ECLI:NL:RBDHA:2026:9214

ECLI:NL:RBDHA:2026:9214

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 09/353100-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Malieveldrellen. Openlijk geweld tegen personen en goederen. Diefstal van AED. Oplegging gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Toewijzing vorderingen tot schadevergoeding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/353100-25

Datum uitspraak: 17 april 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] ,

locatie [locatie] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 19 januari 2026 (pro forma) en 3 april 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.P. Tuinenburg en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. T. Scheffer naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 3 april 2026 – ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 20 september 2025 te 's-Gravenhage op/aan (de omgeving van) A12, het Malieveld, Koekamp, Koekamplaan, althans in 's-Gravenhage, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten politieambtenaren, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- opdringen,

- gooien van harde voorwerpen, ((gevulde) blikjes, balken/latten/palen/stokken, glaswerk, stenen, en/of straatmeubilair) en/of (ontstoken) vuurwerk en/of

- slaan en trappen tegen en/of in de richting van die politieambtenaren

en/of

tegen een of meer goederen, te weten een hekwerk (van een hertenweide) en/of politievoertuig(en) en/of (politie)paarden, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- lostrekken van latten/palen van dat hekwerk,

- staan en/of springen op een politievoertuig,

- omgooien van een politievoertuig,

- gooien van harde voorwerpen, ((gevulde) blikjes, balken/latten/palen/stokken, glaswerk, stenen, en/of straatmeubilair en/of (ontstoken) fakkels en/of vuurwerk,

- slaan en/of trappen in, in de richting van en/of tegen die politievoertuigen en/of (politie)paarden en/of - slaan met een wapenstok tegen die politievoertuigen;

2

hij op of omstreeks 20 september 2025 te ’s-Gravenhage op/aan (de omgeving van) de Koekamplaan, althans in ’s-Gravenhage, een AED, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Nationale Politie, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen AED onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming;

3

hij op of omstreeks 20 september 2025 te 's-Gravenhage op/aan (de omgeving van) het Binnenhof en/of Plein en/of de Lange Poten, althans in 's-Gravenhage, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten een tot op heden onbekend gebleven persoon met camera, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- opdringen in de richting van de onbekend gebleven persoon,

- duwen van die onbekend gebleven persoon en/of

- slaan in de richting van de camera die deze onbekend gebleven persoon vasthield

en/of

tegen een of meer goederen, te weten toegangspoorten naar het Binnenhof, afrastering, gevels en/of ramen van gebouwen van het Binnenhof en/of een politievoertuig, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- gooien van voorwerpen in de richting van een toegangspoort en een politievoertuig,

- trekken en duwen aan een toegangspoort en/of afrastering,

- gooien van vuurwerk op en/of in de richting van de bouwplaats nabij het Binnenhof,

- gooien van stenen en/of andere harde voorwerpen tegen en/of in de richting van de gevel en/of ramen van gebouwen van het Binnenhof,

- slaan met een wapenstok tegen ramen van gebouwen van het Binnenhof, en/of

- gooien van fietsen (als barricade) op de Lange Poten;

4

hij op of omstreeks 20 september 2025 te 's-Gravenhage op/aan (de omgeving van) de Rijnstraat en/of het Koningin Julianaplein, althans in 's-Gravenhage, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en), welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- opdringen in de richting van die onbekend gebleven perso(o)n(en),

- slaan en/of schoppen van die onbekend gebleven perso(o)n(en), althans slaan in de richting van die onbekend gebleven persoon,

- gooien van voorwerpen tegen/in de richting van die onbekend gebleven perso(o)n(en)

en/of

tegen een of meer goederen, te weten een fatbike, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- trappen tegen die fatbike.

3. De bewijsbeslissing

Inleiding

Op 20 september 2025 werd op het Malieveld in Den Haag een demonstratie georganiseerd om aandacht te vestigen op het asiel- en migratiebeleid in Nederland. Om 13.00 uur ving de demonstratie aan en waren er ongeveer vijfduizend demonstranten op het Malieveld aanwezig. Rond 13.30 uur splitste een groep – veelal in het zwart geklede en gezichtsbedekking dragende – personen zich af waarna zij de rijbanen van de A12 betraden. Dit bleek het begin te zijn van grootschalig geweld gepleegd tegen politieambtenaren, politiepaarden en politievoertuigen. Er werd onder andere gegooid en geslagen met stenen, vuurwerk, stokken, ijzeren staven, vlaggenstokken, houten balken, blikjes, glas, fietsen, hekken en verkeersborden. Vanwege het aanhoudende geweld werd op verschillende momenten de waterwerper en traangas ingezet. Ook zijn door de Mobiele Eenheid (hierna: ME) charges uitgevoerd. Rond 15.00 uur is een groep van ongeveer 600 personen het centrum van Den Haag ingetrokken. Daar werden diverse vernielingen gepleegd bij verschillende horecagelegenheden, aan het gebouw van de politieke partij D66 en aan het toegangshek en aan één van de gebouwen van het Binnenhof.

