ECLI:NL:RBDHA:2026:9300

ECLI:NL:RBDHA:2026:9300

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-02-2026
Datum publicatie 17-04-2026
Zaaknummer NL25.51444
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Trefwoorden: beroep, Ivoorkust, opvolgende (vijfde) asielaanvraag, geen nieuwe elementen of bevindingen, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.51444

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F. van Dijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn opvolgende asielaanvraag. Eiser stelt van Ivoriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1974. Hij heeft op 1 augustus 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

2. De minister heeft met het bestreden besluit van 16 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

4. De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Diaby als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is ten grondslag gelegd aan de huidige aanvraag?

5. De rechtbank beoordeelt het besluit van de minister om de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk te verklaren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het verloop van de procedure

7. Eiser heeft op 30 september 2005 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Eiser heeft aan zijn asielrelaas het volgende ten grondslag gelegd. Eiser vreest voor vervolging vanwege zijn etnische afkomst. Eiser behoort tot de bevolkingsgroep Dyoula en woonde met zijn ouders in de plaats [plaats 1] . Zijn vader is in [maand] 2005 vermoord vanwege de etnische afkomst en omdat hij een winkel had. Eiser is zijn moeder kwijtgeraakt en is gevlucht. Eisers moeder verbleef in [plaats 2] . Van haar heeft eiser begrepen dat de moord op zijn vader tevens verband hield met een conflict over een stuk grond. Bij terugkeer naar Ivoorkust vreest eiser voor vervolging vanwege zijn etniciteit en vanwege de individuele problemen waar hij over heeft verklaard.

8. Eisers asielaanvraag is bij besluit van 10 februari 2006 ingewilligd op grond van de algemene situatie in Ivoorkust (het categoriale beschermingsbeleid). De verblijfsvergunning die is verleend was geldig van 28 november 2005 tot 28 november 2010. Het categoriale beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Ivoorkust is bij brief van 30 juni 2010 van de Minister (destijds Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie) aan de Tweede Kamer beëindigd.

9. Op 31 oktober 2010 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Bij besluit van 19 maart 2012 is deze aanvraag afgewezen. Het daartegen ingestelde beroep heeft deze rechtbank, zittingsplaats Assen, bij uitspraak van 10 januari 2013 (Awb 12/11300) ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 juli 2013 (201301328/1/Vl) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.

10. Eiser heeft op 2 december 2015 een tweede asielaanvraag voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 4 december 2015 afgewezen. Het daartegen ingestelde beroep heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, bij uitspraak van 15 februari 2016 (Awb 15/21560) gegrond verklaard. Na een advies van Bureau Medische Advisering (BMA) is bij besluit van 23 september 2016 eisers asielaanvraag afgewezen. Het daartegen ingestelde beroep heeft deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, bij uitspraak van 7 februari 2017 (Awb 16/23717) ongegrond verklaard.

11. Op 29 maart 2017 heeft eiser een derde asielaanvraag voor bepaalde tijd ingediend, welke aanvraag bij besluit van 27 februari 2018 niet-ontvankelijk is verklaard.

12. Vervolgens heeft eiser op 22 juni 2020 een vierde asielaanvraag voor bepaalde tijd ingediend, welke aanvraag bij besluit van 6 april 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Bij die asielaanvraag heeft eiser een rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) van 3 maart 2020 overgelegd. Bij uitspraak van 22 juli 2021 (NL21.6193) heeft deze rechtbank het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroep te laat is ingediend. Van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden in de zin van het arrest Bahaddar tegen Nederland (ECLI:NL:XX:1998:AG8817) is de rechtbank niet gebleken. Het daartegen ingediende hoger beroep is door de Afdeling bij uitspraak van 18 augustus 2021 ongegrond verklaard.

13. Op 1 augustus 2023 heeft eiser zijn huidige (vijfde) aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Eiser heeft om dezelfde redenen als in de eerdere procedures opnieuw asiel aangevraagd. Zijn moeder is inmiddels in [plaats 2] overleden.

Ter onderbouwing van zijn huidige aanvraag heeft eiser de volgende documenten overgelegd:

Bij brief van 6 januari 2025 heeft eiser nog twee brieven overgelegd van [naam] , van [B] , basis psycholoog, namens [A] , regiebehandelaar:

Inhoud van het bestreden besluit

14. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst zijn in de eerdere procedures al geloofwaardig geacht. Eisers verblijf in [plaats 1] en de problemen die hij daar stelt te hebben ondervonden, zijn niet geloofwaardig geacht. In de voorgaande asielprocedure heeft eiser het IMMO-rapport al overgelegd. Dit rapport gaf geen aanleiding om terug te komen op de beslissing om het relaas van eiser ongeloofwaardig te achten. De overige door eiser ingebrachte documenten kunnen weliswaar (deels) worden gezien als nieuwe documenten, maar niet als relevante nieuwe documenten. De minister heeft de aanvraag daarom in het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat sprake is van een opvolgende aanvraag waarin geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Hij heeft dit gedaan onder verwijzing naar het hierboven genoemde besluit van 6 april 2021. De minister heeft hiermee toepassing gegeven aan artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw. Eiser heeft al een terugkeerbesluit gekregen op 23 september 2016. Tevens is op diezelfde datum aan eiser een inreisverbod voor twee jaren opgelegd.

