ECLI:NL:RBDHA:2026:9719

ECLI:NL:RBDHA:2026:9719

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer NL25.10685
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Referente geëvacueerd uit Afghanistan – mvv-aanvraag eisers afgewezen – referente valt niet onder het jongvolwassenenbeleid – geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid – geen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.10685

[eiser 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1961, v-nummer: [V-nummer] , eiser 1,

[eiseres] , geboren op [geboortedatum 1] 1972, v-nummer: [V-nummer] , eiseres,

[eiser 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2003, v-nummer: [V-nummer] , eiser 2,

Hierna tezamen: eisers

(gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni),

en

(gemachtigde: D. de Laat).

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van hun aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister de aanvraag heeft mogen afwijzen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag van eisers heeft mogen afwijzen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Eisers en referente ( [referente] , geboren op [geboortedatum 3] 2000) hebben de Afghaanse nationaliteit. Referente is in april 2022 geëvacueerd naar Nederland en heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gekregen. Referente heeft op 4 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een mvv ten behoeve van eiser 1 (haar vader), eiseres (haar moeder) en eiser 2 (haar broer) met als verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij referente’.

De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 22 januari 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 februari 2025 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben daartegen beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eisers, R. Modi als tolk, en de gemachtigde van de minister.

Wat aan deze procedure voorafging

3. Met het primaire besluit heeft de minister de aanvraag om een mvv afgewezen, omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat er sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Mede vanwege de administratieve praktijk in Afghanistan krijgen eisers het voordeel van de twijfel dat sprake is van een familierechtelijke relatie met referente. Echter, het gezinsleven is volgens de minister niet aannemelijk gemaakt, omdat referente niet voldoet aan het jongvolwassenenbeleid en ook geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eisers en referente.

4. Met het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van eisers kennelijk ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. In bezwaar hebben eisers niet bestreden dat referente niet voldoet aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. Bij de integrale beoordeling van de bijkomende elementen van afhankelijkheid (samenwoning, de mate van financiële en materiële (praktische) afhankelijkheid, de gezondheid van referente en eisers en de banden met het land van herkomst) blijkt uit deze elementen apart, maar ook in samenhang beschouwd, niet dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid in de zin van artikel 8 van het EVRM tussen referente en eisers. Zij zijn namelijk sinds maart 2022 in staat om zonder elkaar te functioneren en zich staande te houden. Er is daarom geen sprake van familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM, aldus de minister. Gelet op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 maart 2024 hoeft er dan geen belangenafweging uitgevoerd te worden.

Beoordeling door de rechtbank

5. Eisers voeren aan dat wel sprake is van een familierechtelijke relatie tussen hen en referente en geven daarom aan bereid te zijn om mee te werken aan een DNA-onderzoek. De minister stelt zich op het standpunt dat eisers het voordeel van de twijfel krijgen dat sprake is van een familierechtelijke relatie met referente, maar dat een DNA-onderzoek niets toevoegt, omdat volgens de minister referente niet onder het jongvolwassenbeleid valt, er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen referente en eisers en er derhalve geen familie- of gezinsleven is in de zin van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank kan dit standpunt van de minister volgen. Dit zal de rechtbank hieronder bespreken.

Jongvolwassenenbeleid

Juridisch kader

6. De minister gebruikt het jongvolwassenenbeleid om vast te stellen of tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven bestaat als bedoeld in artikel 8 van het EVRM zonder dat daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn vereist. Het jongvolwassenenbeleid bevat vier cumulatieve vereisten: het meerderjarige kind moet jongvolwassen zijn, met diens ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in diens eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd. Dit staat in paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000.

Standpunt van eisers

Eisers voeren aan dat referente voldoet aan het jongvolwassenenbeleid. Referente was ten tijde van haar vertrek uit Afghanistan pas 21 jaar en zij heeft tijdens de asielprocedure uitdrukkelijk verklaard dat zij in Afghanistan in gezinsverband met haar vader, moeder en broertje woonde. Het asielrelaas van referente is geloofwaardig geacht en haar asielaanvraag is ingewilligd. Nu de minister referente het voordeel van de twijfel heeft gegeven gelet op de administratieve praktijk in Afghanistan, dient haar samenwoning met eisers eveneens aannemelijk te worden geacht. Daarbij komt dat referente heeft verklaard dat zij vrijgezel is en nooit eerder getrouwd is geweest en dat het in Afghanistan zeer ongewoon zou zijn als een ongehuwde vrouw alleen zou wonen zonder haar familie. Referente heeft dus ook geen zelfstandig gezin gevormd. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eisers aangegeven dat hij de beroepsgrond dat referente nooit een relatie heeft gehad niet handhaaft. Tussen partijen is niet in geschil dat referente geen zelfstandig gezin heeft gevormd.

