ECLI:NL:RBDHA:2026:9183

ECLI:NL:RBDHA:2026:9183

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer NL26.106 & NL26.107
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De rechtbank concludeert in deze uitspraak dat verweerder niet voldoende heeft gemotiveerd dat in het geval van eisers ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Gelet op de in het AIDA-rapport geschetste omstandigheden is er een reële kans dat eisers enige tijd geen toegang tot opvang zullen krijgen. Verweerder is onvoldoende ingegaan op deze situatie en heeft hierbij de belangen van de minderjarige kinderen onvoldoende betrokken. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. Dit betekent dat eisers gelijk krijgen

Uitspraak

[eiser 1] , eiser 1,

V-nummer: [# 1]

[eiseres 1] , eiseres 1,

V-nummer: [# 2]

[eiser 2] , eiser 2,

V-nummer: [# 3]

[eiseres 2] , eiseres 2,

V-nummer: [# 4]

Mede namens de minderjarige kinderen van eiser 1 en eiseres 1:

[naam kind 1] en [naam kind 2] ,

V-nummers: [# 5] en [# 6]

hierna gezamenlijk te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. C.H. van den Berg - Klijbroek),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R.I. Schreinemachers).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen het niet in behandeling nemen hun asielaanvraag. Eisers stellen een gezin te zijn bestaande uit vader, moeder, twee meerderjarige kinderen en twee minderjarige kinderen. Zij stellen allen de Moldavische nationaliteit te hebben. Hun gestelde geboortedata zijn respectievelijk [geboortedatum 1] 1987, [geboortedatum 2] 1987, [geboortedatum 3] 2005, [geboortedatum 4] 2006, [geboortedatum 5] 2012 en [geboortedatum 6] 2017. Zij hebben op 29 oktober 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Uit Eurodac is gebleken dat zij eerder verzoeken om internationale bescherming hebben ingediend in België. Verweerder heeft de asielaanvraag met het bestreden besluit van 31 december 2025 niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de aanvraag. Eisers hebben ook een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zijn op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser 1, eiseres 1, eiser 2, de gemachtigde van eisers, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank en de voorzieningenrechter

Waarover gaat deze uitspraak?

2. De rechtbank concludeert in deze uitspraak dat verweerder niet voldoende heeft gemotiveerd dat in het geval van eisers ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Gelet op de in het AIDA-rapport geschetste omstandigheden is er een reële kans dat eisers enige tijd geen toegang tot opvang zullen krijgen. Verweerder is onvoldoende ingegaan op deze situatie en heeft hierbij de belangen van de minderjarige kinderen onvoldoende betrokken. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. Dit betekent dat eisers gelijk krijgen. De rechtbank legt hierna uit, aan de hand van de beroepsgronden van eiseres, hoe zij tot dat oordeel komt en wat de gevolgen hiervan zijn.

Wat houdt het bestreden besluit in?

3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft verweerder op 1 december 2025 en 2 december 2025 terugnameverzoeken gedaan voor eisers bij de Belgische autoriteiten. De Belgische autoriteiten hebben deze verzoeken op 4 december 2025 en 8 december 2025 aanvaard op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, van de Dublinverordening. Verweerder heeft geen aanleiding gezien om de asielaanvraag van eisers onverplicht in behandeling te nemen.

Heeft verweerder ten aanzien van België mogen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?

4. Eisers voeren aan dat ten aanzien van België niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit het AIDA-rapport over België (2024 update) volgt dat Dublinterugkeerders geen automatische toegang hebben tot opvangvoorzieningen als zij een herhaalde asielaanvraag hebben ingediend, ook niet wanneer het een gezin met minderjarige kinderen betreft. Dit komt ook overeen met de eigen ervaringen van eisers. Zij hebben al meermaals asiel aangevraagd in België. Tijdens de meest recente asielprocedure werden zij niet toegelaten tot de opvang. In dat kader wijzen eisers ook op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 24 oktober 2025, de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen van 4 november 2025 en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 5 februari 2026. Uit deze uitspraken volgt dat ten aanzien van gezinnen met (jonge) kinderen sprake is van tekortkomingen die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid hebben bereikt. Verweerder heeft ook niet voldoende gemotiveerd dat adequate opvang wel beschikbaar is voor deze doelgroep. Daar komt bij dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in haar uitspraak van 23 juli 2025 heeft geoordeeld dat voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ten onrechte heeft verweerder alsnog besloten om eiser 2, de meerderjarige zoon van eiser 1 en eiseres 1, over te dragen aan België.

Uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 volgt ook dat asielzoekers geen toegang hebben tot effectieve rechtsbescherming van hun recht op opvang. Verweerders standpunt dat eisers in België kunnen klagen over de opvangvoorzieningen, gaat daarom niet op.

Verweerder stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Daarbij heeft verweerder verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2024, de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 2 april 2025 en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 27 juni 2025.