Wat vindt eiser?

15. Eiser voert aan dat de minister de opvolgende asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser is van mening dat hij in eerste instantie niet coherent, consistent en gedetailleerd heeft kunnen verklaren vanwege psychische problemen, ontstaan door gebeurtenissen die hebben geleid tot zijn vlucht uit Ivoorkust destijds. In de vervolgens gevoerde procedures heeft eiser rapporten en berichten overgelegd, opgesteld door meerdere instellingen van geestelijke gezondheidszorg/psychiaters. Ook heeft eiser het iMMO-rapport van 3 maart 2020 overgelegd. Hoewel uit dat rapport niet direct volgt wat eiser bij terugkeer naar Ivoorkust te wachten staat en dus ook niet of eiser bij terugkeer in een situatie zou komen te verkeren die in strijd is met artikel 3 van het EVRM, meent eiser dat de minister tot op heden ten onrechte heeft nagelaten het eerste relaas van eiser te beoordelen met inachtneming van onder meer de conclusies uit het rapport van het iMMO. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser in beroep nog aanvullende medische stukken overgelegd:

Het is volgens eiser niet aan de minister om conclusies te trekken over de vraag of op basis van onderzoek naar de psychische gesteldheid of naar het bestaan van een autismespectrumstoornis van eiser een uitspraak kan worden gedaan of en in hoeverre eerdere verklaringen zijn beïnvloed door de psychische gesteldheid en de autistische stoornis. De minister heeft die deskundigheid niet, terwijl iMMO en [naam] deskundigen zijn en deze vraag wel hebben beantwoord. Tot slot doet eiser wederom een beroep op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM).

Het oordeel van de rechtbank

16. In de eerdere procedures is in rechte komen vast te staan dat eiser wordt gevolgd in zijn identiteit, nationaliteit, etniciteit en herkomst uit Ivoorkust. Het verblijf van eiser in [plaats 1] en de traumatiserende problemen die hij daar stelt te hebben ondervonden, heeft de minister in de vorige procedures ongeloofwaardig gevonden en mogen vinden. Dit is voor het laatst in de uitspraak van de Afdeling van 18 augustus 2021 vastgesteld.

17. In geschil is of eiser aan zijn huidige aanvraag nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van zijn asielaanvraag, als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Vw.

18. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw, kan de minister een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaren als de aanvrager geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd aan deze aanvraag, of als de nieuwe elementen en bevindingen niet relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Nieuwe elementen en bevindingen zijn relevant voor de beoordeling van de opvolgende aanvraag als deze de kans op inwilliging van de asielaanvraag aanzienlijk groter maken (HvJ 9 september 2021, ECLI:EU:C:2021:710, punt 34, en de Afdeling, 15 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2699).

19. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van relevante nieuwe elementen.

20. Eiser heeft verwezen naar recente informatie van Country Rapport, Human Rights Practices in Ivoorkust, 2022, waar wordt gesproken over de algemene situatie en mensenrechtenschendingen in Ivoorkust. De rechtbank overweegt dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat dit weliswaar nieuwe informatie is, maar dat niet kan worden ingezien hoe dit rapport van toepassing is op eisers persoonlijke situatie.

Eisers gestelde problemen zijn in de voorgaande procedures niet geloofwaardig geacht. De verwijzing naar dit rapport is dan ook niet relevant.

21. Het selectieadvies van het detentiecentrum van 16 maart 2017 met eisers detentiehistorie is een advies voor de geschiktheid voor verblijf in bepaalde ruimtes volgens de adviezen van een inrichtingspsycholoog. Hieruit volgt dat op basis van de toenmalige psychische gesteldheid van eiser forensische zorg was geïndiceerd. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat dit advies geen nieuwe informatie bevat over eisers vermogen om (destijds) te verklaren.

22. Over het iMMO-rapport van 3 maart 2020 heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat eiser niet duidelijk heeft gemaakt hoe dit rapport als nieuw element zou kunnen worden aangemerkt. Dit rapport was voor eiser al eerder, bij de asielaanvraag van 22 juni 2020, de reden om een opvolgende asielaanvraag in te dienen. De minister heeft dit rapport al inhoudelijk beoordeeld en daarbij ook gekeken naar de samenhang met het relaas van eiser. Met het besluit van 6 april 2021 is deze asielaanvraag afgewezen. Het hiertegen ingestelde beroep is bij de eerder genoemde uitspraak van 22 juli 2021 ongegrond verklaard (NL21.6193). Deze uitspraak is in hoger beroep bevestigd door de Afdeling bij uitspraak van 18 augustus 2021. De minister is daarom niet gehouden om het iMMO-rapport opnieuw te beoordelen. Er is daarom geen sprake van een relevant nieuw element.

