[naam eiser] ,
[geboortedatum eiser] ,
[V-nummer eiser]
van Nigeriaanse nationaliteit
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de minister van 11 augustus 2025.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Op 16 februari 2026 heeft de minister een brief gestuurd aan de rechtbank met daarin vermeld dat op 12 februari 2026 één van de gemachtigden, mr. J.W.F. Menick, schriftelijk op de hoogte is gesteld dat het terugkeerbesluit is opgeheven. De minister heeft een kopie van deze brief meegestuurd.
Op 23 februari 2026 zijn deze brieven naar het laatst bekende adres van eiser gestuurd. Deze brieven zijn op 12 maart 2026 retour gekomen. Op de retourenvelop is aangegeven dat eiser niet meer woonachtig is op dit adres.
Naar aanleiding van de brief van 12 februari 2026 heeft de griffier op 1 april 2026 geprobeerd telefonisch contact te krijgen met mr. Menick. De griffier heeft ingesproken en een bericht voor mr. Menick achtergelaten, met het verzoek om te worden teruggebeld.
Op 3 april 2026 heeft de griffier wederom met mr. Menick gebeld. De griffier kon dit keer geen telefonisch bericht achterlaten.
Beoordeling door de rechtbank
Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken en nu er geen adres bekend is, geldt de veronderstelling dat een vreemdeling niet langer een inhoudelijke beoordeling van het beroep verlangt. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat deze veronderstelling onjuist is en daarmee nog sprake is van procesbelang.
Gelet op het voorgaande is de rechter van oordeel dat er geen sprake is van procesbelang.
Conclusie en gevolgen
2. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
M.S.G. van der Werf, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.