De bewijsbeslissing in deze zaak draait in de kern om de vraag of de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het hem ten laste gelegde geweld.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden voor wat betreft het geweld tegen personen en het omgooien van een politievoertuig. Over feit 2 heeft de raadsman geen standpunt ingenomen. De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 3 op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het duwen van een onbekend gebleven persoon, het gooien van voorwerpen in de richting van een politievoertuig en van het gooien van vuurwerk en stenen. Tot slot heeft de raadsman partiele vrijspraak bepleit van feit 4, gedachtestreepjes 1 (het opdringen) en 2 (het slaan).

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL15J2DH_2025440820, van de politie Eenheid Den Haag, met bijlagen, niet doorgenummerd en bestaande uit de volgende dossiers:

Algemeen dossier – pagina 1 t/m 276 (hierna: dossier I);

Persoonsdossier – pagina 1 t/m 229 (hierna: dossier II);

Verhoor verdachte – ongenummerd.

De bewijsmiddelen worden, ook in hun onderdelen, slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 4

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 april 2026, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 20 september 2025 in Den Haag aanwezig ben geweest. Ik ben de persoon die de politie NN17 noemt. U, voorzitter, toont mij de beelden genaamd “Demonstratie loopt uit de hand …”. Het klopt dat ik de persoon ben met het rode Nike teken op de schoenen en een knuppel in mijn hand heb. Het klopt ook dat ik met die knuppel op de ME wagen sla. Ik kwam om te rellen. U, voorzitter, toont mij de beelden genaamd “20250920_135939”. Ik ben de persoon die met een knuppel tegen de auto slaat en de AED pakt. U toont mij de beelden genaamd 98528. Ik gooide daar een kaarsenhouder naar het gebouw van de Tweede Kamer. U, voorzitter, toont mij de beelden genaamd “C005”. Het klopt dat ik een fiets neergooi op de Lange Poten en het klopt dat ik tegen de ruiten van het gebouw van de Tweede Kamer sla. U, voorzitter, toont mij de beelden “8510”. Het klopt dat ik die jongen een klap wilde geven, maar ik heb hem niet geraakt. Ik heb wel tegen zijn fatbike getrapt. Mijn gebruikersnaam op Whatsapp is ‘ [gebruikersnaam 1] ’. Het moment dat het uit de hand begon te lopen, was toen we de A12 op liepen.

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 29-140) (dossier II):

NN17 was zichtbaar op beeldmateriaal, gemaakt op zaterdag 20 september 2025, op en in de nabijheid van de A12 ter hoogte van het Malieveld te 's-Gravenhage. NN17 was daarna ook zichtbaar op beeldmateriaal gemaakt op de Koekamplaan, het Plein, Lange Poten en de Rijnstraat te 's-Gravenhage.

Bestandsnaam: Demonstratie loopt uit de hand.

Ik zag een politievoertuig rijden op de Koekamplaan te 's-Gravenhage. Ik zag NN17 op het politievoertuig aflopen. Ik herkende NN17 aan zijn zwarte schoenen met het rode Nike logo. Ik zag dat NN17 een zwart langwerpig voorwerp in zijn rechterhand had. Ik herkende het zwarte voorwerp als een wapenstok. Ik zag dat NN17 met geringe kracht met de wapenstok richting het politievoertuig sloeg. Ik zag dat NN17 de wapenstok nogmaals omhooghield. Ik zag dat NN17 met geringe kracht op de rechterportierdeur van het politievoertuig sloeg met de wapenstok. Ik zag dat er op de wapenstok een wit etiket zat. Ik zag dat de wapenstok krom stond. Ik zag dat NN17 de wapenstok nogmaals omhooghield. Ik zag dat NN17 met geringe kracht op het politievoertuig sloeg met de wapenstok. Ik zag dat de wapenstok helemaal gebogen stond.

Bestandnaam: 20250920_135939.mp4

Ik zag NN17 richting een opvallend politievoertuig lopen. Dit politievoertuig stond aan de Koekamplaan te 's-Gravenhage. Ik zag dat NN17 in zijn rechterhand een langwerpig zwart voorwerp in de lucht hield. Ik zag dat dit langwerpige voorwerp krom stond. Ik vermoedde dat dit de eerdergenoemde wapenstok betrof. Ik zag dat NN17 met de wapenstok met forse kracht tegen de voorruit van het politievoertuig aan sloeg. Ik zag dat de voorruit van het politievoertuig als gevolg van de klap van NN17 brak. Ik zag dat NN17 de lichtbak op het opvallende politievoertuig nogmaals met geringe kracht sloeg door middel van de wapenstok. Ik zag dat als gevolg van de klap die NN17 gaf op de lichtbak, er delen van de kunststof van de lichtbak in de lucht vlogen. Ik zag dat NN17 met zijn linkerhand een rood voorwerp uit de achterkant van het politievoertuig trok. Ik herkende het rode voorwerp ambtshalve als een AED waarmee ieder politievoertuig is voorzien. Ik zag een wit label op de wapenstok. Ik herkende dit label als het label op de eerder genoemde wapenstok. Ik zag dat NN17 nogmaals met de wapenstok op het politievoertuig sloeg. Ik zag dat NN17 de wapenstok met kracht tegen het politievoertuig aan sloeg. Ik zag dat NN17 nogmaals richting het politievoertuig sloeg. Ik zag ook de eerdergenoemde zwarte schoenen met het rode Nike logo.

