ECLI:NL:RBDHA:2026:9602

ECLI:NL:RBDHA:2026:9602

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer NL26.10363
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft Uganda voor eiseres als veilig derde land kunnen aanmerken en kunnen overwegen dat eiseres een zodanige band heeft met Uganda dat het voor haar redelijk is om daar naar toe te gaan. Verder heeft de minister aannemelijk kunnen vinden dat eiseres opnieuw zal worden toegelaten tot Uganda.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.10636

van Eritrese nationaliteit

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),

en

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft Uganda voor eiseres als veilig derde land kunnen aanmerken en kunnen overwegen dat eiseres een zodanige band heeft met Uganda dat het voor haar redelijk is om daar naar toe te gaan. Verder heeft de minister aannemelijk kunnen vinden dat eiseres opnieuw zal worden toegelaten tot Uganda. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 28 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 25 februari 2026 in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

3. De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

4. De minister heeft de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij Uganda voor eiseres aanmerkt als veilig derde land. Eiseres heeft anderhalf jaar in Uganda verbleven en toestemming gekregen om daar als vluchteling te verblijven. Eiseres heeft in Uganda gewerkt, een woning gehuurd en heeft er een sociaal netwerk. De minister vindt daarom dat eiseres een zodanige band heeft met Uganda dat het voor haar redelijk is om daar naar toe te gaan. De minister vindt aannemelijk dat eiseres opnieuw tot Uganda wordt toegelaten, omdat zij in het verleden probleemloos is toegelaten, zij daar een vluchtelingenstatus heeft en een document heeft gekregen waaruit blijkt dat zij een verblijfsrecht heeft en mag reizen. Als eiseres vindt dat Uganda voor haar niet een veilig land is, moet eiseres dat aannemelijk maken. Dat heeft zij volgens de minister niet gedaan.

Het toetsingskader

5. Eiseres heeft in het beroepschrift aangevoerd dat de minister een onjuist toetsingskader heeft gehanteerd. De gemachtigde van de minister heeft op de zitting verklaard dat er in het besluit niet vanuit is gegaan dat eiseres in Uganda erkend is als vluchteling, maar wel dat zij toestemming had om daar te verblijven als vluchteling. Eiseres heeft vervolgens de beroepsgrond dat de minister een onjuist toetsingskader heeft gehanteerd, laten vallen. De rechtbank beoordeelt daarom of de minister Uganda voor eiseres als veilig derde land kon aanmerken.

Veilig derde land

6. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte heeft overwogen dat Uganda voor haar als veilig derde land kan worden aangemerkt. Eiseres heeft altijd aangegeven dat zij alleen tijdelijk verblijf had in Uganda, met hulp van de UNHCR. Zij heeft ook verklaard dat zij illegaal in Uganda heeft verbleven. In de zienswijze heeft eiseres aangegeven dat zij iedere drie maanden naar de UNHCR moest om haar verblijfsrecht te verlengen. Dit verblijfsrecht is inmiddels al lang verlopen en zij zal zeker geen toegang of toelating tot Uganda krijgen. De minister stelt slechts dat het aannemelijk is dat eiseres opnieuw zal worden toegelaten tot Uganda en legt de bewijslast vervolgens ten onrechte bij eiseres. Eiseres is al een aantal jaren uit Uganda vertrokken, heeft daar geen verblijfsrecht meer en zal dat ook niet meer krijgen. Eiseres verwijst verder naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 18 februari 2026. De minister heeft de toegang tot Uganda van eiseres net als in die zaak volgens eiseres onvoldoende gemotiveerd door onduidelijkheid over toegang tot de asielprocedure en gebrek aan een verblijfsvergunning.

7. De rechtbank overweegt als volgt. De minister kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaren als een derde land voor een vreemdeling als veilig derde land kan worden beschouwd. De minister kan tegenwerpen dat een derde land voor een specifieke vreemdeling een veilig derde land is, als deze vreemdeling een zodanige band heeft met dat land dat het voor hem redelijk is om daar naartoe te gaan. Dit kan het geval zijn als deze vreemdeling in het verleden in dat land heeft gewoond, maar kan ook worden afgeleid uit andere individuele omstandigheden, zoals het hebben van een partner of andere familie in dat land. Het is daarbij in beginsel aan de minister om aan de hand van de verklaringen van een vreemdeling en eventuele overgelegde of anderszins verkregen documenten aannemelijk te maken dat deze vreemdeling een band heeft met het derde land. Het is vervolgens aan deze vreemdeling om dat te weerleggen.

Volgens vaste rechtspraak moet de minister daarnaast aannemelijk maken dat deze vreemdeling wordt toegelaten tot dat land en moet hij daarvoor aan de hand van informatie uit algemene bronnen, of op basis van de verklaringen van deze vreemdeling, redenen aandragen waarom (weder)toelating in beginsel mogelijk moet zijn. Vervolgens is het aan de desbetreffende vreemdeling om met tegenbewijs te komen waarmee hij voldoende aannemelijk maakt dat de door de minister geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dat land in zijn geval niet aanwezig zijn. Daarnaast is het aan deze vreemdeling om inspanningen te verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten tot het veilige derde land, tenzij de minister niet van hem mag verlangen dat hij opnieuw probeert toegang tot en verblijf in dat land te krijgen.

