Wijziging geslachtsnaam ex artikel 1:253t
Beschikking op het op 8 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam in Leiden,
en
[de stiefvader] ,
de stiefvader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de juridische vader] ,
de juridische vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres.
Procedure
Bij beschikking van 8 september 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – het gezag over de minderjarige [de minderjarige] gewijzigd, in die zin dat de moeder en de stiefvader zijn belast met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] . Iedere verdere beslissing ten aanzien van de geslachtsnaamwijziging is pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het F9-formulier van 24 september 2025, namens de moeder en de stiefvader.
De minderjarige [de minderjarige] heeft een gesprek gehad met de kinderrechter op 11 maart 2026.
Nu de juridische vader geen verweer heeft gevoerd, heeft er geen nadere mondelinge behandeling plaatsgevonden.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Geslachtsnaamwijziging
Bij voornoemde beschikking is overwogen dat in artikel 1:253t vijfde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) is vastgelegd dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige] wordt afgewezen, indien [de minderjarige] hiermee niet zou instemmen. Destijds was [de minderjarige] nog niet (juist) geïnformeerd over haar afkomst en de situatie rondom haar juridische vader, waardoor zij geen weloverwogen keuze kon maken over de wijziging van haar geslachtsnaam. Inmiddels is [de minderjarige] op de hoogte van haar afkomst, en dus (ook) van het feit dat de stiefvader niet haar biologische vader is. In het gesprek met de kinderrechter heeft zij expliciet aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de wijziging van haar geslachtsnaam in de naam “ [geslachtsnaam 1] ”.
[de minderjarige] kent de juridische vader niet, waardoor zij zich niet met hem of met diens geslachtsnaam identificeert. Daar staat tegenover dat zij al haar gehele leven in gezinsverband samenleeft met haar moeder, stiefvader en met haar halfbroertjes, die als geslachtsnaam “ [geslachtsnaam 1] ” hebben. Gelet hierop, en nu de juridische vader geen verweer heeft gevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het belang van [de minderjarige] zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot wijziging van haar geslachtsnaam van “ [geslachtsnaam 2] ” in “ [geslachtsnaam 1] ”.
Gezien de toewijzing van het gezamenlijk gezag, de instemming van [de minderjarige] met het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam alsmede dat de rechtbank niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich tegen toewijzing verzet, zal de rechtbank het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam toewijzen.
De rechtbank zal deze beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, om te voorkomen dat de ambtenaar van de burgerlijke stand een wijziging doorvoert voordat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
Beslissing
De rechtbank:
wijzigt de geslachtsnaam van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , per heden in “ [geslachtsnaam 1] ”.