Camera: C026

Ik zag dat NN17 helemaal vooraan een grote groep mensen liep. Ik zag dat NN17 rechtdoor liep in de richting van het Binnenhof.

Camera: C077

Ik zag dat NN17 zijn rechterhand met het voorwerp snel naar achter bewoog. Ik zag dat NN17 het rode voorwerp met een forse kracht over het hek heen gooide. Ik zag dat NN17 nog een rood voorwerp uit zijn tas haalde. Ik zag dat NN17 nogmaals het rode voorwerp over het hek heen gooide.

Camera: C162

Ik zag dat de groep fietsen van het Plein verplaatste naar het kruispunt Plein met de Lange Poten en alle fietsen op de Lange Poten op een stapel gooide. Ik zag dat NN17 een fiets aan de hand hield en met deze fiets richting de stapel met fietsen liep. Ik zag dat NN17 de fiets op de stapel met fietsen gooide. Ik zag dat de camera draaide richting het hek de bouwplaats van de Tweede Kamer aan het Plein. Ik zag dat NN17 het hek vasthad en met zijn lichaam naar voren en achteren bewoog. Ik zag dat door het heen en weer duwen van het hek het houten schot waar het hek aan bevestigd zat begon te bewegen en loskwam van houten muur. Ik zag dat NN17met zijn lichaam naar voren duwde. Ik zag dat als gevolg hiervan het hek uit de rails schoot waarin het hek linksonder bevestigd zat. Ik zag dat NN17 een trappende beweging maakte met zijn rechterbeen tegen het hek maakte. Ik zag NN17 richting het kapotte hek lopen. Ik zag dat NN17 het terrein opliep en een wapenstok in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat NN17 met de wapenstok tegen het glas van een raam uit het Tweede Kamergebouw aan sloeg. Ik zag dat NN17 voorover bukte en een stuk hout afkomstig uit het vernielde schot van de grond raapte. Ik zag dat NN17 het stuk hout vasthield en een gooiende beweging maakte.

Camera: C012

Ik zag dat [verdachte] in de richting van de Rijnstraat liep. Ik zag dat [verdachte] op een jongen afliep die bij een fatbike stond. Ik zag dat [verdachte] de jongen vastpakte met zijn linkerhand en zijn rechterarm naar achteren uitstak. Ik zag een groep van vijf mannen richting het incident rennen. Ik zag dat de groep gooiende bewegingen maakte in de richting van de jongen van de fatbike. Ik zag meerdere voorwerpen door de lucht vliegen. Ik zag dat [verdachte] zijn rechterbeen hoog boven de fatbike optilde. Ik zag dat [verdachte] met zijn been met kracht op het achterwiel van de fatbike trapte. Ik zag dat meerdere mannen uit de groep tegen de fatbike begonnen te trappen.

Ten aanzien van feit 1 en 3

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 22 september 2025, voor zover inhoudende (p. 9-15) (dossier I):

Ik was op 20 september ingezet als pelotonscommandant van de mobiele eenheid van Politie eenheid Den Haag. Op het moment dat de demonstratie formeel begon, 13.00 uur, liep een groot deel van de harde kern supporters en Defendgroepen het Malieveld op. Er werden fakkels afgestoken en ik kon meerdere harde knallen van vuurwerk horen ter hoogte van het Koekamp. Ik zag dat deze groep plots de rijbanen van de A12 betrad. Ik hoorde via de verbindingen dat er collega's ernstig in het nauw zaten rondom de A12, dat de beredenen belaagd werden met ijzeren staven en stokken en dat er stenen gegooid werden. Ik zag dat op het moment dat mijn peloton uit de voertuigen stapte, er een regen van stenen, blikjes en flessen werd gegooid vanaf de demonstranten op de Al2 en het Malieveld in de richting van mijn peloton. Ik zag dat deze projectielen ook doel troffen. Ik zag dat de relschoppers terug werden gedreven door de ME naar het Malieveld. Ik zag dat hier behoorlijke tegenstand op zat, er werden stenen gegooid en er werd fysiek tegengewerkt. Ook zag en hoorde ik dat er zeer zwaar vuurwerk naar de ME gegooid werd. Ik zag dat er meerdere zware stukken vuurwerk in de directe nabijheid van de ME linie ontploften. Hierbij heeft minimaal één groepslid van mijn peloton gehoorschade opgelopen. Ik hoorde dat palen door de relschoppers als een speer richting de linie van de ME werden gegooid. Op dat moment zagen wij vanuit ons commandovoertuig dat er op de Koekamplaan, nabij de skatebaan, een surveillancevoertuig in brand stond. Een groot deel van mijn peloton had grote angst gehad (zwaar) gewond te raken als gevolg van de gegooide stenen en houten balken (met punt). Ik ben met mijn peloton en ondersteuning naar de skatebaan gereden ten einde de relschoppers daar richting het Malieveld te drijven. Op het moment dat wij aankwamen en uitstapten werden wij wederom zwaar bekogeld met stenen, palen, stalen pijpen en zeer zwaar vuurwerk. Dit kwam allemaal uit de groep die zich op de Koekamplaan bevond. Ik zag dat een deel van deze groep fysiek de confrontatie met de ME linie aan wilde gaan. Groepen stortten zich letterlijk massaal op de linie van de ME. Men ging fysiek de confrontatie aan met individuele ME-ers, er werden stenen en zwaar vuurwerk gegooid en er werden houten stokken en stalen pijpen als slagwapens gebruikt. Ik zag dat zij zich een stuk terugtrokken het Malieveld op en ik zag dat zij daar alle hoge hekwerken lostrokken. Tijdens de korte debriefing kwam het bericht dat grote groepen relschoppers de binnenstad ingetrokken waren en dat zij probeerden het Binnenhof op te komen en vernielingen aan het aanrichten waren. Op het Plein werden vernielingen gepleegd en werd met het meubilair van de terrassen richting de ME gegooid.

