RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41230
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
(gemachtigde: mr. J.O. Isibor).
Procesverloop
Verweerder heeft bij het besluit van 21 augustus 2025 (het bestreden besluit) de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2026 op een zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiseres is geboren op [datum] 2001 en heeft de Egyptische nationaliteit.
Het asielrelaas
2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is afkomstig uit een streng islamitisch gezin en zij wordt ernstig beperkt door haar vader. In Egypte wilde zij trouwen met haar huidige partner, maar haar vader weigerde hiervoor toestemming te geven. Eiseres vreest bij terugkeer in Egypte alsnog uitgehuwelijkt te worden. Daarnaast vreest zij vermoord te worden door haar vader als bekend wordt dat zij haar maagdelijkheid heeft verloren. Verder wordt eiseres bedreigd door haar ex-partner [persoon] . Zij is eenmaal door hem bedreigd met de dood en hij heeft eiseres, haar vriendinnen en familie berichten gestuurd. Eiseres vreest dat hij voor eiseres belastende foto’s openbaar maakt, met alle gevolgen van dien, of dat hij haar bij terugkeer vermoord.
Het bestreden besluit.
3. Verweerder gelooft niet dat eiseres problemen heeft met haar vader in Egypte vanwege haar partnerkeuze. Eiseres heeft deze gestelde problemen niet onderbouwd met documenten en haar verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres heeft tegenstrijdig verklaard over hoe zij door haar vader zou zijn beperkt in haar bewegings- en handelingsvrijheid. Zo heeft eiseres verklaard dat juist haar vader voorstelde dat eiseres in Oekraïne zou gaan studeren. Eiseres heeft daar ook vijf jaar verbleven. Deze verklaringen stroken niet met de stelling van eiseres dat zij ernstig werd beperkt. Bovendien volgt uit de verklaringen van eiseres onvoldoende dat zij bij terugkeer te vrezen heeft voor uithuwelijking. Ook de problemen van eiseres met haar ex-partner [persoon] vindt verweerder ongeloofwaardig. De chatberichten die eiseres van [persoon] heeft overgelegd zijn niet objectief verifieerbaar. Daarnaast heeft zij [persoon] sinds 2019 slechts twee keer gezien en heeft zij sinds lange tijd niets meer van hem vernomen. Zij heeft bovendien nooit aangifte gedaan voor haar gestelde problemen, dan wel op andere wijze in Egypte bescherming gezocht. Verweerder overweegt ten slotte dat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Verweerder heeft de asielaanvraag daarom als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 30b eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw.
De beroepsgronden
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en zij voert daartegen het volgende aan. Verweerder houdt er geen rekening mee dat haar vader ook tijdens haar verblijf in Oekraïne druk op haar uitoefende. Bij terugkeer naar Egypte zal haar vader wederom haar leven volledig bepalen. Eiseres mocht eerder niet trouwen met haar huidige vriend. De informatie van verweerder waaruit blijkt dat het in Egypte ook mogelijk is om zonder toestemming van de vader te trouwen, staat los van de patronen zoals die gelden binnen de familie van eiseres. Verweerder houdt onvoldoende rekening met het referentiekader van eiseres. Zij is afkomstig uit een streng islamitisch gezin en zij vreest voor eerwraak. Verder is het in strijd met de samenwerkingsverplichting zoals neergelegd in artikel 4, derde lid, van de Kwalificatierichtlijn dat verweerder de video van de zus van eiseres niet heeft bekeken. Het is namelijk niet mogelijk om digitaal een video aan te leveren bij de IND. Dit geldt ook voor de berichten van haar ex [persoon] op haar telefoon. Verweerder kan haar telefoon uitlezen en onderzoeken van wie de berichten afkomstig zijn. Door dat na te laten heeft verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden.
Eiseres loopt bij terugkeer daarnaast een groot risico op eerwraak, omdat zij niet langer maagd is. Met de stelling dat niet medisch vast te stellen of iemand nog maagd is, gaat verweerder volledig voorbij aan de culturele situatie in Egypte. Verweerder werpt verder ten onrechte tegen dat zij geen bescherming heeft gevraagd in Egypte. In het Egyptische rechtssysteem worden aangiften altijd besproken met de vader of het familiehoofd.
