 2.420

06-05-2024

Totaal (inclusief BTW):

€ 545.663,48

Op 24 mei 2024 is de Opdrachtovereenkomst door Strukton c.s. beëindigd.

Op 17 juni 2024 heeft [partij A] Strukton c.s. een factuur gestuurd ter betaling van de beëindigingsvergoeding van € 1.500.000,- exclusief BTW, met een betalingstermijn van 20 dagen. De factuur is niet voldaan.

4. Het geschil

in conventie

[partij A] vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Strukton c.s. hoofdelijk veroordeelt om aan [partij A] tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag te betalen van € 484.054,28 (inclusief BTW);

II. Strukton c.s. hoofdelijk veroordeelt om aan [partij A] tegen behoorlijk bewijs van kwijting primair een bedrag te betalen van € 1.815.000, althans subsidiair een bedrag van € 1.210.000 (beide bedragen inclusief BTW);

III. Strukton c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente te rekenen vanaf de onderscheidenlijke dagen van verzuim, althans te veroordelen tot betaling van de wettelijke handelsrente te rekenen vanaf de onderscheidenlijke dagen van verzuim;

IV. Strukton c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775;

V. Strukton c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [partij A] van de kosten van de procedure, vermeerderd met nakosten en rente.

[partij A] legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat veertien facturen niet zijn voldaan. De werkzaamheden en griffierechten waar deze facturen betrekking op hebben zijn conform de Opdrachtovereenkomst verricht en/of door [partij A] voorgeschoten. Het gaat in totaal om een bedrag van € 545.639,28 (inclusief BTW) minus € 60.375 aan door Strukton c.s. betaald voorschot en € 1.210 gecrediteerde nota. Daarnaast hebben Strukton c.s. de Opdrachtovereenkomst voortijdig en eenzijdig beëindigd, nadat de [naam 2] -zaak reeds was heropend. [partij A] heeft aan Strukton c.s. een factuur voor de beëindigingsvergoeding gestuurd, die eveneens onbetaald is gebleven. Verder zijn Strukton c.s. wettelijke (handels)rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan [partij A] verschuldigd.

Strukton c.s. voeren verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij A] in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten.

Strukton c.s. voeren daartoe – samengevat – aan dat de Opdrachtovereenkomst alleen is gesloten met Strukton Civiel en dat daarom de vorderingen jegens de andere partijen moeten worden afgewezen. Bovendien betwisten Strukton c.s. de facturen omdat zij de inhoud en omvang van de verrichte werkzaamheden niet kan controleren of nagaan. [partij A] maakt namelijk niet inzichtelijk op welk dossier de vorderingen zouden zien en ook niet dat zij de facturen met betrekking tot diensten van Alnimr Alarabi Holding LCC en het griffierecht voor Najiz Court heeft voldaan. De beëindigingsvergoeding is niet verschuldigd, omdat Strukton de vernietiging daarvan inroept op grond van bedrog, misbruik van omstandigheden en/of dwaling. Bovendien is de procedure tegen [naam 2] nooit heropend, waardoor de gevorderde beëindigingsvergoeding van € 1.500.000 niet betaald hoeft te worden. Tot slot zijn er geen incassowerkzaamheden verricht en kan op basis van de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de Opdrachtovereenkomst niet de wettelijke handelsrente worden toegewezen, maar slechts de wettelijke rente.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in reconventie

Strukton Civiel vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

I. voor recht verklaart dat de Opdrachtovereenkomst onder invloed van bedrog, dan wel misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen; en

II. de Opdrachtovereenkomst op grond van artikel 3:44 BW vernietigt;

subsidiair:

III. voor recht verklaart dat Strukton Civiel bij het sluiten van de Opdrachtovereenkomst heeft gedwaald ten aanzien van de rol en (tuchtrechtelijke) verantwoordelijkheid van [partij A] en de procedurele gang van zaken in Saudi-Arabië en de Opdrachtovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand is gekomen; en

IV. de Opdrachtovereenkomst op grond van artikel 6:228 lid 1 BW vernietigt;

meer subsidiair:

V. voor recht verklaart dat het beroep van [partij A] op de in de Opdrachtovereenkomst opgenomen beëindigingsvergoeding en de Annex A-vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is; en

VI. de gevolgen van de tussen Strukton Civiel en [partij A] gesloten overeenkomst van opdracht op grond van artikel 6:248 lid 2 BW wijzigt, inhoudende dat de bepalingen ten aanzien van de Annex A-vergoeding en de beëindigingsvergoeding komen te vervallen en [partij A] geen aanspraak kan maken op de op deze grondslagen gevorderde vergoedingen.

