ECLI:NL:RBDHA:2026:9635

ECLI:NL:RBDHA:2026:9635

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer NL26.20096 en NL26.21075
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bewaring – artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw – terugkeerbesluit en inreisverbod – gebreken in voortraject – artikel 6:22 van de Awb – proceskostenveroordeling – ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL26.20096 en NL26.21075

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh)

en

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2026 (bestreden besluit 1) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd. Verweerder heeft op diezelfde dag aan eiser de maatregel van bewaring (bestreden besluit 2) op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen het terugkeerbesluit is geregistreerd onder nummer NL26.21075 en het beroep tegen de maatregel van bewaring onder nummer NL26.20096. Het beroep tegen de maatregel van bewaring moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft de beroepen op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiser is, met behulp van een beeldverbinding, verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1989 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

Over bestreden besluit 1 (terugkeerbesluit en inreisverbod)

2. In het terugkeerbesluit heeft verweerder bepaald dat eiser Nederland, het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland onmiddellijk dient te verlaten, omdat gebleken is dat het risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken. Als zware gronden zijn in het terugkeerbesluit vermeld dat eiser:

En als lichte gronden zijn in het terugkeerbesluit vermeld dat eiser:

3. Eiser betwist de zware gronden en de lichte grond 4f. Hiertoe voert hij aan dat hij beschikte over een Schengenvisum en hij na het bevel zich onmiddellijk te begeven naar de lidstaat van verblijf van 26 februari 2026 daadwerkelijk is teruggekeerd naar Spanje. Dat hij nadien kort naar Nederland is gekomen om een auto op te halen, betekent niet dat hij zich niet aan het bevel heeft gehouden. Immers, voor zover de AVIM stelt dat hem is meegedeeld dat hij zes maanden niet naar Nederland mocht terugkeren, blijkt dit niet uit het bevel. Voorts is er geen sprake van arbeid in strijd met de Wav, nu eiser niet heeft gewerkt maar enkel een auto kwam ophalen. Bovendien ziet het verbod dat volgt uit artikel 2, eerste lid, van de Wav op het laten verrichten van arbeid en rust de boeteplicht op de werkgever, zodat de lichte grond 4f überhaupt niet op deze wijze aan eiser kan worden tegengeworpen.

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in ieder geval terecht de zware gronden 3a en 3c aan het terugkeerbesluit ten grondslag heeft gelegd. Eiser beschikt niet over een geldig document voor grensoverschrijding en het door de Spaanse autoriteiten afgegeven visum is inmiddels verlopen. Daarnaast heeft eiser zich niet gehouden aan het bevel zich onmiddellijk te begeven naar de lidstaat van verblijf, wat hij in het vertrekgesprek van 15 april 2026 ook zelf heeft bevestigd. Deze zware gronden zijn dan ook feitelijk juist en kunnen het terugkeerbesluit dragen. De beroepsgrond gericht tegen de lichte grond 4f kan daarom onbesproken blijven.

5. Eiser voert verder aan dat verweerder bij het opleggen van het inreisverbod onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn concrete persoonlijke en economische belangen in Spanje, waar zijn verloofde woont en waar hij moet kunnen werken om zijn zieke moeder in Marokko financieel te ondersteunen. Deze belangen zijn reëel, nu legalisatie in Spanje tot de mogelijkheden behoort gelet op het daar gevoerde beleid.

6. De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw gehouden is een inreisverbod uit te vaardigen tegen de vreemdeling, die geen gemeenschapsonderdaan is, op wie artikel 64 niet van toepassing is en die Nederland onmiddellijk moet verlaten ingevolge artikel 62, tweede lid, van de Vw. In de door eiser aangevoerde omstandigheden heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om op grond van artikel 66a, achtste lid, van de Vw van het uitvaardigen van het inreisverbod af te zien. Daarbij is van belang dat eiser eerst ter zitting heeft aangevoerd een verloofde in Spanje te hebben, zodat verweerder hiermee geen rekening heeft kunnen houden. Daarnaast is eiser niet gerechtigd om in Spanje arbeid te verrichten, zodat ook om die reden geen aanleiding bestaat om van het inreisverbod af te zien. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het inreisverbod ambtshalve zal worden opgeheven indien eiser rechtmatig verblijf in Spanje verkrijgt, zoals verweerder ter zitting ook heeft bevestigd. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Het beroep tegen bestreden besluit 1 is ongegrond.

Over bestreden besluit 2 (maatregel van bewaring)

Grondslag van de ophouding

8. Eiser voert aan dat de ophouding op een onjuiste grondslag heeft plaatsgevonden. Hij is opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw, terwijl zijn identiteit ten tijde van de staandehouding reeds was vastgesteld. Uit het proces-verbaal van staandehouding, overbrenging en overdracht blijkt immers dat de verbalisant eiser herkende van een eerdere controle op 26 februari 2026.