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 24 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 141-142) (dossier II):

Op 20 september 2025 werd verdachte [verdachte] op heterdaad aangehouden als verdachte ter zake openlijke geweldpleging. NN17 werd tijdens het bekijken van de camerabeelden herkend als de eerder aangehouden verdachte [verdachte] . verder bleek NN17 / verdachte [verdachte] op de beelden een wapenstok te dragen. De wapenstok in bezit van verdachte [verdachte] werd inbeslaggenomen. Het betreft een (licht gebogen) wapenstok zwart van kleur en voorzien van witte sticker. Op de verwerkte camerabeelden van NN17 / verdachte [verdachte] was ook te zien dat de wapenstok zwart van kleur, voorzien van witte sticker en dat deze licht gebogen was.

5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 9 december 2025, voor zover inhoudende (p. 150-185) (dossier II):

Een iPhone 16, die [verdachte] bij zich had, werd in beslag genomen ter waarheidsvinding. In de telefoon kon [verdachte] gelinkt worden aan de gebruikersnaam “ [gebruikersnaam 1] ” (whatsapp).

20-09-2025

08:11 uur. [gebruikersnaam 1] ( [verdachte] ) vraagt of er stokken moeten worden meegenomen.

12:05 uur: [gebruikersnaam 1] stuurt in [gebruikersnaam 2] : Pannenkoeken huis. Hergroeperen.

13:33 uur: [gebruikersnaam 1] stuurt naar [gebruikersnaam 3] : Beesten groep de stad in

13:33 uur: [gebruikersnaam 1] stuurt in [gebruikersnaam 2] : Beesten groep de stad in

13:33 uur: [gebruikersnaam 1] stuurt in [gebruikersnaam 2] : Kom.

Ten aanzien van feit 1

6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 september 2025, voor zover inhoudende (p. 17-21) (dossier I):

Op zaterdag 20 september 2025 was ik als sectiecommandant belast met de aansturing van een sectie ME-ruiters. De ruiters vertelden geconfronteerd te zijn geweest met extreem geweld waarbij zij bekogeld werden met stenen, dikke takken, palen met verkeersborden eraan en ijzeren staven. Een van de ruiters vertelde met een stok op haar rug geslagen en even later ook met een vlaggenstok op haar helm was geslagen en één ruiter was door een steen op haar rug geraakt. Tevens werd mij verteld dat het dienstpaard van de commandant gewond was geraakt. Ik zag dat de demonstranten probeerden dichtbij de ruiters te komen kennelijk met doel hen van het paard te trekken. Buiten dat zag ik dat er dreigend met stokken werd gezwaaid en er veel stenen richting de ruiters werden gegooid. Hierbij is er door demonstranten gericht met glaswerk gegooid. Het glaswerk spatte hierbij tussen twee ruiters uiteen en heeft de ruiters en paarden wel geraakt.

Ten aanzien van feit 3

7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 111-116) (dossier I):

Op zaterdag 20 september 2025 omstreeks 15:05 uur werden er bij het Binnenhof, aan de zijde van het Plein, te 's-Gravenhage door een groep van zo'n 500 relschoppers meerdere gedragingen gepleegd namelijk: openlijke geweldpleging tegen goederen. Om 15:08 was te zien dat de relschoppers bij het toegangshek naar het Binnenhof waren aangekomen. Ik zag dat er enkele voorwerpen richting het toegangshek gegooid werden. Om 15:11 uur was te zien dat een volledig in het zwart gekleed persoon aan het toegangshek aan de achterzijde van het Binnenhof begon te trekken/duwen. Ik zag dat er door meerdere personen enkele voorwerpen over het hek, in de richting van de bebouwing, gegooid werden. Om 15:13 uur was te zien dat de ruiten van het ingangsgebouw naar de parkeergarage door middel