Strukton Civiel legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag. De Annex A-vergoeding en de beëindigingsvergoeding zijn overeengekomen ter dekking van de bijzondere risico’s die [partij A] en/of mevrouw [naam 1] in KSA zouden lopen. Van de risico’s waarop de relevante bepalingen van de Opdrachtovereenkomst zijn gebaseerd, blijkt in de praktijk echter geen sprake te zijn. Als Strukton Civiel wist dat de risico’s die [partij A] had medegedeeld niet bestonden, had Strukton Civiel de overeenkomst niet onder dezelfde voorwaarden gesloten. Daarnaast wist of behoorde [partij A] te begrijpen dat [naam 3] de grip op de realiteit bij het aangaan van de Opdrachtovereenkomst grotendeels was verloren, waardoor [partij A] hem tot het verrichten van een rechtshandeling had moeten weerhouden in plaats van dat te bevorderen.

[partij A] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij A] in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.

[partij A] voert daartoe – samengevat – aan dat de vernietigingsvorderingen zijn verjaard. Bovendien bestonden de door haar geschetste risico’s wel degelijk en enkele daarvan hebben zich zelfs verwezenlijkt. Overigens geschiedde alle communicatie betreffende de onderhandelingen van de Opdrachtovereenkomst met de heer [naam 4] (destijds bestuurder van Strukton Civiel Projecten) en advocaat mr. Acda. Pas op de dag dat de Opdrachtovereenkomst werd ondertekend had [partij A] voor het eerst contact met de heer [naam 3] . Daarnaast werd hij meer dan 20 maanden later pas geschorst als bestuurder, waardoor niet van [partij A] kan worden verwacht dat zij bij het aangaan van de Opdrachtovereenkomst al op de hoogte was van enige omstandigheid waardoor de heer [naam 3] de Opdrachtovereenkomst niet kon aangaan. De Annex A-vergoeding is tot slot niet overeengekomen ter dekking van bijzondere risico’s, maar omdat iedere maand doorlopende werkzaamheden dienden te worden verricht vanwege de koppeling van het Saudi ID van [naam 1] aan Strukton c.s.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

In reconventie

De rechtbank beoordeelt eerst de reconventionele vorderingen van Strukton Civiel aangezien deze het meest verstrekkend zijn.

Geen misbruik van omstandigheden

Naar het oordeel van de rechtbank is de Opdrachtovereenkomst niet tot stand gekomen door misbruik van omstandigheden door [partij A] . [partij A] heeft gemotiveerd betwist dat zij tijdens de onderhandelingen over de Opdachtovereenkomst met (alleen) de heer [naam 3] heeft gevoerd. Zij onderhandelde met de heer [naam 4] en mr. Acda, de advocaat van Strukton Civiel. Pas op de dag van ondertekening van de Opdrachtovereenkomst had [partij A] voor het eerst (kort) contact met de heer [naam 3] . Bovendien kon van [partij A] niet worden verwacht dat zij op dat moment al op de hoogte was van enige bijzondere omstandigheid aan de zijde van de heer [naam 3] waardoor hij werd bewogen tot het verrichten van een rechtshandeling. De Raad van Commissarissen van de Strukton Groep heeft de heer [naam 3] namelijk pas meer dan 1,5 jaar na totstandkoming van de Opdrachtovereenkomst geschorst als bestuurder. De reconventionele vorderingen I en II kunnen daarom niet op deze grond worden toegewezen.

Geen bedrog

Ook het betoog van Strukton Civiel dat er sprake is geweest van bedrog houdt, in het licht van de gemotiveerde betwisting door [partij A] , geen stand.

Partijen zijn het erover eens dat zij de beëindigingsvergoeding uit de Opdrachtovereenkomst zijn overeengekomen vanwege de (vermeende) (veiligheids)risico’s die [partij A] en/of mevrouw [naam 1] in KSA zou lopen door het vertegenwoordigen van Strukton c.s. in procedures in KSA en de koppeling van [naam 1] ’s Saudi ID aan Strukton c.s. De vraag die voorligt is of de mededelingen van [partij A] over die risico’s onjuist waren.

