RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46042
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
2. Eiser heeft op 25 februari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
3. De minister heeft met het besluit van 16 september 2025 (het bestreden besluit) deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
5. De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Gure als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
6. Eiser stelt dat hij van Somalische nationaliteit is, afkomstig is uit Barawe te Somalië en dat hij is geboren op [geboortedatum] 2007 en daarmee minderjarig is. Eiser heeft verklaard dat Al-Shabaab in 2023 eisers Koranschooldocent benaderde, omdat zij wilden dat eiser zich aansloot. De docent gaf aan dat ze daarvoor bij eisers moeder moesten zijn. De docent waarschuwde daarop eisers moeder, waarna eiser door zijn moeder thuis gehouden werd. De docent belde haar opnieuw en gaf aan dat het veilig was voor eiser om naar school te gaan. Toen eiser weer naar school ging, kwamen er Al-Shabaab-leden naar de school die eiser ontvoerden. Eiser weigerde zich aan te sluiten bij Al-Shabaab. Eiser is drie weken vastgehouden en is in die tijd mishandeld. Na drie weken vond er in de nacht een explosie plaats, waardoor eiser kon ontsnappen. Nadat een man eiser thuisgebracht had, heeft eisers moeder vervolgens geregeld dat eiser het land kon verlaten. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser vermoord te worden door Al Shabaab, omdat eiser geweigerd heeft zich bij hen aan te sluiten.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst; en
2. ontvoering door Al-Shabaab.
De minister vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Uit de verklaringen van eiser blijkt echter niet dat hij een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Daarnaast heeft eiser volgens de minister niet aannemelijk gemaakt dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade. Gelet daarop komt eiser volgens de minister niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. Daarnaast heeft de minister aan eiser geen reguliere verblijfsvergunning verleend en geen uitstel van vertrek. De minister heeft tot slot aan eiser medegedeeld dat er nog nader onderzoek zal worden gedaan naar adequate opvang voor eiser in Somalië, gedurende welk onderzoek eiser in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw. Het bestreden besluit geldt niet als terugkeerbesluit.
Het oordeel van de rechtbank
8. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit, aan de hand van de beroepsgronden van eiser, hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
9. Eiser voert aan dat hij bij terugkeer naar Somalië te vrezen heeft voor Al-Shabaab. Eiser is gevlucht en heeft zich niet bij Al-Shabaab aangesloten. Hierdoor wordt eiser beschouwd als verrader en afvallige. Al-Shabaab heeft hem met de dood bedreigd. Volgens eiser is dit dreigement zowel tegen hem als tegen zijn moeder uitgesproken, waardoor eiser ervan overtuigd is dat zijn leven in gevaar is. De omstandigheid dat eiser sinds zijn vertrek uit Somalië in januari 2024 geen direct contact met Al Shabaab heeft gehad betekent niet dat Al-Shabaab niet meer naar eiser op zoek is. Zijn moeder, die in Somalië achterbleef, is bedreigd door Al-Shabaab, nadat zij ontdekten dat eiser was ondergedoken. Het feit dat Al-Shabaab zijn familie wist te vinden en actief onder druk zette, toont aan dat Al-Shabaab eiser beschouwt als doelwit.
10. Bij de aanvullende gronden van 14 januari 2026 heeft eiser benadrukt dat zijn moeder niet maar een keer is bedreigd door Al-Shabaab, maar meerdere keren. Dat deze bedreigingen niet rechtstreeks aan eiser zijn doorgegeven, komt volgens eiser voort uit de wens van zijn moeder om hem te beschermen en geen extra angst bij eiser te veroorzaken. De bedreigingen zijn bevestigd door de heer [persoon1] , een familielid van eiser. Eiser heeft zijn moeder twee jaar niet gesproken. Eiser heeft later van zijn oom [persoon2] vernomen dat zijn moeder door andere clanleden is vermoord, nadat zij meerdere keren was bedreigd. Bij brief van 19 januari 2026 heeft eiser foto’s overgelegd van een overleden vrouw - volgens eiser zijn moeder - om aan te tonen in welke staat zij werd aangetroffen. Ook heeft zijn moeder drie maanden vastgezeten en zijn eisers broers inmiddels ook in de problemen gekomen, omdat eiser Somalië heeft verlaten. Al-Shabaab heeft tegen de moeder van eiser gezegd dat zij, omdat eiser het land uit is, de andere twee jongens willen hebben. Deze bedreiging is op 27 oktober 2025 door zijn oom aan eiser doorgegeven. Eiser is dan ook van mening dat sprake is van een individuele dreiging die is uitgebreid naar eisers naaste familieleden.
