ECLI:NL:RBDHA:2026:9566

ECLI:NL:RBDHA:2026:9566

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer NL26.6209, NL26.6210
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de opvolgende asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Eiser komt uit Gambia en is homoseksueel. Hij kan dit niet veranderen en daarom heeft hij opnieuw asiel aangevraagd. Eiser heeft ook twee brieven overlegd als bewijs. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser heeft geen nieuwe elementen of bevindingen aangedragen voor een inhoudelijke beoordeling van zijn opvolgende asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.6209 (beroep) en NL26.6210 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist),

en

(gemachtigde: mr. A. Menschaart ).

Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de opvolgende asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Aan de hand van zijn beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser heeft geen nieuwe elementen of bevindingen aangedragen voor een inhoudelijke beoordeling van zijn opvolgende asielaanvraag. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 25 maart 2023 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Deze asielaanvraag heeft verweerder op 14 april 2025 afgewezen als ongegrond. Het beroep hiertegen is door deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, op 19 december 2025 ongegrond verklaard. Het hoger beroep tegen deze uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) op 19 januari 2026 ongegrond verklaard. Eiser heeft op 20 januari 2026 een herhaalde asielaanvraag ingediend. Deze asielaanvraag heeft verweerder met het bestreden besluit van 4 februari 2026 niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het beroep en de voorlopige voorziening zijn op 2 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond

3. Eiser heeft de Gambiaanse nationaliteit en is geboren op [datum] 1997. Aan zijn eerste aanvraag heeft hij kort gezegd ten grondslag gelegd dat hij bij terugkeer naar Gambia vreest dat hij door zijn homoseksualiteit wordt bestraft door de autoriteiten.

Eiser legt aan zijn herhaalde asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is homoseksueel, hij kan dit niet veranderen en daarom heeft hij opnieuw asiel aangevraagd.

Het bestreden besluit

4. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Eiser beroept zich tijdens het gehoor opnieuw op zijn seksuele oriƫntatie namelijk dat hij homoseksueel is. Op de vraag of er sinds de vorige aanvraag iets is veranderd, heeft eiser verklaard homoseksueel te zijn en dat te zijn gebleven. Eisers homoseksuele geaardheid is in de vorige procedure in rechte als ongeloofwaardig afgedaan door de Afdeling en daarom heeft eiser aldus verweerder geen nieuwe asielmotieven naar voren gebracht tijdens het gehoor.

Bij de correcties en aanvullingen heeft eiser ondersteunende verklaringen overlegd van LGBT Asylum Support (LAS) en van een vriend, [naam] (hierna: vriend). Deze stukken leiden volgens verweerder niet tot een ander oordeel. De verklaring van LAS is nieuw in de zin dat deze recent is opgesteld, maar deze is volgens verweerder niet relevant omdat LAS op 15 oktober 2025 een soortgelijke verklaring voor eiser heeft opgesteld tijdens de beroepsfase van zijn vorige asielaanvraag. Ook de inhoud van de nieuwe verklaring maakt deze niet alsnog relevant, omdat de inhoud van deze verklaring overeenkomt met de inhoud die is betrokken in eisers vorige procedure. Zo staat de inhoud gelijk aan een ondersteunende verklaring van het COC Amsterdam van 18 december 2024, welke al is betrokken in de vorige (hoger) beroepsprocedure. Het voorgaande geldt volgens verweerder ook voor de ondersteunende verklaring die is opgesteld door een bevriende asielzoeker. Verweerder is bekend met deze persoon en de opgestelde tekst in het Nederlands komt niet overeen met het referentiekader van de gestelde opsteller van de tekst. Verder is de inhoud van deze verklaring niet anders dan de andere verklaringen waarin wordt uitgelegd dat eiser contact heeft met en deelneemt aan (sociale) activiteiten binnen de LHBTI-gemeenschap. De verklaringen over de dingen die eiser zou hebben meegemaakt en die eiser vreest, zijn verder een herhaling van de verklaringen die eiser al bij verweerder heeft gegeven.

Ter zitting heeft verweerder nader toegelicht dat hij bekend is met de vriend van eiser door de asielprocedure van deze vriend. Uit zijn dossier is gebleken dat de vriend geen Nederlands spreekt en over een gebrekkige taalbeheersing beschikt.

Eiser heeft op 14 april 2025 een terugkeerbesluit gekregen en een inreisverbod van twee jaar.

Had verweerder een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling moeten maken?

5. Eiser voert aan dat er nieuw bewijs is geleverd over de in de eerdere procedure ingenomen stelling dat eiser homoseksueel is en er dus aanleiding was voor een inhoudelijke beoordeling. Dit heeft verweerder ten onrechte niet gedaan. Verweerder heeft aangegeven dat er geen bewijs is geleverd over de geaardheid van eiser en dat hetgeen hij heeft verteld niet meer zijn dan niet onderbouwde stellingen. In het kader van de opvolgende aanvraag heeft eiser uitleg gegeven wat voor verweerder blijkens het voornemen niet voldoende is. Eiser vindt het standpunt van verweerder dat over de gestelde homoseksualiteit al eerder een beslissing is genomen onvoldoende. Eiser heeft juist geprobeerd meer inzicht te geven in zijn opvattingen en belevingen door twee nieuwe bewijsstukken te overleggen. Dat eiser een tweetal support-letters heeft kunnen overleggen, is geen losstaand argument maar had juist in de integrale oordeelsvorming meegenomen moeten worden door verweerder. In het verlengde daarvan voert eiser aan dat verweerder bij de inhoudelijke beoordeling gebruik had moeten maken van de WI 2019/17.

De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank kan verweerder volgen dat de twee brieven qua inhoud overeenkomen met wat verweerder in de vorige asielprocedure al heeft betrokken. Ten overvloede heeft verweerder nog opgemerkt dat de tekst van de brief van de vriend niet overeenkomt met zijn referentiekader. De rechtbank ziet geen aanleiding meer om in te gaan op de vraag wie de opsteller van de brief is en om over het referentiekader van de vriend te oordelen, omdat de rechtbank van oordeel is dat de inhoud van de brief geen nieuw bewijs oplevert. De rechtbank volgt dus het standpunt van verweerder dat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangedragen die nodig zijn voor een inhoudelijke beoordeling van de opvolgende asielaanvraag. Dit betekent dat verweerder ook niet heeft hoeven toe te komen aan toepassing van WI 2019/17, zoals door eiser is aangevoerd.

Conclusie en gevolgen

6. Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk kunnen verklaren.

Het beroep is dus ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Omdat op het beroep is beslist, bestaat geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Roubos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Nederpel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.L. Roubos

Griffier

  • mr. S.J. Nederpel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?