RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41404
(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),
en
(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat de problemen van eiseres vanwege de relatie met haar ex-man niet geloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1997. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [naam] als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres heeft verklaard dat zij de Somalische nationaliteit heeft en tot de Hawiye-Abdal stam behoort. Eiseres stelt dat ze is getrouwd met een man uit een lagere stam, ondanks dat haar familie hierop tegen was. Uiteindelijk is eiseres samen met haar man gevlucht, maar haar oom en tante hebben haar toch gevonden. Eiseres is mishandeld en haar man werd hierbij bedreigd. Hij moest ter plekke de scheiding uitspreken, anders zou hij door de oom van eiseres worden gedood. Na de scheiding is eiseres meegenomen naar het huis van haar oom, waar ze opnieuw is mishandeld en tegen haar wil is uitgehuwelijkt aan de broer van haar tante. Ook door hem zou eiseres zijn mishandeld. Omdat de familie bang was dat eiseres zou ontsnappen, is zij door hen vastgeketend. Op een dag heeft de buurvrouw eiseres bevrijd. Eiseres stelt dat zij toen naar haar achterneef is gegaan om hulp te vragen. Via hem kwam is ze in contact gekomen met een reisagent, die haar heeft geholpen Somalië te verlaten. Eiseres vreest dat ze bij terugkeer opnieuw door haar familie zal worden mishandeld of zelfs gedood.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig is. De problemen vanwege de relatie met de man van eiseres vindt de minister niet geloofwaardig. De minister stelt dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister betrekt hierbij onder meer dat de verklaringen van eiseres over het sluiten van haar huwelijk niet overeenkomen met informatie uit algemene bronnen, dat eiseres onsamenhangend heeft verklaard over de gebeurtenissen rond haar huwelijk, dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over haar zoon en dat ze niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe ze kon worden gered door haar buurvrouw. Uit de verklaringen volgt niet dat eiseres een gegronde vrees voor vervolging heeft of dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade. Ook wordt eiseres door de minister niet aangemerkt als alleenstaande vrouw zoals bedoel in de Vc paragraaf C7/30.3.2.2 omdat zij deel uitmaakt van een meerderheidsclan en niet officieel is gescheiden van haar man. Eiseres heeft ook hulp ontvangen van haar achterneef en kan ook op hem terugvallen. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Ten aanzien van de zienswijze
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij ten onrechte geen gelegenheid heeft gekregen om alsnog een zienswijze in te dienen. De minister heeft de beslistermijn immers ruimschoots overschreven waardoor niet in te zien is waarom er niet nog één extra dag gewacht had kunnen worden met het nemen van het bestreden besluit.
6. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de zienswijze niet tijdig is ingediend bij de minister. De minister heeft ter zitting toegelicht dat meermaals is geprobeerd in contact te komen met de gemachtigde van eiseres teneinde te informeren naar de zienswijze maar dat zij geen gehoor kregen. De gemachtigde van eiseres heeft toegelicht dat de reden voor het te laat indienen van de zienswijze gelegen is in privéomstandigheden en dat zij heeft gebeld om aan te geven dat de zienswijze klaar lag om in te dienen maar dat dit abusievelijk niet tijdig is gebeurd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister gelet op deze gang van zaken geen aanleiding hoeven zien om eiseres in de gelegenheid te stellen om alsnog een zienswijze in te dienen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Ten aanzien van het referentiekader
7. Eiseres voert aan dat bij het oordeel van de minister dat zij onsamenhangend heeft verklaard geen blijk is gegeven dat rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres terwijl dat wel zou moeten volgens de WI 2024/6. Eiseres heeft geen onderwijs genoten en kan nauwelijks lezen en schrijven. Eiseres stelt dat zij naar haar beste kunnen heeft verklaard.
De minister heeft ter zitting erkend dat een apart onderdeel over het referentiekader ontbreekt in het bestreden besluit maar stelt dat eiseres feitelijk is bevraagd over haar eigen ervaringen en dat zij enkel hierover heeft hoeven verklaren.
8. De rechtbank is van oordeel dat eiseres er niet in is geslaagd om voldoende te concretiseren op welke wijze de minister ten onrechte geen rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Hoewel het vollediger zou zijn als er een expliciete overweging was gewijd aan het referentiekader van eiseres in de besluitvorming, stelt de rechtbank vast dat nergens uit het gehoor blijkt dat eiseres niet in staat is gebleken om antwoorden te geven op de vragen die haar zijn gesteld die, zoals de minister terecht opmerkt, enkel zien op haar eigen ervaringen. Niet is gebleken dat eiseres door het niet vermelden van haar referentiekader is benadeeld tijdens het gehoor dan wel in de besluitvorming.
Heeft de minister de problemen van eiseres ongeloofwaardig kunnen vinden?