Ter onderbouwing van haar standpunt dat er geen enkel (veiligheids)risico bestaat voor een advocaat in KSA, heeft Strukton Civiel in de onderhavige procedure een rapport ingediend van een in KSA gevestigde advocaat. Aan deze advocaat heeft zij onder meer vragen voorgelegd over de kans op vereenzelviging van een advocaat met zijn cliënt in KSA, de risico’s van koppeling van de Saudi ID van de advocaat aan de cliënt en de gevolgen van onttrekking van een advocaat tijdens lopende procedures in KSA. De conclusie van dit rapport is dat er geen risico’s bestaan voor vereenzelviging of nadelige gevolgen bij onttrekking van de advocaat in het geval dat de cliënt de overeenkomst met diens advocaat beëindigt.

[partij A] heeft dit rapport gemotiveerd betwist door zelf een rapport in te dienen van een andere in KSA gevestigde advocaat, waarin wordt geconcludeerd dat er in KSA (in de praktijk) wel enige risico’s bestaan voor vereenzelviging van advocaat en cliënt:

“4.1 Under Saudi legal principles, as established by the Code of Law Practice […] and relevant judicial practices, a lawyer is clearly distinguished from the client and acts strictly in a representative capacity. The law recognizes the lawyer’s role as an agent […] who submits claims, defenses, and evidence on behalf of the client. However, in practice particularly through digital platforms such as NAJIZ this distinction can become procedurally blurred, giving rise to confusion or conflation of identities in certain scenarios.

(…)

This can create an operational conflation between a lawyer and client identities, despite the legal reality being otherwise. These are technical and procedural issues, not substantive legal errors, but they can lead to confusion and even procedural risk. These issues were particularly pronounced during and shortly after the COVID-19 pandemic, when Saudi courts transitioned rapidly to digital platforms.

(…).”

Ook kunnen er nadelige gevolgen zijn voor advocaten die hun Saudi ID aan een cliënt hebben gekoppeld en zich van een lopende zaak onttrekken:

“9.1 Yes, under Saudi Law and judicial practice, there can be serious consequences for a lawyer (or a legal representative) who withdraws from representation improperly or in sensitive cases, particularly where the lawyer’s personal identity number (…) is linked to the case in the Najiz system.

These consequences range from professional disciplinary sanctions to civil liability, and in rare or aggravated cases potential criminal referrals. The severity depends on the circumstances of the case, the type of court, and the legal effect of the withdrawal on the proceeding.

A lawyer may face personal liability if (a) they abandon a case without giving proper notice or without replacing themselves with a new authorized representative; (b) their withdrawal causes loss of rights or default judgements against the client; or (c) the Najiz system associates the claim with their ID, making it appear that the lawyer has personally relinquished the claim (…). As such, these circumstances could lead to: Compensation claims under (…); Complaints to the Saudi Bar Association (…); and Civil lawsuits for misrepresentation or breach of fiduciary duty.

In serious or sensitive matters such as: (a) Cases involving foreign parties without presence in KSA; (b) Enforcement proceedings where the lawyer is deemed to be the only accessible representative; or (c) Ongoing investigations, e.g. by Nazaha (…) involving corruption or misconduct, a resigning lawyer without coordination or whose actions cause obstruction of proceedings or loss of access to a party can be referred to the Public Prosecution by either; the presiding judge; the enforcement judge; or investigative authorities like Nazaha.

In some rare cases, especially when linked to public rights (…), this referral may lead to investigation for interference, obstruction of justice, or abuse of representation offenses that could theoretically lead to detention or charges under Saudi criminal law.

(…)”

Strukton Civiel weerspreekt de conclusies uit het door [partij A] overgelegde rapport niet. Zij meent dat het rapport juist onderschrijft dat er geen enkel risico bestond voor [partij A] en verwijst daarbij onder ander naar de hiervoor geciteerde punten 9.3 en 9.4 uit dat rapport. Daaruit zou volgens Strukton Civiel volgen dat er alleen risico’s bestaan in het geval dat [partij A] de Opdrachtovereenkomst beëindigt en niet Strukton Civiel. De rechtbank concludeert echter dat uit de in randnummer 5.6 opgenomen citaten volgt dat er wel degelijk nadelige gevolgen kunnen zijn voor een advocaat die zich onttrekt van een zaak voor een partij die niet (tevens) in KSA is gevestigd en waaraan het Saudi ID van de advocaat is verbonden. Bovendien bestond er, volgens dit rapport, tijdens en kort na de coronapandemie ook een risico op vereenzelviging van advocaat met cliënt. Op basis van het voorgaande kan niet worden geconcludeerd dat [partij A] bij het aangaan van de Opdrachtovereenkomst (in de zomer van 2021) een onjuist beeld heeft geschetst van de (procedurele) gang van zaken in KSA en de risico’s die zich daarbij voor [partij A] en/of mevrouw [naam 1] zouden kunnen voordoen.

