Verklaring voor recht inzake echtscheiding
Beschikking op het op 18 oktober 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Demir te Breda.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de man] ,
(mogelijk nu genaamd: [naam 1] ),
de man,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
en
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
gewijzigd verzoek.
Op 21 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De man is, hoewel behoorlijk (onder de naam: [naam 1] ) opgeroepen, niet verschenen. Op de zitting is besproken dat de man nogmaals in de Staatscourant wordt opgeroepen, ditmaal onder de naam zoals opgenomen in de huwelijksakte, namelijk: [de man] , voor de zitting van 27 februari 2026, om 15.00 uur. Op die zitting is de man evenmin verschenen.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot een verklaring voor recht dat partijen naar Jemenitisch recht op 12 januari 2020 zijn gescheiden, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd.
De ambtenaar heeft ook geen verweer gevoerd tegen de verzochte verklaring voor recht.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de vrouw in Nederland woont is de Nederlandse rechter bevoegd om op het verzoek te beslissen. De vraag of de in Jemen uitgesproken echtscheiding in Nederland kan wordt erkend moet beantwoord worden aan de hand van het bepaalde in artikel 10:57 BW. Daaraan vooraf gaat de vraag of het in Jemen gesloten huwelijk erkend kan worden. Die vraag wordt beantwoord aan de hand van het bepaalde in artikel 10:31 BW.
Erkenning huwelijk
Op grond van artikel 10:31 BW wordt een in het buitenland gesloten huwelijk in beginsel in Nederland erkend, als dat huwelijk volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden. Het vierde lid van artikel 10:31 BW bevat een vermoeden van rechtsgeldigheid: een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn indien een verklaring hierover is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
Vooropgesteld wordt dat de man in de huwelijksakte en de echtscheidingsakte aangeduid is als [de man] . Onder die naam is het huwelijk ook in de basisregistratie personen (BRP) geregistreerd. De vrouw heeft toegelicht dat de naam van de man inmiddels gewijzigd is in [naam 1] . Zij heeft geen stukken kunnen overleggen, waaruit die naamswijziging is af te leiden. De rechtbank zal daarom in het hierna volgende uitgaan van de naam van de man, zoals die is vastgelegd in de huwelijks- en echtscheidingsakte.
De rechtbank stelt vast dat het huwelijk van partijen op [datum] 2018 te [plaats] , Jemen, rechtsgeldig tot stand is gekomen. In Jemen is de Wet op het Personeel Statuut van toepassing op Islamitische huwelijken. Een huwelijk wordt traditioneel voltrokken door een imam en komt tot stand door het ondertekenen van het huwelijkscontract door de aanstaande echtgenoot en de huwelijksvoogd van de vrouw (Wali) in het bijzijn van minstens twee getuigen. Uit het afschrift van de huwelijksakte maakt de rechtbank op dat aan voornoemde vereisten is voldaan. Uit de Jemenitische echtscheidingsbeslissing blijkt bovendien dat het huwelijk op 2 september 2018 bij de rechtbank in Aden is geregistreerd, waarmee ook aan de naar Jemenitisch recht geldende registratievoorschriften is voldaan.
De erkenning van het huwelijk is bovendien niet in strijd met de openbare orde zoals bedoeld in artikel 10:32 BW. Dat betekent het huwelijk tussen partijen in Nederland kan worden erkend.
Erkenning echtscheiding in Jemen
Op grond van artikel 10:57 lid 1 BW wordt een in het buitenland na een behoorlijke rechtspleging verkregen ontbinding van het huwelijk in Nederland erkend, indien zij tot stand is gekomen door de beslissing van een rechter of andere autoriteit en indien aan die rechter of andere autoriteit daartoe rechtsmacht toekwam.
Op grond van het tweede lid van bedoeld artikel wordt een in het buitenland verkregen ontbinding van het huwelijk die niet voldoet aan de in lid 1 gestelde voorwaarden in Nederland toch erkend, indien duidelijk blijkt dat de wederpartij hetzij tijdens de buitenlandse procedure uitdrukkelijk of stilzwijgend met die ontbinding of scheiding van tafel en bed heeft ingestemd, dan wel na afloop van de procedure in de uitspraak heeft berust.
De rechtbank stelt vast dat de echtscheiding in overeenstemming met het recht van Jemen heeft plaatsgevonden en in Jemen rechtsgevolg heeft. Hoewel de echtscheiding tot stand is gekomen door een eenzijdige verklaring van de man (een zogenaamde ‘talaq’), leidt de rechtbank uit de omstandigheid dat de vrouw verzoekt om erkenning van de echtscheiding af dat zij uitdrukkelijk instemt met de ontbinding van het huwelijk. Dat leidt ertoe dat de echtscheiding op grond van artikel 10:57 lid 2 BW in Nederland kan worden erkend. De rechtbank zal daarom de verzochte verklaring voor recht toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart voor recht dat het huwelijk tussen partijen, gesloten op [datum] 2018 te [plaats] , Jemen blijkens een echtscheidingsakte met serienummer 072742, echtscheidingsnummer 369 van de notarisregistratie bij de rechtbank van Bani Al-Harith te Jemen op 1 augustus 2021, op 12 januari 2020 door echtscheiding is ontbonden en dat deze echtscheiding voor erkenning vatbaar is.