ECLI:NL:RBDHA:2026:9310

ECLI:NL:RBDHA:2026:9310

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 17-04-2026
Zaaknummer NL26.3269
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Dublin Frankrijk – buiten zitting - beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.3269

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),

en

Procesverloop

Bij besluit van 19 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1987 en een staatloze Palestijn afkomstig uit Gaza te zijn. Hij heeft op 24 september 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit Eurodac is gebleken dat eiser in Frankrijk een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft daarom op grond van artikel 18, eerste lid en onder b, van de Dublinverordening de Franse autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen. De Franse autoriteiten hebben dit verzoek op 12 november 2025 geaccepteerd op grond van artikel 18.1 van de Dublinverordening.

3. Eiser stelt in beroep dat hij geen asiel heeft aangevraagd in Frankrijk. Nadat hij zijn vingerafdrukken heeft afgegeven op 4 september 2025 heeft hij gezegd geen asiel meer te willen aanvragen. Vervolgens kreeg hij zijn papieren terug en werd hem gezegd dat hij kon vertrekken. Het wekt dan ook bevreemding dat Frankrijk akkoord is gegaan met het verzoek om terugname. Uit het dossier blijkt niet wanneer zijn vingerafdrukken zijn afgenomen in Nederland. Kennelijk was dit nog niet gedaan bij het verzenden van de claim, omdat de Franse autoriteiten deze in eerste instantie hebben afgewezen wegens het ontbreken van vingerafdrukken. Daarom kan niet worden gecontroleerd of eisers vingerafdrukken onverwijld zijn afgenomen en uiterlijk 72 uur na de indiening van zijn asielaanvraag zijn toegezonden aan het centraal systeem. Ook kan niet worden gecontroleerd of terugnameverzoek tijdig is ingediend.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Zoals blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 12 januari 2024 moet een terugnameverzoek worden gedaan binnen twee maanden na de daadwerkelijke Eurodac-treffer, in dit geval dus 10 oktober 2025. Dit verzoek moet ook worden gedaan binnen drie maanden na de asielaanvraag. De asielaanvraag van eiser dateert van 24 september 2025, wat maakt dat het terugnameverzoek tijdig is gedaan bij Frankrijk op 15 oktober 2025.

5. Op grond van artikel 9, eerste lid, eerste volzin, van de Eurodac-verordening neemt elke lidstaat onverwijld de vingerafdrukken van een asielzoeker en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na de indiening van zijn verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel 20, tweede lid, van de Dublinverordening toe aan het centraal systeem. Aangezien eiser op 24 september 2025 een asielaanvraag heeft ingediend, had verweerder zijn vingerafdrukken uiterlijk 27 september 2025 in Eurodac moeten plaatsen. In het gehoorverslag van DISA op 24 september 2025 met eiser is onder het kopje ‘Inleiding’ uitleg gegeven aan eiser over de start van zijn asielaanvraag. Daarin is opgenomen dat een van de eerste stappen in de asielprocedure de identificatie en screening is en daarvoor onder meer vingerafdrukken worden afgenomen die worden worden gecontroleerd in de (Europese) systemen. Hieruit leidt de rechtbank af dat op dat moment de vingerafdrukken van eiser zijn afgenomen. Vervolgens blijkt uit het document met de naam ‘Uitslag Eurodac onderzoek’ dat de informatie met betrekking tot eiser op 24 september 2025 om 15:49 uur is opgenomen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verweerder binnen de daarvoor geldende termijnen de vingerafdrukken van eiser in Eurodac heeft geplaatst. De termijn van artikel 9, eerste lid, van de Eurodac-verordening is dan ook niet overschreden.

6. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling mag verweerder ervan uitgaan dat de in het Eurodac-systeem geregistreerde informatie juist is. Uit Eurodac blijkt dat eiser in Frankrijk is geregistreerd met een referentienummer met het cijfer ‘1’. Op basis van de Eurodac-verordening betekent dit dat eiser in dat land asiel heeft aangevraagd. Dit maakt dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Eiser heeft zijn stelling dat hij zijn asielaanvraag in Frankrijk heeft ingetrokken niet verder onderbouwd met stukken. Uit verschillende de uitspraken van de Afdeling volgt dat ten aanzien van Frankrijk nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser is hier niet in geslaagd.

7. De enkele stelling van eiser dat de omstandigheden in Frankrijk slecht waren is daartoe onvoldoende. Met het claimakkoord heeft Frankrijk gegarandeerd dat zij de asielaanvraag van eiser zullen behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen en de internationale verdragen. Voor zover eiser van mening is dat de Franse autoriteiten hierin tekort schieten of ten aanzien van hem onrechtmatig hebben gehandeld, ligt het op zijn weg om hierover te klagen bij de Franse autoriteiten. Niet is gebleken dat eiser bij voorkomende problemen niet kan klagen of dat dit bij voorbaat zinloos is. Voorts heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden, die maken dat overdracht aan Frankrijk van een onevenredige hardheid getuigt.

8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 14 april 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.F. Bethlehem

Griffier

  • mr. J. de Winter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?