ECLI:NL:RBDHA:2026:9674

ECLI:NL:RBDHA:2026:9674

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer NL26.19899
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Eerste beroep bewaring – machtiging tot binnentreden gewijzigd – onjuiste grondslag staandehouding – onttrekkingsrisico - beroep ongegrond – proceskostenveroordeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.19899

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar),

en

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft op 13 april 2026 de maatregel van bewaring opgeheven.

Eiser heeft zich akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Hij heeft op 14 april 2026 de gronden van beroep ingediend. Verweerder heeft hierop op 16 april 2026 een reactie ingediend. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 17 april 2026.

Overwegingen

Verzoek om stukken

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2000 en de Pakistaanse nationaliteit te hebben.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. De rechtbank stelt voorop dat eiser onvoldoende duidelijk heeft gemaakt welk belang hij heeft bij het toevoegen van de door hem verzochte stukken aan het digitale dossier. De rechtbank acht deze stukken ook niet nodig om een oordeel te kunnen geven over eisers verzoek om schadevergoeding. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om verweerder te verzoeken de door eiser genoemde documenten te overleggen. Het staat eiser vrij om deze stukken op te vragen bij verweerder.

Machtiging tot binnentreden

4. Eiser stelt dat de machtiging tot binnentreden onrechtmatig is gewijzigd. De machtiging was verleend voor kamernummer [nummer 1] , door een andere daartoe bevoegde ambtenaar. Het is niet duidelijk of deze ambtenaar heeft ingestemd met de wijziging van het kamernummer naar [nummer 2] . Deze enkele wijziging maakt niet tot de machtiging op ambtseed is opgemaakt en verleend door de Officier van Justitie. Daar komt bij dat kamernummer [nummer 1] ook niet is doorgehaald en de handtekening niet staat onder de zinsnede dat de machtiging wordt verleend tot binnentreden. Dit maakt dat er onrechtmatig is binnengetreden in kamernummer [nummer 2] .

5. Uit het dossier blijkt voldoende duidelijk dat de Hulpofficier van Justitie de machtiging tot binnentreden heeft gewijzigd door het kamernummer aan te passen. Een Hulpofficier van Justitie is bevoegd tot het verlenen van een dergelijke machtiging en daarmee ook tot de verrichte aanpassing. Uit het proces-verbaal bevindingen van 9 april 2026 blijkt dat contact is opgenomen met de Hulpofficier van dienst, zijnde mevrouw [persoon] . De oorspronkelijk afgegeven machtiging is per email naar haar verzonden. Deze machtiging heeft zij aangepast en voorzien van een handtekening. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er op rechtmatige wijze is binnengetreden.

Staandehouding

6. Eiser stelt dat hij op onjuiste grondslag staande is gehouden. Hij verbleef immers niet langer rechtmatig in Nederland nadat zijn asielaanvraag is afgewezen, waardoor hij niet op grond van artikel 50a van de Vw staande gehouden kon worden.

7. De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat de staandehouding heeft plaatsgevonden op onjuiste grondslag. Dit leidt tot een gebrek. Een dergelijk gebrek maakt de bewaring echter pas onrechtmatig als de daarmee gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. De te maken belangenafweging valt in dit geval in het voordeel van verweerder uit. Eiser heeft niet nader gemotiveerd of en op welke wijze hij door dit gebrek in zijn belangen is geschaad. Bovendien heeft eiser geen andere zwaarwegende belangen aan zijn zijde gesteld en heeft verweerder zich, zoals de rechtbank hierna zal overwegen, terecht op het standpunt gesteld dat in het geval van eiser sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. De rechtbank zal verweerder vanwege het geconstateerde gebrek wel veroordelen in de proceskosten.

Lichter middel

8. Eiser stelt dat, hoewel de zware en lichte gronden feitelijk juist zijn, geen sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Hij wil immers verblijven bij zijn zwangere vriendin.

9. De rechtbank stelt vast dat eiser de zware en lichte gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat de gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven.

10. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend is om het onttrekkingsrisico te ondervangen. De enkele stelling van eiser dat hij zich niet zal onttrekken aan het risico vanwege zijn zwangere vriendin is onvoldoende, gelet op het feit dat al langer een vertrekplicht rustte op eiser en hij hier geen gevolg aan heeft gegeven. Ook tijdens het vertrekgesprek op 23 februari 2026 heeft eiser bij herhaling verklaard niet te willen terugkeren naar Pakistan. Verder is niet gebleken dat eiser detentieongeschikt is of dat de maatregel voor eiser onevenredig bezwarend is. De rechtbank begrijpt dat de situatie voor eiser en zijn vriendin zeer vervelend is, maar volgt verweerder in zijn standpunt dat het voor hun rekening en risico komt dat zij de relatie zijn aangegaan gedurende onrechtmatig verblijf.

Artikel 3 en 8 van het EVRM

11. Eiser meent dat het handelen van verweerder in strijd is met zowel artikel 3, als artikel 8 van het EVRM. De menselijke maat is uit het oog verloren. Het is niet evenredig om eiser te scheiden van zijn hoogzwangere vriendin Monika om te worden uitgezet naar Pakistan. Hij wijst daarbij ook op het arrest Mayeka en Mitunga tegen België. Het feit dat eiser nu in bewaring is gesteld, maar zijn partner en ongeboren kind niet, leidt bij eiser en zijn partner tot zodanige spanning en onzekerheid dat de absolute grenzen van artikelen 3 en 8 van het EVRM worden overschreden. Gelet op het voorgaande meent eiser ook dat aan hem een hogere schadevergoeding dient te worden toegekend dan gebruikelijk.

12. Deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, heeft bij recente uitspraak van 4 februari 2026 geoordeeld dat verweerder eiser niet ten onrechte tegenwerpt dat hij oppervlakkig, wisselend en summier heeft verklaard over zijn relatie met Monika en het in stand houden daarvan. Daardoor worden de door eiser gestelde problemen vanwege de relatie met Monika niet aannemelijk geacht. Daaraan doet niet af dat verweerder aanneemt dat er na het vertrek van eiser uit Pakistan op enig moment een liefdesrelatie is ontstaan tussen eiser en Monika, maar de gestelde duurzame relatie tussen eiser en Monika is volgens verweerder ongeloofwaardig. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de latere liefdesrelatie niets veranderd aan de gestelde relatie en de daaruit voortvloeiende problemen in Pakistan. Daarom wordt geconcludeerd dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. Niet is gebleken van nieuwe feiten en omstandigheden sinds die uitspraak van 4 februari 2026. De rechtbank ziet daarom op dit punt geen aanleiding om anders te oordelen.

Ambtshalve toets

13. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

14. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

15. Omdat de rechtbank onder rechtsoverweging 7 een gebrek in het voortraject heeft geconstateerd, moet verweerder de proceskosten van eiser vergoeden. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934.

Deze uitspraak is gedaan op 22 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. J. de Winter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?