Tot slot werpt verweerder ten onrechte tegen dat eiseres te laat asiel heeft aangevraagd. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de late aanmelding van eiseres niet als verschoonbaar zijn aan te merken.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Beoordeling geloofwaardigheid problemen met vader
5. Niet wordt gevolgd dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Verweerder heeft rekening gehouden met de door eiseres gestelde culturele omstandigheden, waaronder het streng religieuze milieu waaruit zij afkomstig is. Dat neemt niet weg dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat haar vader haar had voorgesteld te trouwen, maar dat eiseres toen heeft gezegd dat zij daar nog niet klaar voor was en dat zij zich verder wilde richten op haar studie. Ook was de vader van eiseres op de hoogte van haar partnerkeuze en heeft hij haar toch terug laten gaan naar Oekraïne waar haar partner verbleef. Verweerder heeft bovendien ook – en terecht – voor het referentiekader van belang geacht dat eiseres een hoogopgeleide vrouw is die in de gelegenheid is gesteld te studeren in het buitenland (Oekraïne). Verweerder mocht uit dit alles afleiden dat eiseres uiteindelijk ondanks de invloed van haar vader zelf kon bepalen hoe zij haar leven wilde inrichten.
6. Eiseres heeft gesteld dat haar vader ook tijdens haar verblijf in Oekraïne druk op haar uitoefende. Eiseres heeft deze stelling echter niet onderbouwd. Verweerder heeft terecht daarover opgemerkt dat haar vader haar naar een land liet gaan waar hij geen controle over haar had, terwijl hij wist dat haar partner daar ook verbleef. Hij is ook niet langsgekomen bij eiseres om haar te controleren en hij heeft geen contact met haar onderhouden. Dat eiseres enkele keren vanuit Oekraïne is teruggereisd naar Egypte, de laatste keer begin 2022, neemt niet weg dat zij elke keer weer weg kon gaan uit Egypte zonder dat haar vader dat heeft verhinderd.
7. Uit artikel 31, eerste lid, van de Vw volgt dat het aan de vreemdeling is om zijn asielaanvraag zoveel als mogelijk te onderbouwen. In het tweede lid staat dat de vreemdeling alle elementen ter staving van de asielaanvraag zo spoedig mogelijk naar voren brengt en dat verweerder in samenwerking met de vreemdeling de relevante elementen beoordeelt. Volgens het derde lid omvatten die elementen de verklaringen van de vreemdeling en alle relevante documentatie in het bezit van de vreemdeling. Het verwijt van eiseres dat verweerder de samenwerkingsverplichting van artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn – waarvan artikel 31 van de Vw de omzetting is – heeft geschonden, treft geen doel. Allereerst: zij heeft de video die zij in haar bezit heeft niet overgelegd, noch stilstaande beelden daaruit. Eiseres heeft bovendien niet toegelicht wat er op de video staat die zij in haar bezit heeft. Daarmee is dus niet duidelijk wat de relevantie is van dit element. Verweerder hoefde die video daarom niet te betrekken in zijn besluitvorming. Dit is niet in strijd met het zorgvuldigheidsvereiste.
8. Verder heeft verweerder bij de beoordeling van het relaas van eiseres wel rekening gehouden met de overgelegde (schermafbeeldingen van) telefoonberichten over de gestelde vrees dat de vader van eiseres haar wil uithuwelijken. Verweerder heeft daarover terecht opgemerkt dat deze berichten geen objectieve onderbouwing zijn van haar vrees. Bovendien is uit die berichten ook af te leiden dat de moeder van eiseres wél vindt dat eiseres zelf haar partner moet kunnen kiezen.