Band met Uganda

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich allereerst op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiseres een zodanige band heeft met Uganda dat het voor haar redelijk is om daar naar toe te gaan. Uit de verklaringen van eiseres blijkt namelijk dat zij, met toestemming van de autoriteiten, een jaar en vijf maanden als vluchteling in Uganda heeft verbleven en dat zij daar onderdak en werk had. Dat eiseres stelt dat zij slechts toestemming had voor tijdelijk verblijf, maakt niet dat zij geen band heeft met Uganda. Eiseres heeft ook met haar stelling op de zitting dat zij in Uganda niet zou hebben gewerkt niet weerlegd dat zij een band heeft met Uganda. Deze verklaring wijkt bovendien af van haar verklaringen in het aanmeldgehoor en nader gehoor.

Aannemelijkheid toelating

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres zal worden toegelaten tot Uganda. Allereerst is daarbij van belang dat het toelatingsvereiste voor veilige derde landen niet betekent dat op voorhand moet vaststaan dat eiseres tot Uganda zal worden toegelaten. De minister moet, gelet op het hiervoor genoemde toetsingskader, redenen aangeven op grond waarvan het aannemelijk is dat eiseres zal worden toegelaten. De minister mocht er naar het oordeel van de rechtbank vanuit gaan dat eiseres in beginsel opnieuw zal worden toegelaten, gelet op de verklaringen van eiseres over haar eerdere toegang en verblijfsstatus gedurende een jaar en vijf maanden en het Ugandese vluchtelingenbeleid. Eiseres heeft geen tegenbewijs geleverd om aannemelijk te maken dat toelating tot Uganda in haar situatie niet meer mogelijk is. Eiseres heeft haar stelling dat zij niet opnieuw zal worden toegelaten, doordat zij sinds 2023 buiten Uganda verblijft, niet onderbouwd. Uit de overgelegde landeninformatie blijkt niet dat (lang) verblijf buiten Uganda ertoe leidt dat toelating niet meer mogelijk is. Verder heeft eiseres met haar stelling dat zij slechts tijdelijk verblijf had in Uganda ook niet aannemelijk gemaakt dat zij niet opnieuw tot Uganda zal worden toegelaten. Eiseres heeft ook deze stelling niet onderbouwd.

Het artikel van 4 december 2025 van The Guardian, waarin wordt vermeld dat Uganda geen asiel meer zal verlenen aan onder andere Eritreeërs, leidt niet tot een ander oordeel. De minister heeft in het besluit namelijk gewezen op een recenter artikel van 23 december 2025 van africanintelligence.com, waarin wordt vermeld dat Eritrese vluchtelingen weer asiel kunnen aanvragen in Uganda. Verder is niet gebleken dat eiseres inspanningen heeft verricht om te worden toegelaten tot Uganda. Dat de eiseres stelt dat de ambassade haar niet wilde helpen en dat de gemachtigde inmiddels per e-mail heeft geïnformeerd bij het ‘Office of the Prime Minister’ en dat zij van de UNHCR een bericht heeft gekregen dat eiseres bij de UNHCR niet bekend is, is daarvoor niet voldoende.

De verwijzing van eiseres naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, leidt ook niet tot een ander oordeel. Deze uitspraak is mede gebaseerd op informatie van de Noorse Vluchtelingenraad van juni 2025, waarin wordt vermeld dat de Ugandese autoriteiten de registratie van Eritrese vluchtelingen in januari 2025 hadden opgeschort, terwijl uit de onder overweging 9.1 vermelde recentere informatie, waarop de minister in het besluit heeft gewezen, blijkt dat Eritrese vluchtelingen wel weer asiel kunnen aanvragen. De rechtbank volgt ook niet de stelling dat de minister gelet op deze uitspraak tijdens het nader gehoor meer vragen had moeten stellen aan eiseres over de toelating tot Uganda. In de zaak die tot die uitspraak heeft geleid, speelde namelijk, anders dan bij eiseres, een rol dat de kinderen van de vreemdelinge geen documenten hadden, de nationaliteit van een van de kinderen onbekend was en niet duidelijk was of de vreemdelinge aan de voor toegang tot Uganda benodigde documenten voor haar en haar kinderen kon komen. De rechtbank oordeelt dan ook dat de minister, anders dan in de aangehaalde uitspraak en mede gelet op de door eiseres tijdens het nader gehoor gegeven antwoorden, voldoende heeft doorgevraagd en aldus gelegenheid heeft gegeven aan eiseres om te verklaren waarom zij denkt dat zij niet kan terugkeren, of over de toegangsmogelijkheden tot Uganda voor haar.

Conclusie en gevolgen

10. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.G.D. Overmars

Griffier

  • mr. M.C. Drenten - Boon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?