van stenen, vernield werden. Nadat de stroom was opgehouden, werden door de relschoppers minimaal tien fietsen opgetild en, vanuit het Plein gezien, in de ingang van de Lange Poten gegooid. Ik zag dat hierdoor een barricade ontstond. Ik zag dat er kort nadat er gestart was met het barricaderen van de ingang van de Lange Poten, een ME-bus over de Lange Poten aan kwam rijden. Ik zag dat er voorwerpen naar de ME-bus gegooid werden. Om 15:15 uur was te zien dat opnieuw aan het toegangshek aan de achterzijde van het Binnenhof getrokken en geduwd werd. Ik zag dat er na deze bewegingen nog twee personen aan het hek begonnen te duwen/trekken. Ik zag dat er hierna snel meer personen volgden. Ik zag dat er uiteindelijk een groep van zo'n vijftien personen aan het hek aan duwen/trekken was. Ik zag dat het hek hierdoor uiteindelijk verbogen werd. Ik zag dat de houten paal, waarin de sluiting van het hek verwerkt was, kapot getrokken werd. Ik zag dat er gelijktijdig meerdere voorwerpen over het hek, in de richting van de bebouwing, gegooid werden. Ik zag dat één van deze personen met een voorwerp een ruit van het gebouw achter het toegangshek vernielde.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

De rechtbank stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting de navolgende feiten en omstandigheden vast.

Feit 1: openlijk geweld op het Malieveld

Op 20 september 2025 zijn er grootschalige ongeregeldheden uitgebroken op en rondom het Malieveld en in de binnenstad van Den Haag. Het staat vast dat de verdachte hierbij aanwezig is geweest. De verdachte vraagt in de ochtend van 20 september 2025 in een Whatsappgroep of er nog stokken moeten worden meegenomen en stuurt om 13:33 uur in één Whatsappgroep en naar één andere ontvanger: ‘Beesten groep de stad in’ en ‘Kom’.

De rechtbank stelt verder op basis van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte met een wapenstok tegen een rijdend ME-voertuig en tegen een brandend politievoertuig heeft geslagen. Op de camerabeelden genaamd ‘Demonstratie loopt uit de hand’ (waarop de geweldshandelingen van de verdachte tegen het brandende politievoertuig zichtbaar zijn) zijn ook de ME-ruiters in beeld en duidelijk is geworden dat zij geconfronteerd werden met grootschalig geweld. Daarbij heeft het feit dat het politievoertuig inmiddels in brand stond de verdachte er ook niet van weerhouden om vervolgens daaruit een AED weg te nemen. Het betoog van de raadsman dat de verdachte partieel van het onder 1 ten laste gelegde geweld tegen personen moet worden vrijgesproken, omdat de verdachte daartoe geen opzet heeft gehad en zich niet aan die geweldshandelingen kon onttrekken, volgt de rechtbank niet. Met zijn handelingen, zoals hiervoor beschreven, heeft de verdachte zonder meer een significante bijdrage geleverd aan het groepsgeweld. Daarnaast is geenszins aannemelijk geworden dat de verdachte zich, zoals hij ter zitting heeft gesteld, niet aan het geweld kon onttrekken.

Dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte ook zelf geweld tegen personen heeft gebruikt, staat aan een bewezenverklaring van het ten laste gelegde groepsgeweld niet in de weg. Uit het dossier en de beelden maakt de rechtbank op dat de geweldshandelingen tegen de ME, politie te paard en politievoertuigen op een geringe afstand van elkaar plaatsvonden. Er was sprake van een groepsdynamiek waarbij individuele personen mee gingen doen aan de gewelddadigheden. Er ontstond een sfeer van agressie en ontremming, waarin het gewelddadige gedrag van de één het gewelddadige gedrag van de ander bevorderde. Naar het oordeel van de rechtbank kan het geweld dan ook worden aangemerkt als één geheel van geweldshandelingen dat in vereniging is gepleegd. Tegen die achtergrond is niet vereist dat de verdachte zelf alle geweldshandelingen heeft gepleegd om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging te komen.

De slotsom is dat de verdachte niet enkel de groep getalsmatig heeft versterkt, maar dat hij door te handelen als hiervoor vermeld, opzet heeft gehad op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante bijdrage heeft geleverd. Daarmee is het verweer verworpen en komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde openlijk geweld.

Feit 3: openlijk geweld Binnenhof

Uit het onder 7 opgenomen bewijsmiddel blijkt dat kort na het barricaderen van de Lange Poten met fietsen een ME-bus kwam aanrijden waar voorwerpen naartoe zijn gegooid. De verdachte is één van de personen die een fiets op de Lange Poten heeft gegooid. Bovendien heeft de verdachte voorwerpen gegooid in de richting van gebouwen van het Binnenhof, heeft hij de toegangspoort daartoe ontzet en tegen één van de gebouwen geslagen met een wapenstok. De verdachte is dus, anders dan de verdediging heeft betoogd, meer dan slechts aanwezig geweest en heeft een voldoende significante bijdrage geleverd aan de ten laste gelegde geweldshandelingen om hem het ten laste gelegde gooien van voorwerpen naar de ME-bus ook toe te rekenen. Daarmee is het verweer verworpen en komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde openlijk geweld tegen goederen.