Het standpunt van de minister dat referente in haar eigen levensonderhoud kan voorzien, kunnen eisers niet volgen. Het klopt dat referente in Afghanistan werkzaamheden heeft verricht voor een NGO, maar dit was maar twee dagen per maand op vrijwilligersbasis. Uiteindelijk kreeg zij omgerekend een vrijwilligersvergoeding van

€ 200,- voor achttien maanden vrijwilligerswerk. Er was dus geen sprake van een fulltime dienstverband met bijbehorende inkomsten die voldoende waren om zich zelfstandig te kunnen onderhouden. Uit paragraaf 3.4 van Werkinstructie (WI) 2020/16 kan worden afgeleid dat bij de beoordeling of een jongvolwassene in diens eigen levensonderhoud voorziet, rekening gehouden moet worden met de individuele omstandigheden van het geval. Daarbij komt een ander gewicht toe aan de omstandigheid dat de jongvolwassene bij diens ouders woont en een bijbaantje heeft, dan wanneer de jongvolwassene bij diens ouders woont, maar wel een fulltime baan heeft. Referente had echter geen fulltime baan en de inkomsten waren slechts ter aanvulling en ondersteuning van het gezin, waardoor er geen volledige zelfstandigheid uit kan worden afgeleid.

Oordeel van de rechtbank

Tussen partijen is niet in geschil dat referente meerderjarig, maar ook jongvolwassen is en dat zij geen zelfstandig gezin heeft gevormd. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de minister terecht heeft vastgesteld dat referente in haar eigen onderhoud heeft voorzien en of samenwoning in gezinsverband met eisers aannemelijk moet worden geacht.

De rechtbank overweegt als volgt. Referente is uit Afghanistan geëvacueerd omdat zij bij een NGO werkzaamheden heeft verricht op het gebied van vrouwenrechten. Volgens eisers was dit slechts een bijbaan tijdens haar studie en verdiende referente hiermee niet genoeg om zichzelf en/of haar familie te onderhouden. Eisers hebben in beroep een contract overgelegd waaruit blijkt dat referente € 200,- kreeg voor achttien maanden werk. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister aangegeven dat dit een lage vergoeding lijkt, maar dat zij het gemiddelde jaarinkomen in Afghanistan op Wikipedia had opgezocht en dat het in vergelijking daarmee een aanzienlijke vergoeding is. Dit is tegenstrijdig met de verklaring van referente dat zij de werkzaamheden bij de NGO slechts voor een vrijwilligersvergoeding heeft verricht. Daar komt nog bij dat referente tijdens de zitting heeft verklaard dat zij na de bedreigingen met haar familie naar [plaats] is verhuisd en daar zeven dagen per week op een school heeft gewerkt. Dit deed zij om haar familie te onderhouden, want haar vader en broer konden niet meer werken. Referente heeft aangegeven dat zij hier 7.000 Afghaanse afghani per maand voor kreeg en dat dit omgerekend € 60,- à € 70,- per maand is. Tijdens de zitting is aan partijen voorgehouden dat dit 2,5 keer het gemiddelde jaarinkomen in Afghanistan lijkt te zijn. Dit is niet betwist. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat referente in haar eigen onderhoud kon voorzien en dat reeds hierom het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de vraag of samenleving in gezinsverband tussen referente en eisers aannemelijk moet worden geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

Bijkomende elementen van afhankelijkheid

Juridisch kader

9. Als een meerderjarig kind geen geslaagd beroep kan doen op het jongvolwassenenbeleid, beoordeelt de minister of er tussen dat kind en diens ouder(s) sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden tussen ouder en een meerderjarig kind overstijgen, op basis waarvan zij familie- of gezinsleven hebben. Bij de beoordeling of sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie is een brede, feitelijke beoordeling vereist. Daarbij kunnen onder meer de (eerdere) samenwoning, de mate van financiële en praktische afhankelijkheid, de gezondheid van betrokkenen en de banden met het land van herkomst een rol spelen. Exclusieve afhankelijkheid van de zorg van het meerderjarige kind is geen vereiste, maar vormt wel een zwaarwegende factor in de beoordeling.