11. De rechtbank stelt vast dat de minister de ontvoering en ontsnapping van eiser geloofwaardig vindt, maar dat de minister eiser niet volgt in zijn verklaringen dat sprake is van een persoonlijke, negatieve aandacht door Al-Shabaab bij zijn terugkeer naar Somalië.
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer naar Somalië problemen zal ondervinden van Al-Shabaab. De minister heeft daarbij mogen betrekken dat uit eisers verklaringen niet blijkt dat Al-Shabaab naar eiser persoonlijk op zoek is. Zo heeft eiser verklaard dat Al-Shabaab in zijn algemeenheid vaak op zoek is naar jongeren om te rekruteren. Eiser weet ook niet waarom de leden van Al-Shabaab hem precies wilden hebben. Eiser denkt dat dit was omdat hij tot de grootste jongens van de Koranschool behoorde, maar hieruit volgt nog geen speciale positie op basis waarvan kan worden aangenomen dat Al-Shabaab eiser persoonlijk zocht of nog altijd persoonlijk zoekt.
Onduidelijk is wat eiser onderscheidt van andere (inmiddels) volwassenen of zijn (ex-)klasgenoten die inmiddels ook groter zullen zijn geworden.
13. Over het standpunt van eiser dat hij wel degelijk vreest voor Al-Shabaab omdat zijn moeder meerdere keren zou zijn bedreigd en dat daaruit zou blijken dat Al-Shabaab op zoek is naar eiser, overweegt de rechtbank dat de minister niet ten onrechte stelt dat eiser hierover tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Zo heeft eiser tijdens zijn nader gehoor verklaard dat sprake zou zijn geweest van een enkele bedreiging begin 2024, terwijl eiser deze verklaring in de zienswijze en in beroep wijzigt naar twee tot drie keer, dan wel meerdere keren. De stelling in beroep dat het pas later melden van de (aanvullende) dreigementen verklaarbaar is vanuit de wens van zijn moeder om eiser te beschermen en geen extra angst bij hem te veroorzaken, heeft de minister onvoldoende mogen vinden om deze tegenstrijdigheden weg te nemen. Immers, de moeder zou eiser volgens zijn verklaringen eerder ook hebben gewaarschuwd over Al-Shabaab en hem ook hebben ingelicht over de eerdere bedreiging. De gegeven verklaring verklaart niet waarom er eerder wel reden was eiser van de bedreiging op de hoogte te brengen, maar daarna niet meer en later toch weer wel. Daarbij heeft de minister mogen betrekken dat eiser de gestelde informatie van horen zeggen zou hebben. De minister heeft zich derhalve op het standpunt mogen stellen dat hieruit niet blijkt dat sprake is van bedreigingen gericht aan eiser vanuit Al-Shabaab sinds eisers vertrek uit Somalië.
14. In de aanvullende gronden van beroep van 14 januari 2026, aangevuld met de brief van 19 januari 2026 met foto’s, heeft eiser aangevoerd dat zijn broers problemen hebben, zijn moeder drie maanden gevangen heeft gezeten en dat zijn moeder is vermoord door clanleden. In reactie hierop heeft de minister in het briefverweer en ter zitting verwezen naar het verslag van een vertrekgesprek van eiser met de Dienst Terugkeer & Vertrek van 2 december 2025 waarin eiser een geheel andere oorzaak van het overlijden van zijn moeder noemt.
15. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de nieuwe en tegenstrijdige verklaringen in beroep van eiser over de detentie en het overlijden van zijn moeder verder ernstig afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van eisers stellingen over zijn vrees bij terugkeer.
Zo heeft eiser eerder niet verklaard over een detentie van zijn moeder en heeft hij zijn latere verklaring op dit punt ook niet onderbouwd.
Daarnaast stelt eiser - in de overgelegde stukken van januari 2026 dat zijn moeder is vermoord door clanleden en dat dit wordt onderbouwd door de bijgevoegde foto’s.
Uit het verslag van 2 december 2025 van het vertrekgesprek van 30 oktober 2025 blijkt echter dat eiser als volgt heeft verklaard:
“Ik vraag aan betrokkene waarom het “wel” goed gaat i.p.v. goed. Hierop volgend geeft [eiser] aan dat zijn moeder drie dagen geleden is overleden als gevolg van suikerziekte en nierfalen en dat het daarom niet helemaal goed met hem gaat.”
16. De verklaring van eiser op de zitting dat hij tijdens het vertrekgesprek wel heeft verklaard dat zijn moeder ziek is, maar niet dat zij is overleden als gevolg van suikerziekte en dat hij heeft gezegd dat zijn moeder is vermoord, kan de geconstateerde tegenstrijdigheid niet wegnemen. Het gesprek vond plaats met hulp van een tolk in de Somalische taal en in het bijzijn van de begeleider van eiser van Nidos. Van het gesprek is een uitgebreid verslag opgemaakt en volgens dit verslag heeft eiser alles goed begrepen in het Somali. Dat de tegenstrijdigheid mogelijk komt door een fout in de vertaling van de tolk volgt de rechtbank daarom niet. Aan eiser is expliciet is gevraagd ‘waarom het “wel” goed gaat in plaats van goed, waarop eiser heeft geantwoord dat en hoe zijn moeder is overleden. De overgelegde foto’s kunnen deze tegenstrijdigheid ook niet wegnemen, waarbij de minister mag betrekken dat niet objectief is vast te stellen wie er op de foto’s staat, wanneer de foto’s zijn gemaakt, en of er een causaal verband is met eisers gestelde problemen.
17. Gelet op het voorgaande heeft de minister kunnen concluderen dat eiser door zijn verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat Al-Shabaab naar hem op zoek is en dat hij bij terugkeer in de negatieve belangstelling van Al -Shabaab zal staan. De beroepsgrond slaagt niet.
18. Eiser voert nog aan dat Al-Shabaab hem bij terugkeer naar Somalië zal opsporen en vermoorden, omdat Al-Shabaab actief is in grote delen van Somalië. Eiser verwijst daartoe naar de Country Guidance van het European Agency for Asylum (EUAA) van augustus 2023 en een brief van Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) van 10 november 2025. Ook bestaat volgens eiser een reëel risico op ernstige schade, omdat eiser bij terugkeer door Al-Shabaab gebied moet reizen en sprake is van mensenrechtenschendingen door clanmilities.
19. De rechtbank overweegt dat, zoals ook in het bestreden besluit is aangegeven, uit het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over Somalië van maart 2025 volgt dat de overheid de macht heeft in Barawe. Reizen naar Barawe is mogelijk via een bootverbinding vanaf Mogadishu. Eiser kan dan ook terug naar zijn gebied van herkomst. Het beroep van eiser op ontwikkelingen in Mogadishu verandert dit niet en een beroep op het EUAA-rapport van augustus 2023 en het VWN-rapport (over het ambtsbericht van maart 2025) ook niet. De beroepsgrond slaagt niet.
20. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag en/of bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser is daarom terecht niet in aanmerking gebracht voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Het beroep slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
21. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk - Salomons, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 februari 2026
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.