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het onder 3 ten laste gelegde openlijke geweld tegen personen. Hoewel op de beelden te zien is dat verschillende personen zich opdringen aan een persoon met een camera, is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geweld tegen die persoon.

Feit 4: slaan en opdringen

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het onder 4 ten laste gelegde slaan van de persoon met de fatbike. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte een slaande beweging maakt naar deze persoon, maar niet dat deze persoon ook wordt geraakt.

Anders dan de verdediging heeft betoogd, komt de rechtbank wel tot een bewezenverklaring van openlijk geweld ten aanzien van de persoon met de fatbike. De handelingen (opdringen, slaan in de richting, voorwerpen gooien en tegen de fatbike trappen) in samenhang bezien, zijn naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als openlijk geweld. Daar komt bij dat de verdachte hier een wezenlijke bijdrage aan heeft geleverd.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1

hij op 20 september 2025 te 's-Gravenhage op de A12, het Malieveld, Koekamp, Koekamplaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten politieambtenaren, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- opdringen,

- gooien van harde voorwerpen, (blikjes, balken, palen, stokken, glaswerk, stenen, en straatmeubilair) en (ontstoken) vuurwerk en

- slaan en trappen tegen en in de richting van die politieambtenaren

en

tegen goederen, te weten politievoertuigen en politiepaarden, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- gooien van harde voorwerpen, (blikjes, balken, palen, stokken, glaswerk, stenen, en straatmeubilair en (ontstoken) fakkels en vuurwerk,

- slaan en trappen in de richting van en tegen die politievoertuigen en politiepaarden en slaan met een wapenstok tegen die politievoertuigen;

2

hij op 20 september 2025 te ’s-Gravenhage op de Koekamplaan een AED die aan de Nationale Politie toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen terwijl de verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen AED onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

3

hij op 20 september 2025 te 's-Gravenhage op het Binnenhof en de Lange Poten, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten toegangspoorten naar het Binnenhof, afrastering, gevels en ramen van gebouwen van het Binnenhof en een politievoertuig, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- gooien van voorwerpen in de richting van een toegangspoort en een politievoertuig,

- trekken en duwen aan een toegangspoort en afrastering,

- gooien van stenen en andere harde voorwerpen tegen en in de richting van de gevel en ramen van gebouwen van het Binnenhof,

- slaan met een wapenstok tegen ramen van gebouwen van het Binnenhof, en

- gooien van fietsen (als barricade) op de Lange Poten;

4

hij op 20 september 2025 te 's-Gravenhage op de Rijnstraat openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een tot op heden onbekend gebleven persoon, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- opdringen in de richting van die onbekend gebleven persoon,

- slaan in de richting van die onbekend gebleven persoon,

- gooien van voorwerpen in de richting van die onbekend gebleven persoon

en

tegen een goed, te weten een fatbike, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het:

- trappen tegen die fatbike.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan de verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van openlijk geweld tegen personen en goederen op drie afzonderlijke plekken in Den Haag en de diefstal van een AED uit een politievoertuig. Deze geweldshandelingen zijn gepleegd in de context van grootschalige rellen op en rondom het Malieveld in Den Haag. Dat deze rellen grote maatschappelijke impact hebben gehad, blijkt onder andere uit het feit dat de gebeurtenissen uitvoerig in het nieuws zijn geweest. Voor de betrokken politieambtenaren is 20 september 2025 een heftige dag geweest. Uit de in het dossier opgenomen processen-verbaal volgt dat de politieambtenaren zelden of nooit geconfronteerd zijn geweest met een groep waarbij de bereidheid tot het langdurig en zeer fors gebruiken van geweld tegen de politie zo groot was. Enkele politieambtenaren hebben verklaard gevreesd te hebben voor het leven van collega’s.

Door zijn handelen heeft de verdachte een aandeel gehad in de ernstige ongeregeldheden en de schade die het geweld heeft veroorzaakt. De verdachte heeft ook het grondrecht van anderen om vreedzaam te demonstreren verstoord. Het gedrag van de verdachte getuigt bovendien van een gebrek aan respect voor politieambtenaren en hun materieel. Geweld tegen de politie, in welke vorm dan ook, is onaanvaardbaar.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 3 maart 2026. Hieruit volgt dat hij in 2022 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor vuurwapenbezit.

De op te leggen straf

De rechtbank acht strafverzwarend dat de verdachte zich bewust heeft voorbereid op de ongeregeldheden en met gezichtsbedekkende kleding richting Den Haag is gegaan. Daarnaast zijn de feiten gepleegd door een grote groep samenwerkende personen en is er sprake van grootschalig geweld dat uren heeft geduurd zonder dat de verdachte zich daarvan heeft gedistantieerd. Sterker nog: de verdachte heeft daaraan actief bijgedragen. Al met al was sprake van een bijzonder gewelddadige en onveilige situatie waarbij de openbare orde in de stad mede door toedoen van de verdachte ernstig en langdurig is verstoord. Bij elkaar genomen maakt dit dat de rechtbank van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

De rechtbank acht, alles overwegende een gevangenisstraf van twaalf maanden passend, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het voorwaardelijk strafdeel heeft tot doel om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregelen

Veertien benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De meeste vorderingen zijn eenvoudig van aard en beperkt van omvang. Omdat een groot deel van de vorderingen van de benadeelde verbalisanten onderling samenhangend zijn zal de rechtbank de vorderingen in drie categorieën opdelen. Uiteraard worden de vorderingen wel afzonderlijk beoordeeld.