Bovendien heeft [partij A] onweersproken aangevoerd dat enkele risico’s zich ook jegens haar hebben verwezenlijkt in een zaak voor Strukton Civiel Projecten. In de uitspraak in die zaak van de Riyadh Enforcement Court van 25 november 2021 is onder meer het volgende geoordeeld:

“(…)

Daarbovenop beveelt de rechtbank de verwijzing van eiseres (Strukton Civiel Projecten B.V. en haar filiaal, en de gemachtigde [naam 1] (identiteitsnummer [nummer] ) naar het Openbaar Ministerie om te beoordelen of een openbare strafvordering moet worden ingesteld wegens het afleggen van onjuiste verklaringen voor de rechtbank en het instellen van een vordering met het oogmerk om de executie te belemmeren.

(…)”

Strukton Civiel heeft hier slechts tegenin gebracht dat dit geen bewijs is van de bijzondere risico’s die mevrouw [naam 1] liep in KSA, maar dat dit enkel samenhangt met haar eigen opstelling als advocaat. De rechtbank volgt Strukton Civiel hierin niet. Deze gang van zaken toont immers aan dat er mogelijk sprake is van vereenzelviging tussen advocaat en cliënt, nu mevrouw [naam 1] wordt beticht van het pogen de tenuitvoerlegging van rechtsmaatregelen te belemmeren door het instellen van een vordering, terwijl deze vordering niet door haar, maar door Strukton Civiel Projecten is ingesteld. Dit kan voor [naam 1] kennelijk risico’s op strafvervolging met zich brengen.

In het licht van voorgaande gemotiveerde betwisting van [partij A] , die door Strukton Civiel niet (voldoende) is weersproken, heeft Strukton Civiel onvoldoende onderbouwd gesteld dat er geen enkel risico voor [partij A] en/of mevrouw [naam 1] zou zijn bij het aangaan van de Opdrachtovereenkomst. Er is daarom geen sprake van een onjuiste mededeling aan de zijde van [partij A] . Hierdoor faalt het beroep van Strukton Civiel op bedrog door [partij A] . De primaire reconventionele vorderingen I en II kunnen daarom ook niet op deze grond worden toegewezen.

Strukton Civiel heeft niet gedwaald

Het oordeel uit randnummer 5.10, dat er ten tijde van het aangaan van de Opdrachtovereenkomst geen sprake was van een onjuiste mededeling door [partij A] , betekent ook dat Strukton Civiel wat betreft de (veiligheids)risico’s voor [partij A] en/of [naam 1] geen onjuiste voorstelling van zaken had. Hierdoor slaagt ook het beroep op dwaling niet.

Daarnaast geldt voor de stelling dat Strukton Civiel zou hebben gedwaald omdat zij niet op de hoogte was dat het [partij A] tuchtrechtelijk niet is toegestaan om een beëindigingsvergoeding te bedingen het volgende. Tussen partijen staat vast dat er over de beëindigingsvergoeding is onderhandeld. Daarbij werd Strukton Civiel bijgestaan door een (externe) advocaat, die zelf op de hoogte was van de Gedragsregels advocatuur en het tuchtrecht. Gezien de deskundige juridische bijstand van Strukton Civiel, en daarmee de bekendheid met het tuchtrecht voor advocaten, valt hetgeen Strukton Civiel naar voren heeft gebracht naar verkeersopvattingen binnen haar risicosfeer en kan een beroep op dwaling niet worden aangenomen.

Op basis van het voorgaande worden subsidiaire vorderingen III en IV in reconventie afgewezen.

Beëindigingsvergoeding wordt niet buiten toepassing gelaten

Of de Annex A-vergoeding en de beëindigingsvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn in de zin van 6:248 lid 2 BW en een beroep daarop door [partij A] daarom onaanvaardbaar is, moet terughoudend worden beoordeeld. Hierbij moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen, waaronder de aard en verdere inhoud van de overeenkomst, de maatschappelijke positie en onderlinge verhouding van partijen, de wijze waarop het beding tot stand is gekomen en de mate waarin Strukton Civiel zich de strekking van het beding bewust is geweest.

