ECLI:NL:RBDHA:2026:9398

ECLI:NL:RBDHA:2026:9398

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer NL25.61802
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vw; opvolgende asielaanvraag; Nigeria; homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig; beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.61802

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. L. Schluter).

Inleiding

1. In deze uitspraak behandelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag.

Eiser stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op

[geboortedatum] 1992. Hij heeft op 25 september 2019 een eerste aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 17 februari 2022 afgewezen. In de uitspraak van 4 mei 2022 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, geoordeeld dat de minister het asielrelaas van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in de uitspraak van 15 juni 2022 het oordeel van de rechtbank bevestigd.

Op 26 augustus 2024 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het besluit van 11 december 2025 (asielbesluit) deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij heeft de minister verwezen naar het opgelegde terugkeerbesluit van 17 februari 2022.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het asielbesluit.

De rechtbank heeft dit beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL25.61803), op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. M.E. Buijsse als waarnemer van de gemachtigde van eiser en

V. Meechede als tolk.

Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen twee weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht vier weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielbesluit
Beoordeling van de beroepsgronden

2. De rechtbank beoordeelt of de minister de opvolgende asielaanvraag van eiser heeft mogen afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn opvolgende asielaanvraag ten grondslag dat hij homoseksueel is en dat hij uit angst en schaamte zijn vrees bij terugkeer vanwege zijn homoseksuele gerichtheid in de vorige procedure niet heeft benoemd. Ten onderbouwing van zijn homoseksuele geaardheid heeft eiser een brief van 21 augustus 2024 van [persoon1] , counselor en coordinator LGBTQ+ activities van Wereldhuis [plaats] en twee foto’s van personen met de regenboogvlag overgelegd.

4. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser in de eerste asielprocedure al geloofwaardig geacht. De minister acht eisers homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig, omdat hij zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met voldoende objectieve documenten. Daarbij vormen zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo is eiser na een verblijf in Ghana weer teruggekeerd naar Nigeria, waar hij nog twee jaar heeft verbleven. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt waarom hij zijn seksuele gerichtheid pas in 2024 naar voren brengt. Verder heeft eiser onvoldoende inzicht gegeven hoe hij erachter kwam dat hij op mannen valt en heeft hij summier verklaard over zijn relatie met zijn jeugdvriend [persoon2] en over de reactie van zijn omgeving op de betrapping. Verder werpt de minister eiser tegen dat hij summier heeft verklaard over zijn relatie met [persoon3] . Tenslotte werpt de minister eiser tegen dat hij weinig kennis heeft over de situatie voor LHBTI-ers in Nederland en geen inzicht heeft gegeven over zijn activiteiten bij het Wereldhuis. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is op grond van artikel 31, eerste lid, en artikel 30b, eerste lid, onder g, Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

5. Eiser heeft aangevoerd dat de minister ten onrechte zijn gestelde homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig vindt. Volgens eiser heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met zijn referentiekader en zijn culturele achtergrond. Eiser kon niet voorzien dat bij terugkeer naar Nigeria zijn eerdere problemen zich nog altijd voordeden. De minister heeft dat in het asielbesluit ten onrechte niet betrokken. Eiser heeft verklaard dat hij zich ‘oké’ en ‘niet goed en niet slecht’ voelde om homoseksueel te zijn. Volgens eiser heeft hij hiermee voldoende inzicht gegeven in hoe het voor hem is om homoseksueel te zijn. Ook meent eiser dat hij voldoende heeft uitgelegd hoe hij ontdekte dat hij op mannen viel. De minister heeft ook niet toegelicht wat hij daarover nog meer had kunnen verklaren. Eiser meent dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij geen inzicht heeft gegeven over zijn relatie met [persoon2] , omdat de vragen die daarover zijn gesteld geen manier is om daarachter te komen. Verder betwist eiser dat hij ongerijmd heeft verklaard over zijn verblijf bij zijn ouders en de negatieve reacties van familieleden op zijn homoseksuele geaardheid. Volgens eiser heeft hij wel voldoende concreet verklaard over zijn relatie met [persoon3] . Dat eiser sinds 2019 in Nederland is en hij pas in 2023 in aanraking kwam met een LHBTQ-organisatie, is volgens eiser niet vreemd, omdat hij in Nederland met andere Afrikanen was en daarom eerst niet durfde. Volgens eiser heeft de minister daarom ten onrechte geen waarde gehecht aan de brief van het Wereldhuis [plaats] .