Categorie 1

Namens de navolgende benadeelde partijen is telkens een hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding van € 550,- aan immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, op grond van aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel. Het gaat om:

Categorie 2

Namens de navolgende benadeelde partijen is telkens een hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding van € 970,- aan immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Zij vorderen naast een immateriële schadevergoeding wegens aantasting in de persoon op andere wijze ook een immateriële schadevergoeding op grond van opgelopen (licht) lichamelijk letsel. Het gaat om:

Categorie 3: overige vorderingen

Namens de benadeelde partij [benadeelde 13] (aanvullend algemeen dossier aangiften p. 156) is een hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding van € 2.000,- aan immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Hij vordert naast een immateriële schadevergoeding wegens aantasting in de persoon op andere wijze ook een immateriële schadevergoeding op grond van opgelopen lichamelijk letsel, bestaande uit onder meer gehoorschade.

De Nationale Politie (algemeen dossier p. 123) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding van € 34.340,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen tot schadevergoeding toereikend zijn onderbouwd en derhalve voor vergoeding in aanmerking komen. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2025, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van de Nationale Politie heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel niet nodig is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het enkel in een groep optreden niet zonder meer genoeg is om iemand aansprakelijk te stellen voor alle schade die vanuit de groep is veroorzaakt. Ondanks dat er in groepsverband is opgetreden, is geen sprake van groepsaansprakelijkheid in de zin van artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) nu door enkele groepsleden excessief en niet-voorzienbaar is gehandeld. De vorderingen tot schadevergoeding moeten daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor wat betreft de vordering van [benadeelde 8] heeft de raadsman zich subsidiair op het standpunt gesteld dat deze onvoldoende is onderbouwd en ook om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor wat betreft de vordering tot schadevergoeding van de Nationale Politie heeft de raadsman zich subsidiair op het standpunt gesteld dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en ook om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

Groepsaansprakelijkheid en hoofdelijkheid

Artikel 6:166 lid 1 BW bepaalt dat, als één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn als deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de tot een groep behorende personen die deze bepaling in het leven roept, leidt ertoe dat de benadeelde die ten gevolge van een gedraging in groepsverband schade heeft geleden ter verkrijging van volledige vergoeding daarvan ermee kan volstaan één van de tot de betreffende groep behorende personen aan te spreken. Blijkens de wetsgeschiedenis voorziet de regeling van artikel 6:166 BW in een individuele aansprakelijkheid van tot een groep behorende personen (deelnemers) voor onrechtmatig vanuit de groep toegebrachte schade.

Gelet op wat is overwogen ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van groepsaansprakelijkheid in de zin van artikel 6:166 BW. Geweld van een groep tegen personen en goederen brengt de aanmerkelijke kans met zich dat aan die personen en goederen letsel en schade wordt toegebracht, omdat de ene geweldpleger zich gesterkt voelt door de andere geweldplegers en er dus gemakkelijk escalatie optreedt. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de schade zoals deze zich heeft verwezenlijkt bij een dergelijk groepsoptreden redelijkerwijs is te voorzien. Dit had de verdachte behoren te weerhouden van zijn gedragingen in groepsverband. Omdat de verdachte wist of behoorde te weten dat het groepsoptreden de kans schiep op de verwezenlijkte schade, kunnen de gedragingen hem worden toegerekend. Daarom kan hij gehouden worden tot vergoeding van de schade veroorzaakt door de groep en is hij daarvoor hoofdelijk aansprakelijk.

Aantasting in de persoon op andere wijze

De politieambtenaren die ter plaatse waren bij de openlijke geweldpleging en een vordering tot schadevergoeding hebben ingediend, hebben allemaal aangevoerd dat zij nadelige (psychische) gevolgen hebben ondervonden van het bewezenverklaarde openlijk gepleegde geweld. Naar het oordeel van de rechtbank brengt de aard en de ernst van de normschending door de verdachte en zijn mededaders mee dat de nadelige (psychische) gevolgen daarvan voor de politieambtenaren zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in hun eer of goede naam. Dit betekent dat een vergoeding van immateriële schade op zijn plaats is.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder in aanmerking de duur en intensiteit van het gepleegde geweld. De verbalisanten spreken over een explosie van geweld die zij niet eerder in deze mate hebben meegemaakt waarbij zij vreesden voor hun eigen leven en dat van hun collega’s. Waar burgers in dergelijke situaties de mogelijkheid hebben om zichzelf in veiligheid te brengen, is de politie gehouden een stap vooruit te doen. In dit geval was deze stap vooruit om bijvoorbeeld collega’s in het nauw bij te staan soms zelfs niet mogelijk omdat aan alle kanten versterking nodig was.