9. Anders dan eiser stelt, heeft de ophouding op een juiste grondslag plaatsgevonden. Eiser had immers geen identificerend document of andere documenten onder zich waaruit zijn identiteit bleek. In zoverre kon zijn identiteit ook niet onmiddellijk worden vastgesteld. Dat de verbalisant eiser mogelijk herkende van een eerdere controle, doet daar niet aan af. De beroepsgrond slaagt niet.

Voortraject

10. Verder voert eiser aan dat de termijn van de ophouding is overschreden. Daarnaast voert eiser aan dat het proces-verbaal van gehoor onvolledig is. Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt dat het gehoor moeizaam verliep en dat hij uitvoerig heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden, terwijl dit niet terugkomt in het proces-verbaal van gehoor. Het proces-verbaal van gehoor is dan ook onvolledig, althans bestaat er een tegenstrijdigheid tussen beide processen-verbaal, wat in beide gevallen een motiveringsgebrek oplevert.

11. De ophouding mag ingevolge artikel 50, tweede lid, van de Vw niet langer dan zes uur duren, waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur ‘s morgens niet wordt meegerekend. De termijn van de ophouding vangt aan op het moment dat eiser op een plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. Dit volgt uit paragraaf A2/2.5 van de Vc. Uit het proces-verbaal van ophouding en onderzoek blijkt dat de ophouding van eiser is aangevangen op 9 april 2026 om 11:25 uur. Eiser is op diezelfde dag om 19:25 uur in bewaring gesteld. De maximum duur van zes uur is daarmee overschreden met 2 uur. Gelet hierop is sprake van een gebrek.

12. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling maakt de onrechtmatigheid van de ophouding de daaropvolgende inbewaringstelling slechts onrechtmatig als de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Naar het oordeel van de rechtbank dient de belangenafweging in het nadeel van eiser uit te vallen. De rechtbank betrekt hierbij dat, gelet op de gronden die zowel aan het terugkeerbesluit als aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, zoals uiteengezet in rechtsoverwegingen 2 tot en met 4 en hierna onder 13, sprake is van een risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Voorts blijkt uit het proces-verbaal van gehoor dat eiser emotioneel was, en uit het proces-verbaal van bevindingen dat nog overleg met een collega heeft plaatsgevonden. De termijnoverschrijding is daarmee het gevolg geweest van een zorgvuldige voorbereiding. Daarnaast is van belang dat uit het proces-verbaal van gehoor blijkt dat dit gehoor reeds vóór het verstrijken van de termijn is aangevangen, zodat eiser niet onnodig lang in onzekerheid heeft verkeerd over het eventuele vervolg van zijn vrijheidsbeneming. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser door dit gebrek in het voortraject niet in zijn belangen is geschaad. Gelet op het voorgaande maakt dit gebrek niet dat de bewaring onrechtmatig is. De rechtbank zal dit gebrek dan ook met toepassing van artikel 6:22 van de Awb passeren.

13. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het proces-verbaal van gehoor onvolledig is, althans dat er een tegenstrijdigheid bestaat tussen het proces-verbaal van bevindingen en het proces-verbaal van gehoor. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit het proces-verbaal van gehoor blijkt welke vragen aan eiser zijn gesteld en welke antwoorden hij daarop heeft gegeven. Niet is gebleken dat dit proces-verbaal een onjuiste of onvolledige weergave bevat van hetgeen tijdens het gehoor is besproken. De vermelding in het proces-verbaal van bevindingen dat eiser in een emotionele toestand verkeerde en uitvoerig heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden, ziet op het verloop van het gehoor en niet op de inhoudelijke weergave daarvan. Reeds hieruit kan niet worden afgeleid dat het proces-verbaal van gehoor onvolledig is. Evenmin volgt hieruit dat sprake is van een tegenstrijdigheid tussen beide processen-verbaal. De beroepsgrond slaagt niet.

Maatregel van bewaring

14. De rechtbank stelt vast dat eiser dezelfde gronden heeft aangevoerd tegen de maatregel van bewaring als tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Deze gronden heeft de rechtbank hiervoor reeds beoordeeld. Volstaan wordt met een verwijzing naar hetgeen daarover is overwogen in rechtsoverwegingen 2 tot en met 4. De gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen.

Ambtshalve toets

15. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

16. Het beroep tegen bestreden besluit 2 is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

17. Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bbp voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934 en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 21 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 2 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. P. Lukanika

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?