6. De rechtbank stelt voorop dat bij de vraag of de seksuele gerichtheid aannemelijk is, het zwaartepunt ligt bij het persoonlijke, authentieke verhaal dat iemand vertelt over en vanuit zijn eigen ervaringen. Als iemand afkomstig is uit een land waar LHBTI-gerichtheid niet wordt geaccepteerd en zelfs strafbaar is, mag van hem worden verwacht dat hij inzicht kan geven in een denkproces over wat het betekent om anders te zijn dan de maatschappij of wet verlangt en hoe hij daar invulling aan geeft. Daarbij moet de minister rekening houden met het referentiekader (zoals persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd van de vreemdeling) tijdens het gehoor en de geloofwaardigheidsbeoordeling van een gestelde seksuele geaardheid als asielmotief.1 Dat blijkt ook uit Werkinstructie 2019/17.

De rechtbank is van oordeel dat de minister eisers gestelde homoseksuele geaardheid niet ten onrechte ongeloofwaardig vindt en overweegt hiertoe als volgt. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen in de zin van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het referentiekader van eiser voldoende kenbaar bij de besluitvorming betrokken. Uit het voornemen blijkt dat minister rekening heeft gehouden met het feit dat eiser 33 jaar is, hij tot 2016 in Nigeria heeft gewoond, zijn middelbare school heeft afgemaakt en dat hij daarna onder meer in de bouw klusjes heeft gedaan om in zijn levensonderhoud te voorzien. Ook heeft de minister betrokken dat eiser moeite heeft met data en dat hij een man is van weinig woorden. Dat eiser geen exacte data kan noemen en niet iemand is die verhalen vertelt, is hem ook niet tegengeworpen. Daarnaast is eiser tijdens het gehoor in staat gesteld om uitleg te vragen als hij een vraag niet begreep en is er doorgevraagd op korte antwoorden. Uit de gehoorverslagen blijkt dat eiser de vragen heeft begrepen en dat hij passende antwoorden heeft gegeven op de gestelde vragen. Ook heeft de gehoormedewerker eiser naar aanleiding van diens antwoorden verschillende malen om toelichting gevraagd om hem zo de kans te geven zijn antwoorden te concretiseren. Verder zijn in het verslag van het gehoor geen aanknopingspunten te vinden dat eisers culturele achtergrond hem zou hebben gehinderd om uitvoeriger te verklaren. Minister heeft hiermee voldoende gemotiveerd dat rekening is gehouden met eisers referentiekader, hoe dat referentiekader is meegewogen en waarom van eiser gevraagd mag worden dat hij meer en uitvoeriger verklaart over zijn homoseksuele gevoelens. Dat eiser een man is van weinig woorden betekent niet dat hij daarom zijn gevoelens niet duidelijk zou kunnen maken.

Verder overweegt de rechtbank dat de minister eiser niet ten onrechte tegenwerpt dat hij sinds 2019 in Nederland is en hij pas in 2024 dit asielmotief (homoseksuele geaardheid) naar voren brengt. Dat eiser uit schaamte zijn homoseksualiteit niet eerder naar voren heeft gebracht, heeft de minister geen overtuigende verklaring mogen vinden. Aangezien eiser al sinds zijn zestiende jaar homoseksuele gevoelens had en hij daarom uit Nigeria is gevlucht, had de minister van eiser mogen verlangen dat hij daarvoor asiel zou vragen zodra de mogelijkheid zich voordoet.

1 Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 19 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:556, en 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2615.

De rechtbank volgt ook het standpunt van de minister dat niet valt te rijmen dat eiser na zijn verblijf in Ghana terugkeert naar Nigeria, terwijl hij daar eerder problemen zou hebben ondervonden vanwege zijn gestelde homoseksualiteit. Nu eiser heeft verklaard dat hij vóór zijn vertrek naar Ghana al problemen had in Nigeria vanwege zijn betrapping met [persoon2] , is het niet logisch dat eiser naar Nigeria terugkeert en daar nog twee jaar bij zijn ouders verblijft. Eiser heeft deze gang van zaken onvoldoende inzichtelijk gemaakt, te meer omdat hij heeft gezegd dat zijn familieleden op zijn homoseksuele relatie negatief reageerden. Dat eiser niet is gevraagd waarom hij zich genoodzaakt voelde om naar Nigeria terug te keren, leidt niet tot een ander oordeel. Eiser vraagt internationale bescherming vanwege problemen in zijn land van herkomst, van hem mag worden verwacht dat hij daarvoor alle relevante feiten en omstandigheden naar voren brengt. Het is aan eiser om inzichtelijk te maken waarom hij naar Nigeria is teruggekeerd, ondanks de problemen die hij daar eerder had ondervonden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister eiser mogen tegenwerpen dat hij summier en ongerijmd heeft verklaard over de relatie met zijn ouders. Eiser zegt eerst dat zijn ouders hem zouden verstoten als hij weer een homoseksuele relatie zou beginnen, terwijl hij later zegt dat zijn relatie met zijn ouders ‘oké’ was. De rechtbank is het met de minister eens dat dit niet met elkaar valt te rijmen en dat eiser daarover meer uitleg had kunnen geven.

