ECLI:NL:RBDHA:2026:9298

ECLI:NL:RBDHA:2026:9298

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 17-04-2026
Zaaknummer NL25.49676
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asielaanvraag – asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht – verwestering niet aannemelijk – motiveringsgebrek bij beoordeling beleid voor alleenstaande vrouwen uit Irak – beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.49676

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),

en

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 25 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is aanwezig [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [datum] 2007 en heeft de Iraakse nationaliteit. Zij heeft op 3 december 2023 in Nederland asiel aangevraagd.

2. Aan die asielaanvraag heeft eiseres het volgende ten grondslag gelegd. De familie van eiseres heeft problemen met twee milities in Irak. De oma van eiseres is in 2011 gedood door de milities. In 2014 is een oom van eiseres vermoord door de milities omdat hij onderzoek deed naar de dood van de oma. Een andere oom van eiseres is aangevallen door de milities, waarna hij naar Nederland is gevlucht. Daarnaast is de vader van eiseres afgeperst en met de dood bedreigd door de milities. Eiseres en haar familie hebben van 2014 tot 2022 ondergedoken gezeten. Bij terugkeer vreest eiseres gedood te worden door de milities.

3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De problemen met de milities heeft verweerder niet geloofwaardig geacht.

4. Eiseres voert daarop het volgende aan. Ten onrechte heeft verweerder de problemen met de milities niet geloofwaardig bevonden. Eiseres heeft hierover consistent verklaard. Zij was bovendien jong ten tijde van de gebeurtenissen en zij kan zich niet alles meer herinneren. Verweerder heeft hier onvoldoende rekening mee gehouden. De verklaringen van eiseres en haar broer over de problemen met de milities zijn door verweerder ten onrechte als tegenstrijdig aangemerkt. Zij hebben beiden hetzelfde bedoeld te verklaren. Om het relaas te verduidelijken heeft eiseres een brief van haar vader overgelegd. Ten onrechte heeft verweerder deze brief als subjectief afgedaan en overwogen dat deze brief het relaas van eiseres niet ondersteunt. Aan eiseres kan voorts niet worden tegengeworpen dat zij niet meer documenten heeft overgelegd, nu haar familie zich niet meer in Irak bevindt. Haar broer heeft het arrestatiebevel van hun vader overgelegd en verweerder heeft ten onrechte tegengeworpen dat hierop een onjuiste naam vermeld staat. Eiseres wijst erop dat haar oom, die om dezelfde reden is gevlucht als eiseres, wel een verblijfsvergunning asiel heeft gekregen. Verweerder had aan die omstandigheid waarde moeten hechten en moeten nagaan of in het asieldossier van de oom stukken zitten die in het dossier van eiseres ontbreken. Daarnaast meent eiseres dat in haar geval de beantwoording van de door deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, gestelde prejudiciële vragen over de geloofwaardigheidsbeoordeling afgewacht moeten worden. Verder heeft verweerder miskent dat het beleid voor alleenstaande vrouwen uit Irak niet van toepassing is op eiseres. De ouders van eiseres verblijven niet in Irak en kunnen ook niet terugkeren naar Irak. Eiseres kan evenmin terugvallen op haar broer. Zij wijst erop dat zij ook niet samen in Nederland verblijven. Eiseres zal als alleenstaande vrouw een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer. Zij heeft voorts in haar zienswijze naar voren gebracht dat zij verwesterd is en verweerder had haar hierover nader moeten horen. Tot slot wijst eiseres op de verslechterde algemene veiligheidssituatie in Irak, die volgens eiseres een 15a-situatie oplevert. Er kan dan ook (feitelijk) geen toepassing worden gegeven aan het terugkeerbesluit. Ter onderbouwing hiervan verwijst zij naar diverse nieuwsartikelen en reisadviezen.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Geloofwaardigheid asielrelaas

5. Verweerder heeft niet ten onrechte de problemen met de milities ongeloofwaardig geacht. Daartoe is het volgende redengevend.

6. Verweerder heeft terecht overwogen dat de verklaringen van eiseres tegenstrijdig zijn met de verklaringen van haar broer. Zo heeft verweerder terecht overwogen dat eiseres en haar broer verschillend hebben verklaard over hoe hun oma is gedood, of sprake is geweest van (pogingen tot) ontvoeringen door de milities, en of zij op meerdere plekken hebben verbleven toen zij ondergedoken zaten. De uitleg die eiseres geeft aan de verklaringen heeft verweerder niet hoeven volgen. Ten aanzien van de oorzaak van dood van de oma van eiseres heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiseres al tijdens het gehoor is bevraagd over de wisselende verklaringen en toen erbij is gebleven dat haar oma is doodgeschoten. Zij heeft op dit punt geen correctie ingediend. Dat eiseres deze verklaring wel had willen corrigeren maar dat dit niet is gebeurd, komt voor risico van eiseres. Verweerder heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de stelling in beroep dat de verklaringen van de broer niet uitsluiten dat het gezin steeds binnen dezelfde plaats is verhuisd tijdens de periode dat zij opgedoken zaten, niet volgt uit de verklaringen van de broer tijdens het nader gehoor.

