ECLI:NL:RBDHA:2026:9546

ECLI:NL:RBDHA:2026:9546

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer 26.11104
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Bewaring, 59b, grondslag staandehouding en ophouding, horen in Engels zonder tolk, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.11104

(gemachtigde: mr. F. Boone),

en

(gemachtigde: mr. J.S.W. Boorsma).

Procesverloop

Bij besluit van 24 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Blom. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2000.

Staandehouding en ophouding

2. Eiser voert aan dat hij rechtmatig verblijf had hangende zijn eerste asielaanvraag van 9 december 2024 omdat de beschikking op deze asielaanvraag van 10 september 2025 niet rechtsgeldig bekend is gemaakt door deze naar zijn advocaat verzenden. Eisers advocaat heeft op 16 september 2025 namelijk aangegeven geen contact meer te hebben met eiser en de beschikking daarom per retourpost teruggezonden. Daarbij is de minister verzocht om de beschikking op een andere manier aan eiser uit te reiken. Gelet hierop was eiser op het moment van zijn staandehouding dus nog in afwachting op een beslissing op zijn asielaanvraag, zodat hij op dat moment rechtmatig verblijf had. Hij kon dan ook niet worden staandegehouden op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De daarop volgende ophouding is daarom ook onrechtmatig.

3. De rechtbank volgt eiser niet en overweegt dat de beschikking van 10 september 2025 wel op de juist wijze bekend is gemaakt door verzending aan eisers gemachtigde. Deze gemachtigde was bij de minister bekend en heeft tot aan de beschikking ook namens eiser handelingen verricht. Nergens is uit gebleken dat hij eiser niet langer vertegenwoordigde dan wel dat hij zich had onttrokken aan de zaak. Dat deze gemachtigde eiser na toezending van de beschikking niet heeft kunnen bereiken en dat eiser geen contact met hem heeft onderhouden/opgenomen, maakt niet dat de beschikking door de minister op onjuiste wijze bekend is gemaakt. Het is aan eiser om contact te onderhouden met zijn gemachtigde en na te gaan of er op zijn aanvraag is beslist. Eiser had na de beschikking van 10 september 2025 dus geen rechtmatig verblijf meer, zodat eiser op 24 februari 2026 ook staande kon worden gehouden op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf en daaropvolgend kon worden opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw 2000. Horen zonder het bijzijn van een beëdigde tolk

4. Eiser stelt zich verder op het standpunt dat hij in zijn verdedigingsbelang is geschaad omdat hij niet met behulp van een beëdigde (register)tolk is gehoord tijdens het gehoor voorafgaande aan zijn inbewaringstelling. Eiser verwijst ter onderbouwing naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 15 mei 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:6969).

5. De rechtbank overweegt dat eiser tijdens het gehoor voorafgaande aan zijn inbewaringstelling door de verbalisant in het Engels is gehoord omdat beiden deze taal in voldoende mate beheersen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is omdat eiser niet met behulp van een beëdigde tolk is gehoord. Daarbij verwijst de rechtbank allereerst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 17 oktober 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2963), waaruit blijkt dat er niet noodzakelijkerwijs gebruik hoeft te worden gemaakt van een tolk bij het gehoor als de verbalisant en een vreemdeling in een taal communiceren die zij allebei in voldoende mate beheersen. Daarnaast is van belang dat uit het verslag van het gehoor blijkt dat de verbalisant zich er voldoende van heeft vergewist dat eiser hem goed kon begrijpen. Zo heeft de verbalisant in het begin van het gehoor aan eiser gevraagd of hij hem goed begreep, waarop eiser heeft aangegeven hem te verstaan en goed te begrijpen. Ook heeft de verbalisant eiser gevraagd om het kenbaar te maken als hij hem niet goed kan verstaan, waarop eiser heeft geantwoord dat hij dat zal doen. Ten slotte heeft eiser na afloop van het gehoor ook aangegeven dat hij de verbalisant goed heeft verstaan en begrepen en blijkt uit het verslag van het gehoor ook niet dat eiser en de verbalisant elkaar op enig moment niet goed hebben begrepen.De zware en lichte gronden

6. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000), als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

7. Eiser heeft de zware grond 3c en de lichte gronden 4a en 4c betwist. De overige gronden heeft eiser niet bestreden. Ten aanzien van de zware grond 3c voert eiser aan dat deze niet aan de bewaringsmaatregel ten grondslag kan worden gelegd omdat aan hem door de onjuiste bekendmaking van de beschikking van 10 september 2025 geen rechtsgeldig terugkeerbesluit is opgelegd, zodat hem ook niet kan worden tegengeworpen dat hij niet heeft voldaan aan zijn terugkeerverplichting.

8. De rechtbank overweegt dat, zoals in rechtsoverweging 3 is overwogen, het terugkeerbesluit van 10 september 2025 op de juiste wijze aan eiser bekend is gemaakt. Nu eiser geen gevolg heeft gegeven aan dit terugkeerbesluit heeft de minister de zware grond 3c aan de bewaringsmaatregel ten grondslag kunnen leggen.

9. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de zware grond 3c en de niet betwiste zware en lichte gronden (die de ambtshalve toetsing van de rechtbank doorstaan), in samenhang gezien en gelet op de motivering in de maatregel, voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. Ook bestaat voldoende grond voor het standpunt van de minister om een risico op onderduiken aan te nemen.

Lichter middel

10. Eiser stelt zich ten slotte op het standpunt dat de minister had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel dan inbewaringstelling.

11. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregel dan de inbewaringstelling doeltreffend kon worden toegepast. Ten eerste heeft daarbij te gelden dat de gronden die terecht aan de bewaringsmaatregel ten grondslag zijn gelegd en de daarbij gegeven motivering wijzen op een risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken. De minister heeft verder kunnen betrekken dat eiser al eerder met onbekende bestemming is vertrokken, zodat de minister er niet vanuit heeft hoeven gaan dat eiser zich beschikbaar zal houden voor de Nederlandse autoriteiten. Verder is in dit kader van belang dat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die zouden moeten leiden tot het opleggen van een lichter middel. De omstandigheden die eiser heeft genoemd in het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft de minister in de maatregel van bewaring kenbaar betrokken en gewogen. De minister heeft zich voorts op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van feiten en omstandigheden met betrekking tot de persoonlijke belangen van eiser die de maatregel onevenredig bezwarend maken. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie

11. Het voorgaande betekent dat de beroepsgronden niet leiden tot de conclusie dat het opleggen van de maatregel onrechtmatig moet worden geacht. De rechtbank ziet, ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank is gehouden (ECLI:EU:C:2022:858), geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is opgelegd of vanaf enig moment voorafgaand aan het sluiten van het onderzoek onrechtmatig is geworden.

11. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. van Marle, rechter, in aanwezigheid van

K. Postema, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.H. van Marle

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?