De rechtbank is van oordeel dat de minister eiser heeft mogen tegenwerpen dat hij onvoldoende inzicht heeft gegeven in hoe hij erachter kwam dat hij homoseksueel is en wat dit met hem deed. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser hierover oppervlakkig heeft verklaard. Eiser heeft gezegd dat sinds hij in 2023 lid is geworden van [naam] (Wereldhuis), waar hij heeft geleerd om vrijuit over zijn gevoelens en over zijn homoseksuele gerichtheid te spreken. De minister heeft daarom meer mogen verwachten van zijn antwoorden op vragen over zijn privéleven en seksuele ontwikkeling. De stelling van eiser dat het ‘oké’ voelde en dat het ‘niet goed of niet slecht’ voelde om homoseksueel te zijn, heeft de minister terecht onvoldoende gevonden. De verklaringen van eiser zijn te oppervlakkig en algemeen op dit punt.

De rechtbank is van oordeel dat de minister ook heeft mogen meewegen dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in het ontstaan van zijn relatie met zijn jeugdvriend [persoon2] . Eiser heeft alleen verklaard dat hij blij was toen hij hoorde dat [persoon2] op mannen viel, dat hijzelf ook blij was dat [persoon2] op mannen viel en dat zij dat van elkaar wisten.2 Eiser heeft hiermee niet verklaard over hoe het voor hem was om een relatie met een man te hebben. Ook over het einde van de relatie met [persoon2] heeft eiser over zijn gevoelens en belevingen in algemene woorden verklaard als ‘ik voelde mij heel slecht toen’ en ‘ik was daarna ook alleen’ en ‘alles voelde anders daarna’.3 Hiermee heeft eiser onvoldoende inzicht gegeven in zijn (liefdes)gevoelens voor [persoon2] .

De rechtbank is van oordeel dat de minister verder heeft mogen meewegen dat eiser summier heeft verklaard over zijn relatie met [persoon3] . Eiser heeft gezegd dat deze relatie twee jaar heeft geduurd, maar dat hij niet meer weet wanneer dat precies was. Nu eiser heeft gezegd dat hij [persoon3] heeft leren kennen bij het Wereldhuis waar hij sinds 2023 kwam, is het

2 Gehoor opvolgende asielaanvraag, pagina 14.

3 Gehoor opvolgende asielaanvraag pagina 12.

vreemd dat hij daarover geen concrete informatie heeft kunnen verstrekken. Dat eiser niet goed is in data, heeft de minister, nu het gaat om een recente relatie, als onvoldoende verschonend mogen aanmerken. Daarnaast heeft eiser weinig en alleen in algemene bewoordingen over [persoon3] kunnen verklaren. Eiser heeft niet meer gezegd dan dat [persoon3] een aardige jongen was, hij een goed karakter had en goed kon praten, dat hij en [persoon3] veel dingen deelden, dat je met [persoon3] altijd blijdschap voelde, dat hij handig was, goed kon koken en dat hij altijd oplossingen bedacht voor problemen en dat hij verstandig is. Verder heeft eiser gezegd dat [persoon3] ook met een andere man was en daarom de relatie is verbroken.4 Op de vraag wat eiser zo leuk vond aan [persoon3] heeft eiser geen antwoord kunnen geven. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser hiermee niet overtuigend heeft verklaard dat hij een liefdesrelatie met [persoon3] had. Dat eiser moeilijk verhalen kan vertellen, heeft de minister hiervoor niet als een rechtvaardiging hoeven zien.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het deelnemen aan bijeenkomsten van een LHBTI-organisatie als het Wereldhuis op zichzelf onvoldoende is om de homoseksuele gerichtheid van eiser aannemelijk te achten. Nu eiser over zijn homoseksuele gerichtheid niet overtuigend heeft verklaard, hoefde de minister ook niet meer waarde te hechten aan de door eiser overgelegde brief van Wereldhuis [plaats] , waarin staat dat eiser sinds zijn eerste ontmoeting met [persoon1] zich heeft uitgesproken over zijn homoseksuele gerichtheid. Met andere woorden: de brief en ook de overgelegde foto’s maken niet dat eisers

homoseksuele geaardheid alsnog geloofwaardig moet worden bevonden. Daarbij heeft eiser beperkte kennis over de LHBTI-ers in Nederland en heeft hij niet concreet gemaakt op welke wijze hij aan de activiteiten van Wereldhuis heeft deelgenomen.

Terugkeerbesluit en inreisverbod

7. Eiser betoogt dat het terugkeerbesluit en inreisverbod onrechtmatig zijn, omdat die in strijd met het verbod op refoulement zijn genomen. Uit het voorgaande volgt echter dat eisers asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig is geacht en dat hij dus ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar Nigeria in strijd zou zijn met het verbod op refoulement. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen asielvergunning krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

4 Gehoor opvolgende asielaanvraag, pagina’s 16 en 18.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 17 april 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan eenhogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Griffier

  • mr. L.E. Mollerus

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?