Het standpunt van eiseres
9. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de minister haar problemen ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Ten aanzien van de bruidsschat stelt eiseres dat overeen was gekomen om deze aan haar te betalen in plaats van aan haar familie. Omdat het huwelijk maar kort heeft geduurd is deze uiteindelijk niet aan haar uitbetaald. Het huwelijk is buiten Mogadishu voltrokken en dit volgt ook uit de verklaringen van eiseres. Eiseres stelt dat zij zeker weet dat ze heeft verklaard dat het huwelijk in Dafeed is voltrokken ongeveer 90 kilometer ten zuiden van Mogadishu. Het is volgens eiseres onduidelijk waarom dit niet in het rapport van het nader gehoor terecht is gekomen. Het klopt dan ook niet dat haar verklaringen niet overeenkomen met de informatie uit algemene bronnen.
Verder voert eiseres aan dat zij en haar ex-man bewust de keuze hebben gemaakt om naar Afgooye te vertrekken om zich schuil te houden omdat haar man daar een neef had die hen kon helpen. In Somalië is het handig om op een plek te verblijven waar je connecties hebt. Verder zijn eiseres en haar man in die periode heel voorzichtig geweest en kwamen zij amper buiten waardoor ze hier gedurende vijf maanden schuil hebben weten te houden. Eiseres betwist dat zij hier onsamenhangend over heeft verklaard.
Eiseres erkent dat zij verschillende verklaringen heeft afgelegd over haar zoon maar stelt dat deze verklaringen elkaar niet uitsluiten. Dat zij haar zoon niet heeft meegenomen om financiële redenen sluit immers niet uit dat hij van haar is afgepakt. Ten aanzien van de termen stiefmoeder en tante heeft eiseres in de correcties en aanvullingen al uitgelegd dat deze stiefmoeder na het overlijden van de vader van eiseres haar tante is geworden toen zij met de oom van eiseres trouwde. In Somalië wordt de term tante daarnaast gebruikt wanneer het om een ouder familielid gaat.
Ten aanzien van de ontsnapping en de hulp van de buurvrouw die eiseres hierbij heeft gehad stelt eiseres dat de minister haar opmerking hierover uit de correcties en aanvullingen ten onrechte niet heeft meegenomen in de beoordeling. Er is geen sprake van een veranderde houding van deze buurvrouw, zij was nooit van mening dat het de eigen schuld van eiseres was maar zij was wel bang voor de oom en tante van eiseres. Uiteindelijk had zij toch de moed om eiseres te helpen vrij te komen.
Het oordeel van de rechtbank
10. De rechtbank stelt vast dat de problemen van eiseres vanwege de relatie met haar man niet geloofwaardig zijn geacht door de minister. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister dit standpunt onvoldoende gemotiveerd in besluitvorming. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Hoewel de minister zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over haar zoon en dat de keuze om naar Afgooye af te reizen niet voldoende inzichtelijk is gemaakt door eiseres, is een groot deel van de door eiseres afgelegde verklaringen niet ter discussie gesteld door de minister. Met name de wijze waarop het tweede huwelijk van eiseres tot stand is gekomen en de mishandelingen die daarbij hebben plaatsgevonden zijn door de minister niet betwist. Eiseres heeft verklaard dat zij na haar gedwongen scheiding is meegenomen naar het huis van haar oom, waar ze opnieuw is mishandeld en tegen haar wil is uitgehuwelijkt aan de broer van haar tante. Eiseres verklaart over hem dat hij gek was en verslaafd was aan middelen. Eiseres dacht dat ze het niet zou overleven bij hem omdat hij eiseres wilde misbruiken en doden en omdat hij haar heeft vastgeketend. Eiseres werd hierbij mishandeld en zij stelt ook te vrezen dat hij haar zal doden wanneer ze terug moet keren naar Somalië. Haar familie zal eiseres verwijten dat ze de familie-eer geschonden heeft. De rechtbank stelt vast dat de minister in de besluitvorming niet ingaat op deze verklaringen. De minister werpt eiseres enkel tegen dat de ontsnapping met behulp van haar buurvrouw niet inzichtelijk is gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank maakt dit het besluit onzorgvuldig en in strijd met de motiveringsplicht nu dit ziet op de kern van het asielrelaas van eiseres en de problemen die zij heeft in Somalië. Ten aanzien van de ontsnapping stelt de rechtbank vast dat eiseres reeds in de correcties en aanvullingen heeft aangegeven dat de buurvrouw die eiseres hielp te ontsnappen niet vond dat eiseres de situatie aan zichzelf te danken had maar dat zij bang was voor de oom en tante van eiseres en dat zij daardoor niet meteen durfde te helpen. De minister is hier in de besluitvorming niet op ingegaan en heeft eiseres daarom gelet op deze toelichting in de correcties en aanvullingen dan ook niet zonder meer kunnen tegenwerpen dat er sprake was van een omslag bij de buurvrouw en dat onvoldoende is toegelicht waar dat vandaan kwam.
In verband met wat hiervoor is overwogen, komt de rechtbank niet toe aan een bespreking van de overige beroepsgronden.
Conclusie en gevolgen
11. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 29 augustus 2025;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.