23. De bijlage bewijs omtrent medische situatie van eiser van 13 juni 2023 van [A] zoals eiser heeft overgelegd bij de huidige asielaanvraag spreekt alleen over ‘PTSS en een depressieve stoornis met psychotische belevingen gerelateerd aan de traumatische ervaringen’ en een ‘vermoeden van chroniciteit’. Deze informatie zegt niets over het vermogen van eiser om te verklaren ten tijde van zijn eerdere gehoren. Er is daarom geen sprake van een nieuw relevant element.

24. Over de e-mail van [A] van [naam] van 10 juli 2023 overweegt de rechtbank als volgt. Hieruit volgt dat er wordt gedacht aan de aanwezigheid van een autisme spectrum stoornis (ASS) en dat het ‘goed voorstelbaar ‘ is dat eiser mede vanwege psychopathologie en een ‘mogelijke’ ontwikkelingsstoornis zich niet goed bewust was van wat van hem verwacht werd tijdens het interview (gehoor). De rechtbank overweegt dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dit geen relevante nieuwe informatie is, omdat het te vaag en weinig concreet is hoe dit van invloed is geweest op eisers gehoor.

25. Ten aanzien van het bericht van [B] namens [A] van 23

juli 2024 heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat hieruit blijkt dat sprake is van een “vermoeden” dat eiser een autisme spectrum stoornis (ASS) heeft. Eiser maakt ook hiermee niet inzichtelijk hoe dit concreet van invloed is geweest op het gehoor, waar dit uit blijkt en waarin deze informatie verschilt van de eerder al ingebrachte en beoordeelde informatie.

26. Eiser heeft op de zitting gesteld dat hij vanwege zijn psychische problematiek niet kan worden onderzocht op de daadwerkelijke aanwezigheid van een ASS. Het ligt echter op de weg van eiser om aan te tonen dat en waarom hij vanwege een stoornis in het asielgehoor in 2005 anders zou hebben verklaard. Dit heeft eiser met de overgelegde informatie niet gedaan. De informatie van 10 juli 2023 en 23 juli 2024 werpt daarom geen nieuw licht op eisers asielrelaas en is daarmee niet relevant.

27. De rechtbank overweegt verder dat de door eiser in beroep overgelegde verklaring van i-Psy van 5 juni 2015 niet nieuw is. Over het bericht van [B] namens [A] van 6 november 2024 overweegt de rechtbank dat dit stuk weliswaar nieuw is, maar niet relevant is voor de huidige asielaanvraag. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het in deze asielprocedure niet gaat om de vraag of de verwijdering van eiser een verslechtering oplevert en of behandeling in eisers land van herkomst aanwezig is. Het artikel ‘Survey of non-conventional mental health care facilities in Côte d’Ivoire’ vormt om dezelfde reden geen relevante nieuwe informatie.

28. Ten aanzien van de in beroep nog ingebrachte medische verklaring van [C] van [naam] van 23 [maand] 2025 overweegt de rechtbank dat de minister zich in het verweerschrift op het standpunt heeft mogen stellen dat deze verklaring geen wezenlijk nieuwe, concrete informatie bevat en daarmee ook geen relevante informatie is voor wat betreft de mogelijkheid van eiser om destijds te verklaren. Hetzelfde geldt voor het stuk van [A] van 3 november 2025.

29. Gelet op het voorgaande heeft de minister niet ten onrechte geconcludeerd dat sprake is van een opvolgende aanvraag waarin geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De minister heeft de aanvraag van eiser daarom niet-ontvankelijk mogen verklaren. De beroepsgronden slagen niet.

30. Eiser voert nog aan dat zijn verwijdering nu, na langdurig verblijf in Nederland, waaronder een periode van rechtmatig verblijf, in strijd is met artikel 8 van het EVRM, gezien het privéleven dat hij alhier heeft opgebouwd. Eisers medische situatie is volgens hem onderdeel van zijn privéleven en dient derhalve te worden getoetst aan zowel artikel 3 als artikel 8 van het EVRM en de artikelen 4 en 7 van het EU-Handvest.

31. De rechtbank overweegt dat de minister niet gehouden is om bij een opvolgende asielaanvraag ambtshalve te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. Uit artikel 3.6a, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 volgt dat bij afwijzing van de eerste asielaanvraag ambtshalve aan artikel 8 van het EVRM wordt getoetst. In het geval van eiser gaat het echter om een opvolgende aanvraag. De rechtbank ziet in het verloop van de procedure en de feitelijke omstandigheden van eiser geen reden om daar anders over te oordelen. Het beroep slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

32. De minister heeft de aanvraag van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk - Salomons, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

18 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. Spelt

Griffier

  • mr. M.M. van Luijk - Salomons

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?