[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. M. Pals),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. E. Amtink).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van 21 november 2024, waarin de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel humanitair tijdelijk is afgewezen als ongegrond. Daarnaast heeft eiseres de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (NL24.50794) te treffen.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar zij verblijft, moet er in beginsel van uit worden gegaan dat zij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Op basis van een melding dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken (‘mob-melding’) mag het beroep dus in beginsel niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Dit is anders als een vreemdeling na die melding nog contact met haar gemachtigde onderhoudt. In dat geval wordt in beginsel aangenomen dat zij nog wel prijs stelt op bescherming in Nederland. Het voorgaande volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
3. Verweerder heeft op 7 maart 2025 een systeemuitdraai overlegd, waaruit blijkt dat eiseres op 25 februari 2025 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) is geregistreerd als ‘met onbekende bestemming vetrokken’. De rechtbank heeft op 7 maart 2025 aan de gemachtigde van eiseres verzocht om aan te geven of zij nog contact onderhoudt met eiseres. Daarop heeft de gemachtigde van eiseres op 18 maart 2025 te kennen gegeven dat zij geen contact meer heeft kunnen krijgen met eiseres en ook niet weet waar eiseres verblijft.
4. Nu eiseres is met onbekende bestemming is vertrokken van het COa, zich niet weer heeft gemeld bij de IND, COa, AVIM of DT&V en de gemachtigde van eiseres geen contact meer heeft met eiseres en niet weet waar eiseres verblijft, moet ervan worden uitgegaan dat eiseres geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk in Nederland gezochte bescherming. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep tegen het bestreden besluit van 21 november 2024.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Dommerholt, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.