9. Anders dan eiseres heeft gesteld, heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres over het risico van eerwraak niet geloofwaardig zijn. Allereerst: zoals hiervoor al is overwogen, heeft verweerder niet ten onrechte tegengeworpen dat eiseres niet geloofwaardig heeft verklaard over de invloed van haar vader op haar leven. Daarnaast heeft verweerder erop gewezen dat medisch niet sluitend is vast te stellen of eiseres nog maagd is. Eiseres heeft dat niet betwist. Eiseres heeft echter gesteld dat daarmee voorbij wordt gegaan aan de sociaal-culturele dimensie van eergerelateerd geweld. Verweerder mocht daar tegenover stellen dat uit algemene bronnen blijkt dat eiseres zonder toestemming van haar vader in Egypte of buiten Egypte kan trouwen met een partner van haar keuze.
10. De slotsom is dat verweerder niet ten onrechte de gestelde problemen van eiseres met haar vader ongeloofwaardig heeft geacht.
Vrees voor ex-vriend [persoon]
11. Verweerder heeft wel geloofwaardig geacht dat eiseres problemen heeft gehad met haar vorige partner [persoon] nadat zij de relatie met hem had beëindigd. Verweerder heeft de vrees van eiseres dat zij bij terugkeer naar Egypte een reëel risico loopt op ernstige schade, als bedoeld in artikel 3 van het EVRM, echter niet aannemelijk geacht.
12. Anders dan eiseres heeft betoogd, houdt verweerders beoordeling stand. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat de relatie met [persoon] duurde van 2016 tot 2019, en dat eiseres hem daarna nog maar twee keer heeft gezien en sindsdien niets meer van hem heeft vernomen. Bij deze confrontaties heeft hij weliswaar tegen eiseres gezegd
"jij komt aan de beurt", maar van enige verdere bedreiging is niet gebleken. Dat [persoon] naderhand nog bedreigingen zou hebben geuit, onder meer op g-mail, is niet gedocumenteerd. Verweerder heeft daarover terecht opgemerkt dat berichten van geblokkeerde personen in de spambox van Gmail terechtkomen en dat eiseres dus de gestelde ontvangen dreigberichten op Gmail had kunnen staven. Zij heeft dat echter niet gedaan. Ook heeft [persoon] tot op heden zijn dreigement om de voor eiseres belastende foto's openbaar te maken niet waargemaakt.
13. Dat verweerder niet zorgvuldig heeft gehandeld door de telefoon van eiseres niet uit te lezen, wordt niet gevolgd. Gewezen wordt op wat al onder 7 is overwogen over de bewijspositie van eiseres en de samenwerkingsplicht van verweerder.
14. Tot slot heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiseres indien dat nodig zou zijn, altijd nog bescherming kan vragen bij de Egyptische autoriteiten. De stelling van eiseres dat haar aangiftes zouden worden besproken met familieleden, is niet onderbouwd.
Afwijzing als kennelijk ongegrond
15. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond met toepassing van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw omdat eiseres zich niet tijdig heeft gemeld voor het doen van haar aanvraag.
16. Eiseres heeft daartegen aangevoerd dat zij als derdelander die was gevlucht uit Oekraïne rechtmatig verblijf had bij haar aankomst in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Verder heeft zij gesteld dat zij vijf dagen nodig had om psychisch te herstellen van haar ervaringen met de oorlog in Oekraïne.
17. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiseres zich niet onmiddellijk na aankomst in Nederland heeft gemeld bij een loket van de gemeente of van de IND om een beroep te doen op de Richtlijn tijdelijke bescherming. Om die reden was er geen sprake van rechtmatig verblijf voordat zij haar asielaanvraag op 13 september 2023 indiende. Weliswaar is de termijn van vijf dagen na binnenkomst niet lang, toch had verweerder mogen tegenwerpen dat zij zich niet binnen 48 uur heeft aangemeld voor asiel. Dat eiseres bij moest komen van de oorlogssituatie in Oekraïne, hoefde verweerder niet als verschoonbaar te beschouwen voor de te late aanmelding. Verweerder mocht van eiseres verwachten dat zij haar wens om internationale bescherming zo snel mogelijk kenbaar zou maken.
Slotsom
18. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 15 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een (1) week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.