ECLI:NL:RBDHA:2026:9477

ECLI:NL:RBDHA:2026:9477

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer NL25.59806
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Visum kort verblijf. De minister heeft de eerste beslissing op bezwaar ingetrokken en een nieuw besluit genomen. Beroep tegen de eerste beslissing op bezwaar is niet-ontvankelijk wegens geen procesbelang. Beroep tegen het nieuwe besluit is ongegrond wegens geen nieuwe beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59806

geboren op [geboortedatum],

van Pakistaanse nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. J.S. Visser),

en

(gemachtigde: mr. D. Lut).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser tot het verlenen van een visum voor kort verblijf. Hij heeft een visum aangevraagd om zijn zus [naam 2] (referent) te bezoeken. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing in stand kan blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 8 mei 2024 een aanvraag ingediend om de afgifte van een visum voor kort verblijf. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 16 mei 2024 afgewezen.

Met de beschikking van 29 september 2024 heeft de minister het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wegens het ontbreken van bezwaargronden. Bij brief van 18 november 2025 heeft de minister het besluit van 29 september 2024 naar de gemachtigde van eiser toegestuurd.

Op 5 december 2025 heeft eiser beroep ingesteld tegen vernoemd besluit. Eiser heeft vervolgens op 8 december 2025 beroepsgronden ingediend, gericht tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van zijn bezwaar.

Bij besluit van 27 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister met toepassing van 6:19 van de Awb het besluit van 29 september 2024 ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit. In het bestreden besluit is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven en heeft hij het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft eiser op 2 april verzocht tot het indienen van beroepsgronden tegen het nieuwe besluit. De rechtbank heeft op hierover op 10 april 2026 ook telefonisch met de gemachtigde van eiser opgenomen. De rechtbank heeft geen nieuwe beroepsgronden ontvangen.

De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiser is – met bericht van verhindering - niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Omvang van het geding

3. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, heeft het beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

Het besluit van 27 maart 2026 is een besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Met dit besluit is niet aan de bezwaren van eiser tegemoet gekomen en de rechtbank neemt daarom aan dat eiser belang heeft bij de beoordeling van dat besluit. Het besluit van 27 maart 2026 is daarom ook onderwerp van dit geding.

Het ingetrokken besluit van 29 september 2024

4. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of het beroep van eiser ontvankelijk is. Eiser heeft op 5 december 2025 beroep ingesteld tegen het besluit van 29 september 2024. De rechtbank ziet, gelet op de inhoud van de brief van de minister van 18 november 2025 aan de gemachtigde van eiser, aanleiding om aan te nemen dat het besluit pas op 18 november 2025 is bekendgemaakt en het beroep dus tijdig is ingediend.

Het beroep tegen het besluit van 29 september 2024 zal niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de minister dit besluit op 27 maart 2026 heeft ingetrokken en niet valt in te zien welk belang eiser bij zijn beroep heeft.

De rechtbank ziet aanleiding om de proceskosten voor het op 5 december 2025 ingediende beroep te vergoeden. Nadien is immers besloten om dit besluit in te trekken, omdat de minister door eiser ingediende bezwaargronden ten onrechte niet bij dat besluit had betrokken. De minister moet de proceskostenvergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank, op grond van het besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vast op € 934,- (1 punt voor het indien van een beroepsschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden.

Het nieuwe besluit van 27 maart 2026

5. De rechtbank stelt vast dat eiser meerdere malen door de rechtbank is gevraagd om gronden in te dienen tegen het nieuwe besluit. De gemachtigde van de minister heeft tijdens de zitting toegelicht hierover ook contact te hebben opgenomen met de gemachtigde van eiser. Desondanks heeft eiser geen nieuwe beroepsgronden ingediend tegen het nieuwe besluit. De rechtbank stelt vast dat de gronden tegen het ingetrokken besluit alleen gaan over de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Het beroep tegen dit besluit zal daarom ongegrond worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen het besluit van 29 september 2024 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 27 maart 2026 ongegrond;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open, op grond van artikel 84, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Griffier

  • mr. V. Vegter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?