ECLI:NL:RBDHA:2026:9279

ECLI:NL:RBDHA:2026:9279

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 09-183804-25 en 09-171086-24 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vrijspraak afpersing. Er is onvoldoende komen vast te staan dat de verdachte de gebruiker is geweest van de afperstelefoon.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 09-183804-25 en 09-171086-24 (tul)

Datum uitspraak: 16 april 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] (hierna: de verdachte), geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de terechtzittingen van 30 september 2025 (pro forma) en 2 april 2026 (inhoudelijke behandeling).

De officier van justitie in deze zaak is mr. A.L.M. Rookhuizen en de raadsman van de verdachte is mr. R.T.A.G. Keller te Tilburg. De verdachte is op de terechtzitting verschenen.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode 13 juni 2025 tot en met 16 juni 2025 te Wassenaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever] en/of een derde toebehoorde(n) via Whatsapp tekstberichten aan die [aangever] heeft/hebben gestuud met de inhoud: -Er valt nog wat af te handelen na 5 mei maar is zonde als weer het zelfde met je zoontje gebeurd dus wil ik het regelen zonder chaos;-Maar als je niet handelt zoals wij dat niet willen heb ik geen andere keus dan het zelfde te doen of langs [school] te gaan;-De keus ligt in jou handen [aangever] , ik had die dag gerekent op geld. Nu heb er niks aan is verdiend reken ik op wat anders;-We kunnen dit netjes afhandelen of grof denk goed na en app me..;-Binnen hoe lang kan jij die ton cash hebben, je kan gewoon je klokkie verkopen ik wil geen smoes horen want dan stuur ik een team die het kom ophalen. Max 1 week;-Als ik niet krijg van jou wat ik heb gevraagd dan ga ik jou en je familie niet met rust laten dat beloof ik je;althans woorden van gelijke strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Vormverzuim?

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Er is gebruik gemaakt van de inzet van het technisch hulpmiddel IMSI-catcher en dit zou volgens de verdediging onrechtmatig zijn geweest aangezien het bevel van de officier van justitie niet voorziet in een inzet van de IMSI-catcher op 16 juni 2025. Het bevel vergaring nummergegevens (IMSI-catcher) ex artikel 126nb Sv is op 19 juni 2025 afgegeven voor de inzet over de periode gelegen tussen 18 juni 2025 en 23 juni 2025. Nu de IMSI-catcher diep in de persoonlijke levenssfeer ingrijpt dient de uit het onderzoek verkregen bevindingen uitgesloten te worden van het bewijs.

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat op het bevel vergaring nummergegevens (IMSI-catcher) 18 juni 2025 als ingangsdatum is opgenomen, maar op 16 juni 2025 is het mondeling bevel afgegeven. Het is een kennelijke verschrijving en dat levert geen vormverzuim op.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe het navolgende.

Uit de aanvraag vergaring nummergegevens (IMSI-catcher) ex artikel 126nb Sv blijkt dat de inzet wordt verzocht voor de periode van zeven dagen ingaande op 16 juni 2025. Ook staat er dat de aanvraag een bevestiging is van een reeds mondeling gedaan verzoek. Deze periode was gelegen tussen 16 juni 2025 en 23 juni 2025. De enkele omstandigheid dat het bevel van 18 juni 2025 gedateerd is, is een kennelijke verschrijving wat niet leidt tot een onherstelbaar vormverzuim. De rechtbank ziet daarom geen reden om het bevel vergaring nummergegevens (IMSI-catcher) van het bewijs uit te sluiten.

Vrijspraak

Op 5 mei 2025 vond er in een woning in Wassenaar een gewapende overval plaats. Tijdens deze overval was het gehele gezin thuis, waaronder drie jonge kinderen en twee au-pairs. De overvallers bedreigden hen met een vuurwapen. De oudste zoon van het gezin werd vastgepakt en enige tijd onder schot gehouden. Door snel handelen van de politie en een oplettende buurman zijn de overvallers zonder goederen weggevlucht en werden er snel drie personen aangehouden. Een maand na de overval ontving de aangever, de vader van het gezin, afpersberichten die te relateren waren aan de woningoverval.

De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij in de periode van 13 juni 2025 tot en met 16 juni 2025 één van de personen is geweest die deze afpersberichten naar de aangever heeft verstuurd. De berichten werden verstuurd vanuit een Instagramaccount ‘ [account] ’. In een van de eerste berichten die werd gestuurd, blijkt dat de aangever moest appen naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en dat het ging om 5 mei. Hierop werd door het onderzoeksteam een voice- en datatap aangesloten op het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Hieruit bleek dat het getapte telefoonnummer gebruik maakte van IMEI-nummer [nummer] . Ook op dit nummer is vervolgens een voice- en datatap aangesloten. Dit IMEI-nummer bleek te horen bij een Samsung Galaxy A40 (hierna: afperstelefoon).

Uit onderzoek bleek dat het Instagramaccount ' [account] ' gekoppeld stond aan het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Hierop werd eveneens een voice- en datatap aangesloten. Uit deze voice- en datatap bleek dat er contact werd opgenomen met de aangever en dat het getapte telefoonnummer gebruik maakte van IMEI-nummer [nummer] . Met behulp van deze tap konden de locaties van de gebruikers van de afperstelefoon- en IMEI-nummers gelokaliseerd worden in de omgeving van de Van Duivenvoordelaan in Wassenaar. De verdachte zou daar zijn samen met medeverdachte [medeverdachte] .