7. Anders dan eiseres meent, heeft verweerder bij de beoordeling wel degelijk voldoende rekening gehouden met de leeftijd van eiseres. Verweerder heeft in het voornemen overwogen dat eiseres minderjarig was tijdens de gestelde problemen en dat dit meegewogen wordt in hoe zij verklaart en wat zij kon weten. Ondanks de jonge leeftijd van eiseres heeft verweerder echter meer van haar mogen verwachten. Over de verschillen tussen de verklaringen van eiseres en haar broer heeft verweerder kunnen overwegen dat deze dusdanig groot zijn dat deze niet kunnen worden verklaard door de minderjarigheid van eiseres. Daarnaast heeft verweerder kunnen overwegen dat van eiseres verwacht mag worden dat zij haar eigen omgeving tijdens de acht jaar dat zij met haar familie was ondergedoken meer kon beschrijven. Ook heeft verweerder van eiseres mogen verlangen dat zij onderzoek heeft gedaan naar de problemen met de militie, die immers reden zouden zijn geweest voor eiseres om haar land te ontvluchten, en hierover consistent kan verklaren.

8. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiseres haar relaas ook niet aannemelijk heeft gemaakt met de door haar overgelegde stukken. De brief van de vader van eiseres heeft verweerder terecht als niet objectief verifieerbaar document aangemerkt. Verweerder heeft ook naar de inhoud van deze brief gekeken en daarover terecht geconcludeerd dat dit de verklaringen van eiseres niet ondersteunt. De inhoud van de brief strookt namelijk niet met de verklaringen van eiseres over de verblijfplaats tijdens het onderduiken en de wijze waarop haar oma is gedood. Daarnaast heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het door eiseres overgelegde arrestatiebevel haar relaas niet onderbouwt, omdat Bureau Documenten na onderzoek heeft geconcludeerd dat dit document hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven.

Verder wordt het betoog van eiseres dat het op de weg van verweerder lag om stukken uit het asieldossier van de oom wiens aanvraag om een verblijfsvergunning asiel is ingewilligd, te betrekken bij de beoordeling niet gevolgd. Iedere aanvraag wordt immers op eigen merites beoordeeld en het is aan eiseres om haar problemen met de milities te onderbouwen.

9. De rechtbank ziet geen aanleiding om de beantwoording van de prejudiciële vragen van zittingsplaats Roermond af te wachten en de zaak aan te houden.De rechtbank heeft hiervoor geconcludeerd dat verweerder het asielmotief niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft in voldoende mate een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling gemaakt.

Verwestering

10. Ten aanzien van de gestelde verwestering merkt de rechtbank allereerst op dat verwestering een geleidelijk proces kan zijn en dat dit een reden kan zijn dat een vreemdeling niet al tijdens het gehoor naar voren brengt dat hij of zij verwesterd is. Eiseres heeft ter zitting bevestigd dat in haar geval ook sprake is van een proces. Verweerder wordt daarom niet gevolgd in zijn standpunt dat niet valt in te zien waarom eiseres de door haar gestelde verwestering pas in haar zienswijze heeft aangedragen. Verweerder heeft echter terecht overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij is verwesterd en dat zij hierdoor gevaar loopt bij terugkeer. Eiseres heeft namelijk onvoldoende concreet gemaakt wat de verwestering voor haar inhoudt. De enkele stelling van eiseres dat zij het zelfstandig en vrij kunnen maken van levenskeuzes belangrijk vindt, waaronder de keuze voor welke kleding zij draagt, heeft verweerder terecht onvoldoende geacht. Verweerder heeft terecht overwogen dat dit te algemeen van aard is en dat bij eiseres niet is gebleken van een vereenzelviging met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Verweerder heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien om eiseres aanvullend te horen over de door haar gestelde verwestering.

Alleenstaande vrouw

11. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat het beleid voor alleenstaande vrouwen uit Irak niet op eiseres van toepassing is. Verweerder heeft zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt kunnen stellen dat de ouders van eiseres, die in Egypte verblijven, zich naar Irak kunnen begeven om zich bij eiseres te voegen. Eiseres heeft verklaard dat voor haar ouders een objectieve belemmering bestaat om naar Irak terug te keren. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij meent dat de ouders van eiseres wel degelijk naar Irak kunnen terugkeren en dat eiseres bij terugkeer naar Irak dan ook op hen kan terugvallen. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer kan terugvallen op haar broer. Eiseres heeft dit betwist en heeft erop gewezen dat zij in Nederland niet in hetzelfde asielzoekerscentrum als haar broer verblijft. Daarnaast merkt de rechtbank op dat eiseres en haar broer niet gelijktijdig asiel hebben aangevraagd en dat hun asielaanvragen afzonderlijk zijn beoordeeld, zodat niet zonder meer vaststaat dat zij tezamen zullen terugkeren naar Irak.

12. Gelet op het voorgaande bevat het bestreden besluit een motiveringsgebrek. Het beroep is daarom reeds gegrond. De overige beroepsgronden behoeven om die reden geen bespreking meer.

Conclusie

13. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dat naar het zich laat aanzien geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou inhouden. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.

14. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868.

Deze uitspraak is gedaan op 14 april 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M. de Jager

Griffier

  • mr. W. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?