Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Delft, verweerder.
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 25/4503
en
Procesverloop
Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 2 juni 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Bij uitspraak op bezwaar van 20 juni 2025 is de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2025. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] .
Overwegingen
Feiten
1. Op 27 mei 2025 om 14:31 stond de auto van eiser geparkeerd aan de Pootstraat te Delft (de locatie). De locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Delft aangewezen als een plaats waar mag worden geparkeerd met een geldige parkeervergunning of tegen betaling van parkeerbelasting.
2. Tijdens de controle op voormeld tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan en geen geldige parkeervergunning was aangemeld. Naar aanleiding daarvan is aan eiser een naheffingsaanslag opgelegd van
€ 65,00 bestaande uit € 1,00 aan parkeerbelasting en € 64,00 aan kosten van de naheffingsaanslag.
Geschil
3. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Standpunten partijen
4. Eiser stelt - kort gezegd - dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat de twee dichtstbijzijnde betaalautomaten, te weten aan de Krakeelpolderweg bij de supermarkt Spar en aan het einde van de Pootstraat, volgens hem defect waren en hij geen andere parkeerautomaten in de omgeving heeft gevonden. Eiser voelt zich gediscrimineerd omdat hij niet in het bezit is van een mobiele telefoon waarmee hij informatie zou kunnen vragen over locaties van andere parkeerautomaten en waarmee hij zou kunnen betalen.
5. Verweerder stelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Ter onderbouwing van zijn standpunt voert verweerder aan dat op 27 mei 2025 geen meldingen van defect of niet goed werkend apparatuur zijn geregistreerd. Verweerder heeft anderzijds niet betwist dat twee parkeerautomaten defect waren. Verweerder heeft gewezen op drie andere parkeerautomaten, gelegen op een afstand van 250 tot 290 meter vanaf de locatie. Verweerder heeft een overzicht met transacties vanaf 12:00 uur overgelegd van aanmeldingen van parkeerautomaten ter hoogte van twee van de andere parkeerautomaten, te weten aan de Brouwerstraat en de Buitenwatersloot. Zelfs als de betaalautomaat waar eiser naar eigen zeggen in eerste instantie wilde betalen, niet goed functioneerde, ontslaat dit volgens verweerder eiser niet van zijn verplichting om (voldoende) parkeerbelasting te voldoen. Eiser had volgens verweerder alternatieve mogelijkheden om de parkeerbelasting naar behoren te voldoen, zoals het gebruik van een andere in de nabijheid gelegen parkeerautomaat. Parkeerbelasting betreft een objectieve belasting waarbij opzet en schuld geen rol spelen. Slechts in bijzondere gevallen, zoals bij overmacht, kan van de strikte naleving van de regels worden afgeweken. Daar is geen sprake van volgens verweerder. Verweerder heeft ter onderbouwing hiervan kaarten waarop de locatie van de parkeerautomaten is vermeld.
Beoordeling van het geschil
6. De rechtbank stelt voorop dat de verplichting om ter plaatse parkeerbelasting te betalen zodanig kenbaar moet zijn gemaakt dat redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan omtrent de verschuldigdheid daarvan. Een parkeerder heeft een onderzoeksplicht in die zin dat hij zich, voordat hij parkeert, op de hoogte moet stellen van de verschuldigdheid van parkeerbelasting ter plaatse. Het zich niet voldoende op de hoogte stellen en het (als gevolg daarvan) niet naleven van die voorschriften, komt naar vaste jurisprudentie voor rekening en risico van de parkeerder.
7. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht aan eiser heeft opgelegd. Als de desbetreffende parkeerautomaat niet naar behoren werkte lag het op de weg van eiser om -bijvoorbeeld door met de auto door de buurt te rijden- te proberen een andere parkeerautomaat te vinden. Uit het door de heffingsambtenaar overgelegde overzicht blijkt dat er meerdere nabijgelegen parkeerautomaten waren. Dat eiser die niet heeft gevonden komt voor zijn risico. Dat hij bij de zoektocht geen gebruik kon maken van een mobiele telefoon maakt deze conclusie niet anders.
Conclusie
8. Gelet op wat hiervoor is overwogen dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Paridon, rechter, in aanwezigheid van
G.M. Kraus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).