Door het observatieteam is gezien dat de verdachten telkens om de beurt een mobiele telefoon in handen hadden en nooit tegelijk. De afperstelefoon bevond zich op dat moment hoogstwaarschijnlijk bij een van de twee verdachten. Later op de dag werd de verdachte samen met zijn broertje en medeverdachte [medeverdachte] op een bankje bij het voetpad, gelegen tussen de Van Groeneveltlaan en de Van Cranenburchlaan te Wassenaar gezien. Nadat zij enige tijd geobserveerd waren, werden zij aangehouden. Bij de verdachten werden telefoons in beslag genomen, waaronder ook de afperstelefoon. De afperstelefoon lag op de grond en is door de politie in de broekzak van een van de verdachten geplaatst.

Op een andere telefoon, iPhone 7, die bij de verdachte in beslag is genomen zijn ook berichten teruggevonden die te relateren zijn aan de afpersberichten. Op deze iPhone 7 is een Instagram bericht aangetroffen die op 16 juni 2025 om 12:44 uur is verstuurd. In dit bericht wordt om een ton cash en een klokkie gevraagd. Er wordt gedreigd dat er weer mannen worden gestuurd en dat het gezin meer trauma zou oplopen Dit bericht komt overeen met de tekst die uiteindelijk aan aangever is verzonden. Ook is met die telefoon gezocht op de naam van de aangever.

Door de politie is ook onderzocht hoe vaak de afperstelefoon in de buurt was van de telefoon van de verdachte. Het telefoonnummer van de verdachte maakte tussen 13 juni 2025, de datum waarop de afpersing aanving, en zijn aanhouding op 16 juni 2025 op zeven momenten gelijktijdig met de afperstelefoon gebruik van basisstations in Leiden en 's-Gravenhage.

Op basis van het bovenstaande kan de conclusie worden getrokken dat de telefoon van verdachte betrokken is geweest bij de afpersing van de aangever. Hij heeft wetenschap gehad van een afpersing. Echter, er is door de politie niet waargenomen dat de verdachte daadwerkelijk de afperstelefoon in bezit had. Ook is niet gezien dat de verdachte berichten verstuurde op de momenten dat de aangever berichten ontving. Dat het tactisch team de informatie heeft gegeven dat de afperstelefoon zich in de omgeving van de Van Duivenvoordelaan in Wassenaar bevond en dat de verdachte daar ook was, wil nog niet zeggen dat de verdachte de afperstelefoon in zijn bezit had en afpersingshandelingen heeft verricht. Er wordt immers gesproken dat de afperstelefoon zich hoogstwaarschijnlijk bevond bij één van de verdachten. Dat is onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat dus de verdachte de gebruiker is van de afperstelefoon. Ook is de afperstelefoon niet onderzocht op dactyloscopische sporen waaruit de betrokkenheid van de verdachte zou moeten blijken.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet buiten gerede twijfel vastgesteld kan worden dat de verdachte degene is geweest die de afpersberichten heeft verstuurd. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

4. De vorderingen van de benadeelde partijen

[aangever] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van schade een bedrag van € 6.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op immateriële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

[naam] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van schade een bedrag van € 6.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op immateriële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen tot een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente.

Voorts vordert de officier van justitie dat de rechtbank aan de verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 1.000,- ten behoeve van de slachtoffers genaamd [aangever] en [naam] .

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geconcludeerd dat beide vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard nu vrijspraak is bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen tot schadevergoeding, aangezien de verdachte van het feit zal worden vrijgesproken. Deze beslissing is een juridisch gevolg van de vrijspraak en doet geen afbreuk aan het onmiskenbare leed dat de benadeelde partijen hebben en hadden als gevolg van de afpersingen.

Dit brengt mee dat de benadeelde partijen moeten worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil.

5. De inbeslaggenomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert voorts dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte de onder nummer 2 op de beslaglijst inbeslaggenomen telefoon niet terug wil, want deze telefoon is niet van hem. De onder nummer 1 op de beslaglijst inbeslaggenomen telefoon kan terug naar de rechthebbende.

Het oordeel van de rechtbank

Nu de verdachte wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende gelasten van het op de beslaglijst onder 1 en 2 genummerde voorwerpen.

6. De vordering tot tenuitvoerlegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de proeftijd met één jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu vrijspraak is bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen nu de verdachte wordt vrijgesproken.

7. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven per 3 april 2026, welke beslissing apart is geminuteerd.

8. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

verklaart de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

de inbeslaggenomen goederen

gelast de teruggave aan de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 1 en 2 genummerde voorwerpen, te weten:

1. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1500-2025196164-G3342399, Zwart, merk: Apple);2. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1500-2025196164-G3342403, Zwart, merk: Onbekend);

de vordering tenuitvoerlegging

wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 14 dagen, opgelegd bij vonnis van 30 januari 2025 in de zaak met parketnummer 09-171086-24.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. van Die, rechter, voorzitter,

mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt, rechter,

en mr. B.J. de Groot, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 april 2026.

mr. B.J. de Groot is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E. van Die
  • mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt
  • mr. B.J. de Groot

Griffier

  • mr. L.J. van Heel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?