De rechtbank oordeelt dat het beroep dat [partij A] doet op nakoming van de Annex A-vergoeding en de beëindigingsvergoeding niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Hiervoor is van belang dat de Opdrachtovereenkomst, waarin deze beide bedingen zijn opgenomen, tussen twee professionele partijen is gesloten. Strukton Civiel werd bij de onderhandelingen bovendien bijgestaan door een externe advocaat. Zoals eerder aangehaald hebben partijen ook onderhandeld over de beëindigingsvergoeding. Daarmee was Strukton Civiel zich dus bewust van het feit dat er een financiële sanctie stond op het vroegtijdig beëindigen van de Opdrachtovereenkomst. Dat dit mogelijk haar keuzevrijheid zou beperken, had zij gezien die juridische bijstand ook van te voren al kunnen weten. Dat Strukton Civiel achteraf ontevreden is over de door mr. Acda in dit kader verleende juridische bijstand valt binnen haar eigen risicosfeer. Bovendien is Strukton Civiel onderdeel van de Strukton Groep, die een jaaromzet heeft van circa € 1,5 miljard. De hoogte van de beëindigingsvergoeding is afgezet tegen deze jaaromzet ook niet onredelijk hoog. Bovendien is reeds geoordeeld dat de redenen waarom de beëindigingsvergoeding overeen is gekomen valide zijn. Tot slot is ook de Annex A-vergoeding niet onredelijk hoog, nu deze maandelijks slechts 1,5 keer het uurtarief van [naam 1] bedraagt. Hierom moeten de meer subsidiaire reconventionele vorderingen V en VI ook worden afgewezen.

Verjaringsverweer

Omdat alle reconventionele vorderingen op inhoudelijke gronden worden afgewezen, gaat de rechtbank niet in op het verjaringsverweer van [partij A] .

Proceskosten

Strukton Civiel is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij A] worden begroot op:

- salaris advocaat

4.631

(1 punt × € 4.631)

- nakosten

148

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

4.779

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

In conventie

Vorderingen jegens Strukton Civiel Projecten en Immontec worden afgewezen

De vorderingen van [partij A] zijn gebaseerd op de Opdrachtovereenkomst. In die Opdrachtovereenkomst is alleen Strukton Civiel genoemd als partij. Ook de door [partij A] verstuurde facturen zijn alleen aan Strukton Civiel gericht. Dat in de Opdrachtovereenkomst is opgenomen dat er ook voor Strukton Civiel Projecten en Immontec werkzaamheden verricht konden worden en dat deze ook daadwerkelijk zijn verricht, is onvoldoende voor toewijzing van de vorderingen jegens hen. De vorderingen jegens Strukton Civiel Projecten en Immontec worden daarom afgewezen.

Strukton Civiel moet factuur [factuurnummer 3] betalen

Strukton Civiel heeft de factuur met factuurnummer [factuurnummer 3] , die ziet op kosten voor griffierechten bij het Najiz Court, na overlegging van een betaalbewijs door [partij A] niet langer betwist en moet deze dus aan [partij A] betalen.

Strukton Civiel moet de facturen die zien op werkzaamheden van [partij A] betalen

[partij A] heeft de facturen met factuurnummers [factuurnummer 4] , [factuurnummer 5] , [factuurnummer 6] , [factuurnummer 8] en [factuurnummer 12] onderbouwd met urenspecificaties van de door haar uitgevoerde werkzaamheden.

Strukton Civiel heeft, gezien de onderbouwing aan de hand van urenspecificaties, de facturen onvoldoende gemotiveerd betwist. Zij heeft deze namelijk slechts in het algemeen betwist, door aan te voeren dat de gefactureerde werkzaamheden niet zijn overeengekomen en niet inzichtelijk is welke werkzaamheden [partij A] precies heeft verricht. De door [partij A] overgelegde urenspecificaties maken de uitgevoerde werkzaamheden echter juist inzichtelijk. Het had daarom op de weg van Strukton Civiel gelegen om aan te duiden voor welke specifieke werkzaamheden zij geen opdracht zou hebben gegeven. Dit heeft zij nagelaten. Bovendien is onbetwist dat [partij A] naast werkzaamheden voor de heropening van de procedure tegen [naam 2] sinds 2021 ook andere werkzaamheden voor Strukton c.s. heeft uitgevoerd. Tot maart 2023 heeft Strukton Civiel [partij A] ook steeds betaald voor die uitgebreidere werkzaamheden. Op basis van het voorgaande moet worden geoordeeld dat de bedragen op de facturen voldoende zijn onderbouwd. De vordering die ziet op betaling van de facturen met factuurnummers [factuurnummer 4] , [factuurnummer 5] , [factuurnummer 6] , [factuurnummer 8] en [factuurnummer 12] wordt daarom toegewezen. [partij A] heeft voor de factuur met factuurnummer [factuurnummer 5] echter € 24,20 (inclusief BTW) minder gevorderd dan zij heeft gefactureerd, waardoor het gevorderde mindere wordt toegewezen.