Categorie 1

Van de benadeelde partijen genoemd in categorie 1 stelt de rechtbank aan de hand van de aangiftes en de toelichting op de vorderingen vast dat zij ten tijde van de openlijke geweldpleging op de plaats daarvan aanwezig waren. De schade staat in een voldoende rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde, zodat sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat dit ook geldt voor de schade van [benadeelde 8] ; de vordering, in samenhang gelezen met het dossier, vormt een voldoende onderbouwing. De gevorderde schadevergoeding van € 550,- per persoon acht de rechtbank in alle gevallen billijk. De veroordeling van de verdachte tot vergoeding van de schade zal steeds hoofdelijk worden opgelegd.

Nu de vorderingen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Categorie 2

Van de benadeelde partijen genoemd in categorie 2 stelt de rechtbank aan de hand van de aangiftes en toelichting op de vorderingen vast dat zij aanwezig waren ten tijde van de openlijke geweldpleging. Daarnaast is in alle gevallen een onderbouwing van het lichamelijke letsel overgelegd. De schade staat in een voldoende rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde, zodat sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. De vorderingen zijn voor zover deze betrekking hebben op het lichamelijk letsel door de verdachte niet of onvoldoende gemotiveerd betwist. Omdat de benadeelde partijen naast de aantasting in de persoon eveneens licht lichamelijk letsel hebben opgelopen, acht de rechtbank een vergoeding van een bedrag van in totaal € 970,- per persoon billijk. De veroordeling van de verdachte tot vergoeding van de schade zal steeds hoofdelijk worden opgelegd.

Nu de vorderingen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Categorie 3

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij [benadeelde 13] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de openlijke geweldpleging. Een medische onderbouwing van het lichamelijke letsel is overgelegd. Het gaat om de aanwezigheid van tinnitus en gehoorschade. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van aantasting in de persoon op andere wijze zoals hiervoor is overwogen. De gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank op grond van wat hiervoor is overwogen in het kader van groepsaansprakelijkheid toewijsbaar. De veroordeling van de verdachte tot vergoeding van de schade zal hoofdelijk worden opgelegd.

Vordering Nationale Politie

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij de Nationale Politie rechtstreeks materiële schade heeft geleden door de openlijke geweldpleging. De auto en de inbouwapparatuur zijn vernield. Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voldoende duidelijk en is geen nadere onderbouwing of nader onderzoek nodig om tot het vaststellen van de hoogte van de schade over te gaan. Behandeling van deze vordering tot schadevergoeding vormt dus geen onevenredige belasting voor het strafgeding.

De rechtbank overweegt verder dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld dat uiteindelijk tot de totale vernieling van de politieauto heeft geleid. In dat kader is hij dus ook medeverantwoordelijk voor de totale schade aan die auto. Kortheidshalve verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de groepsaansprakelijkheid.

De rechtbank zal - gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen - de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 34.340,-.

Wettelijke rente

De rechtbank heeft alle vorderingen tot schadevergoeding geheel toegewezen en zal daarbij tevens de vordering tot betaling van de wettelijke rente toewijzen vanaf 20 september 2025, de dag dat de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

Schadevergoedingsmaatregelen

De verdachte zal voor het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld, waardoor hij tegenover de benadeelde partijen aansprakelijk is voor schade die door dit feit aan hen is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte telkens hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen het per benadeelde partij toegewezen bedrag.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 60a, 141, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 en feit 4, telkens:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;

ten aanzien van feit 2:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 3:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (TWAALF) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 (ZES) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

de vorderingen van de benadeelde partijen;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de navolgende benadeelde partijen toe tot de hierna te noemen bedragen, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om deze bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 20 september 2025 tot de dag waarop deze vorderingen zijn betaald, te betalen aan de benadeelde partijen:

€ 550,-

€ 970,-

wijst eveneens de vorderingen tot schadevergoeding van de navolgende benadeelde partijen toe tot de hierna te noemen bedragen, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om deze bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 20 september 2025 tot de dag waarop deze vorderingen zijn betaald, te betalen aan de benadeelde partijen:

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partijen, bij de hiervoor genoemde toegewezen vorderingen begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

bepaalt dat als een van de mededaders de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen;

de schadevergoedingsmaatregelen;

legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat van de voornoemde bedragen voor zover het vorderingen betreft die in het overzicht betreffende gijzeling hieronder zijn vermeld, vermeerderd met de wettelijke rente daarover met ingang van de voornoemde data tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt – onder handhaving van voormelde verplichting – gijzeling kan worden toegepast voor navolgende duur:

waarbij de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichtingen niet opheft;

bepaalt dat als een van de mededader(s) de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald en/of de betalingsverplichting aan de Staat deels of geheel heeft voldaan, de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. K.C.J. Vriend, voorzitter,

mr. S. Pereth, rechter,

mr. A.W. Duijnstee, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. F.A.M. Schuijt en mr. N.D. van Duijkeren, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. K.C.J. Vriend
  • mr. S. Pereth
  • mr. A.W. Duijnstee

Griffier

  • mr. F.A.M. Schuijt en mr. N.D. van Duijkeren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?