De rechtbank stelt vast dat de Afdeling in haar uitspraak van 13 maart 2024 heeft geoordeeld dat ten aanzien van België kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In haar uitspraak van 23 juli 2025 is de Afdeling in zoverre teruggekomen van de uitspraak van 13 maart 2024 dat ten aanzien van België voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit deze uitspraak volgt dat voor wat betreft de opvangsituatie in België – voor zover het niet-kwetsbare alleenstaande mannen betreft – er niet langer sprake is van tijdelijke tekortkomingen, maar van tekortkomingen die als structureel moeten worden beschouwd. Verder volgt uit die uitspraak dat asielzoekers in België geen toegang hebben tot effectieve rechtsbescherming van hun recht op opvang. Dit omdat is gebleken dat de Belgische autoriteiten onverschillig staan tegenover de tekortkomingen in de opvangvoorzieningen en weigeren gerechtelijke uitspraken uit te voeren en dwangsommen te betalen.

Naar het oordeel van de rechtbank is in het bestreden besluit sprake van een motiveringsgebrek ten aanzien van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Daartoe is het volgende redengevend.

Eisers hebben in het verleden meermaals asielaanvragen ingediend in België. Bij overdracht aan België zullen zij dan ook worden aangemerkt als Dublinterugkeerders met een herhaalde asielaanvraag. Verweerder stelt zich in dit kader op het standpunt dat de Belgische autoriteiten met het expliciete claimakkoord hebben gegarandeerd dat zij eisers verzoek om internationale bescherming in behandeling nemen en dat dit verzoek wordt beoordeeld in lijn met de verschillende Europese richtlijnen op het gebied van asielrecht. Bovendien zijn zij niet eerder overgedragen aan België in het kader van de Dublinverordening. Verweerder verwijst hierbij ook naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 2 april 2025. In die uitspraak is geoordeeld dat het systeem dat de Belgische autoriteiten geen opvang verlenen aan asielzoekers die een opvolgende aanvraag indienen voordat de aanvraag ontvankelijk is verklaard, voldoet aan de normen van de Opvangrichtlijn. De rechtbank vindt deze verwijzing onvoldoende. Dat de Opvangrichtlijn toestaat bij opvolgende aanvragen in het algemeen materiële opvangvoorzieningen in te trekken of te beperken, zoals verweerder terecht heeft aangevoerd, betekent niet dat dit in deze situatie is toegestaan. Uit het AIDA-rapport over België (2024 update) blijkt immers dat Dublinterugkeerders onder de algemene praktijk voor opvolgende aanvragen vallen en dat die systematisch uitgesloten zijn van opvang. Zij kunnen zich inschrijven op een wachtlijst, waarna ze na veelal enkele maanden worden toegelaten tot een opvanglocatie. Uit dit rapport volgt dat dit ook geldt voor gezinnen met minderjarige kinderen. Gelet op de in dit rapport geschetste omstandigheden acht de rechtbank de kans reëel dat eisers, een gezin met (minderjarige) kinderen met een opvolgende asielaanvraag, enige tijd geen toegang tot opvang krijgen na overdracht aan België.

Daarnaast constateert de rechtbank dat verweerder niet heeft betrokken in hoeverre het geen toegang hebben tot opvang ingaat tegen de belangen van de minderjarige kinderen van eisers.

Met verweerders argument dat eisers recht zullen hebben op medische en juridische hulp totdat over de ontvankelijkheid van de asielaanvraag is beslist en dat zij kunnen klagen bij de Belgische autoriteiten indien zij geen opvang ontvangen, is het motiveringsgebrek niet hersteld. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hierbij miskent wat de Afdeling daarover heeft geoordeeld in de eerder aangehaalde uitspraak van 23 juli 2025. Het recht op juridische hulp is niet voldoende. Zonder een goed systeem van rechtsbescherming kunnen individuen moeite hebben om hun rechten te doen gelden, waardoor hun fundamentele rechten niet adequaat worden beschermd.

De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot de conclusie dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er ten aanzien van België kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot gezinnen met (minderjarige) kinderen die een opvolgende asielaanvraag indienen. Aan een bespreking van de argumenten die zien op de overdracht van eiser 2 als niet-kwetsbare alleenstaande man komt de rechtbank niet meer toe. Verweerder heeft zich in beroep namelijk op het standpunt gesteld dat hij tot het kerngezin behoort. Dit brengt met zich mee dat ook voor hem, evenals voor de overige gezinsleden, een reële kans bestaat dat hij na overdracht aan België gedurende enige tijd geen toegang tot opvang zal krijgen.

5. Al gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking en het beroep is al om die reden gegrond. De rechtbank komt daarom niet toe aan de bespreking van wat verder door eisers is aangevoerd in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening.

Wat is de conclusie?

6. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit bevat een motiveringsgebrek. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen op de asielaanvraag van eisers en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

Nu met deze uitspraak op het beroep van eisers is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af.

Omdat het beroep gegrond is, krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- bij een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Omdat aan eisers een toevoeging is verleend, moet verweerder deze vergoeding betalen aan de gemachtigde van eisers.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 31 december 2025;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eisers, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan de gemachtigde van eisers.

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan de gemachtigde van eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.F.P. van Brunschot, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover dit gaat over het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?