ECLI:NL:RBDHA:2026:9313

ECLI:NL:RBDHA:2026:9313

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 17-04-2026
Zaaknummer NL26.13430
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asielaanvraag. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken. Beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.13430

(gemachtigde: mr. M. Rasul),

en

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde. Daarom heeft eiser geen procesbelang meer bij het beroep. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 6 januari 2026 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 4 maart 2026 in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

3. De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder bericht niet verschenen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

4. De rechtbank beoordeelt eerst of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft de rechtbank namelijk op 31 maart 2026 laten weten dat eiser op 29 maart 2026 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken.

5. De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd op 8 april 2026 aangegeven dat hij op dit moment geen contact heeft met eiser en dat hem niet bekend is waar eiser verblijft. De gemachtigde vindt dat er onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat geen sprake meer is van procesbelang, omdat eiser nog maar een korte periode MOB gemeld staat en de minister geen onderzoek heeft verricht naar de mogelijke verblijfplaats van eiser.

6. De rechtbank overweegt als volgt. Volgens rechtspraak van de Afdeling moet er in beginsel vanuit worden gegaan dat een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd daarop geen prijs meer stelt als die vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder de minister te laten weten waar bij verblijft. Dit is anders als een vreemdeling na die melding nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt over de procedure, tenzij er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reƫel belang meer heeft.

7. Gelet op deze rechtspraak en de informatie van de gemachtigde van eiser is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep. De stelling van de gemachtigde dat de minister geen onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke verblijfplaats van eiser leidt niet tot een ander oordeel. Het ligt immers op de weg van eiser om, na de MOB-melding, kenbaar te maken dat hij nog prijs stelt op bescherming. Niet is gebleken dat eiser dit heeft gedaan en dat hij contact heeft onderhouden met zijn gemachtigde.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiser geen procesbelang meer heeft. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.G.D. Overmars

Griffier

  • mr. M.C. Drenten - Boon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?