Strukton Civiel moet de Annex A-facturen betalen

[partij A] heeft voor de facturen die zien op de Annex A-vergoeding verwezen naar de Opdrachtovereenkomst. De Annex A-vergoeding is een maandelijks tarief dat wordt gerekend voor de werkzaamheden die volgen uit de koppeling van het Saudi ID van [naam 1] aan procedures van Strukton c.s. in KSA. Nu de Opdrachtovereenkomst pas op 24 mei 2024 is opgezegd, meent [partij A] dat de Annex A-facturen tot die datum nog betaald moeten worden.

De rechtbank oordeelt dat Strukton Civiel de nog openstaande Annex A-facturen moet voldoen. Dit zijn partijen namelijk contractueel overeengekomen. Strukton Civiel heeft in dat kader onvoldoende gemotiveerd betwist dat [partij A] maandelijks Annex A-werkzaamheden heeft verricht. Voor maart 2023 zijn de zogenaamde Annex A-facturen ook overigens nooit door Strukton Civiel betwist. Strukton Civiel zal daarom ook deze facturen moeten betalen.

Strukton Civiel moet een beëindigingsvergoeding van € 1.210.000 betalen

Nu (in reconventie) is geoordeeld dat de beëindigingsvergoeding rechtsgeldig is overeengekomen en vaststaat dat de Opdrachtovereenkomst door Strukton Civiel is beëindigd, dient te worden beoordeeld of Strukton Civiel een van de beëindigingsvergoedingen verschuldigd is.

Niet kan worden vastgesteld dat de procedure tegen [naam 2] daadwerkelijk heropend is. Wel lijkt hier een poging toe gedaan te zijn en is er griffierecht betaald voor het indienen van het verzoek tot heropening van de procedure. Nergens uit blijkt echter dat de relevante rechtbank ook heeft bevestigd dat de procedure is heropend. Nu de heropening door Strukton Civiel gemotiveerd is betwist, is onvoldoende onderbouwd gesteld dat de procedure is heropend en Strukton Civiel de beëindigingsvergoeding van € 1.815.000 (inclusief BTW) verschuldigd is.

Wel staat tussen partijen inmiddels vast dat de Objection Statement op 5 augustus 2021 door [partij A] is ingediend. Daarom moet Strukton Civiel een beëindigingsvergoeding van € 1.210.000 (inclusief BTW) betalen aan [partij A] .

Wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten

[partij A] vordert betaling van de facturen vermeerderd met wettelijke (handels)rente. Volgens artikel 9 van de op de Opdrachtovereenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden is Strukton Civiel bij te late betaling van de facturen alleen wettelijke rente verschuldigd en niet wettelijke handelsrente. Dit betekent dat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen.

[partij A] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [partij A] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [partij A] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 6.775 worden toegewezen.

Proceskosten

Strukton Civiel is in conventie overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij A] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

120,92

- griffierecht

9.825,00

- salaris advocaat

13.893,00

(3 punten × € 4.631,00)

- nakosten

148,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

23.986,92

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank:

in conventie

wijst de vorderingen jegens Strukton Civiel Projecten en Immontec af;

veroordeelt Strukton Civiel om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 484.054,28 (inclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt Strukton Civiel om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 1.210.000 (inclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 11 oktober 2024, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt Strukton Civiel om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 6.775 aan buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt Strukton Civiel in de proceskosten van € 23.986,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

in reconventie

wijst de vorderingen van Strukton Civiel af;

veroordeelt Strukton Civiel in de proceskosten van € 4.779, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

in conventie en in reconventie:

veroordeelt Strukton Civiel tot betaling van € 98 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt Strukton Civiel tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart dit vonnis wat betreft de beslissingen onder 6.2, 6.3, 6.4, 6.5, 6.7, 6.8, 6.9 uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Boogers en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?