Standpunt van eisers

10. Eisers voeren aan dat sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen referente en eisers. In WI 2020/16 wordt als uitdrukkelijk voorbeeld van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie de relatie tussen een meerderjarige Afghaanse dochter en haar ouderlijke gezin genoemd. In het huidige asielbeleid is immers opgenomen dat meerderjarige Afghaanse dochters afhankelijk zijn van de bescherming door het ouderlijke gezin. Andere familieleden kunnen deze bescherming niet op zich nemen. Dit voorbeeld is direct toepasbaar op de situatie van referente in verhouding tot eisers. Referente kon haar werkzaamheden niet verrichten zonder haar familie, in casu nadrukkelijk haar broer die altijd met haar mee moest, omdat zij niet alleen kon reizen. Voorts is de veiligheidssituatie in het land van herkomst steeds nijpender. Ten tijde van het indienen van de beroepsgronden is eiser 1 herkend op zijn werk. Hierdoor moest hij vluchten en is hij sindsdien op een nieuwe locatie ondergedoken. Deze situatie leidt er ook toe dat referente onder grote psychische druk staat. Zij kan niet meer goed slapen. Zij heeft nachtmerries en piekert continu over de situatie van haar familie. Inmiddels is zij doorverwezen naar een psycholoog, omdat deze situatie haar ernstig beperkt in haar dagelijks functioneren. Voorts tracht referente eisers zo goed mogelijk financieel te ondersteunen met de beperkte middelen die zij heeft. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eisers verder nog aangevoerd dat in het verweerschrift is gesteld dat referente stappen naar zelfstandigheid heeft gezet, maar dat dat komt doordat de minister lange tijd heeft gewacht met het nemen van een beslissing.

Oordeel van de rechtbank

11. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat het enkele samenwonen van referente met eisers niet de gebruikelijke afhankelijkheid overstijgt. Het kan een indicatie zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid, maar dit is op zichzelf niet voldoende. Wat betreft het door eisers aangehaalde voorbeeld van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen een meerderjarige Afghaanse dochter en haar ouderlijk gezin, dat wordt genoemd in WI 2020/16, is de rechtbank met de minister van oordeel dat eisers niet hebben onderbouwd waarom dit in het specifieke geval van referente op haar van toepassing is. Daarnaast kan de rechtbank het standpunt van de minister volgen dat het feit dat referente eisers financieel ondersteunt (of ondersteund heeft) niet maakt dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid, omdat financiële steun ook vanuit Nederland gegeven kan worden. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken van medische omstandigheden die maken dat eisers en referente afhankelijk zijn van elkaar. De stelling dat eiseres artrose aan haar knie heeft, heeft de minister niet tot een andere conclusie hoeven brengen, omdat niet is gebleken dat deze medische klacht zodanig is dat zij hulpbehoevend is. Tijdens de zitting heeft referente aangegeven dat eiser 1 veel last heeft van zijn schouder en een aanval kreeg. Dit heeft zij echter niet (met objectieve stukken) onderbouwd. Ook voert referente aan dat zij veel angst en stress ervaart, omdat zij zich veel zorgen maakt om haar familie. Daarvoor gaat zij naar een psycholoog. De rechtbank overweegt dat het begrijpelijk is dat referente zich zorgen maakt en daardoor psychische klachten heeft, maar dat ook deze stelling niet is onderbouwd met stukken, bijvoorbeeld met een verklaring van haar psycholoog. Dat de situatie in Afghanistan moeilijk is als gevolg van de machtsovername door de Taliban en dat eiser 1 herkend zou zijn op zijn werk en moest onderduiken, ligt in de procedure niet voor. Dit zijn asielgerelateerde aspecten die aan bod kunnen komen in een asielprocedure. De stelling van eisers dat referente niet kan worden tegengeworpen dat zij stappen naar zelfstandigheid heeft gezet omdat de minister lange tijd heeft gewacht met het nemen van een beslissing, volgt de rechtbank niet. Hoewel feiten en omstandigheden die te maken hebben met de duur van de procedure maar in beperkte mate aan een vreemdeling mogen worden tegengeworpen, heeft de minister in dit geval niet ten onrechte overwogen dat referente ten tijde van de evacuatie bijna 22 jaar oud was en dat hoe ouder iemand is, hoe meer zelfstandigheid kan worden verwacht. Hoewel er blijkens de verklaringen van referente sprake was van een gedwongen scheiding, passen de stappen die referente in de afgelopen jaren heeft genomen volgens de rechtbank bij haar leeftijd en levensfase. De beroepsgrond slaagt niet.

Belangenafweging

12. Nu de minister heeft geoordeeld dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is en er ook geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn, is er geen sprake van gezins- of familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024 hoefde de minister daarom geen belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM te maken. De beroepsgrond die eisers daarover hebben aangevoerd slaagt dan ook niet.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen het griffierecht niet terug. Ook voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.C. Hummel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.E.M. van Abbe

Griffier

  • mr. A.C. Hummel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?