ECLI:NL:RBDHA:2026:9759

ECLI:NL:RBDHA:2026:9759

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer NL26.20227
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring, eerste beroep, verlengingsbesluit, geen rechtmatig verlengingsbesluit, eiser is niet op de hoogte gesteld van de voorgenomen verlenging, geen gelegenheid gehad zijn zienswijze naar voren te brengen, procedurele voorwaarden als in A5/6.8 van de Vw niet in acht genomen, beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.20227

(gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar),

en

(gemachtigde: mr. J.S.W. Boorsma).

Procesverloop

Bij besluit van 10 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Bij deze maatregel van bewaring heeft de minister de bewaring van eiser tevens met twaalf maanden verlengd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.Z. Sayin, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Feiten

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1999] .

2. Eiser is aanvankelijk op 5 september 2025 op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw in bewaring gesteld. Vervolgens heeft eiser op 26 februari 2026 een asielaanvraag ingediend en is zijn maatregel van bewaring op 27 februari 2026 omgezet naar een maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid aanhef en onder a, b en c, van de Vw. Op 3 maart 2026 heeft de minister een verzwaarde belangenafweging gemaakt, omdat eiser toen bijna zes maanden in bewaring zat. Op 1 april 2026 is een beslissing genomen op eisers asielaanvraag. Eiser is tegen deze beslissing niet in beroep gegaan. De minister heeft eiser daarom op 10 april 2026 wederom op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw in bewaring gesteld en de bewaring van eiser tevens met twaalf maanden verlengd.

Verlengingsbesluit

3. Eiser stelt, voor zover hier van belang, dat het door de minister genomen verlengingsbesluit in de maatregel van bewaring van 10 april 2026 niet voldoet aan de daaraan gestelde materiële en procedurele voorwaarden. De minister heeft weliswaar op 3 maart 2026 een verzwaarde belangenafweging gemaakt, maar dit is niet gelijk te stellen met een verlengingsbesluit. Verder moet bij een verlengingsbesluit sprake zijn van één van de genoemde criteria uit artikel 59, zesde lid, van de Vw, namelijk een niet meewerkende houding van eiser óf van documenten uit een derde land die op zich laten wachten. De minister heeft niet gemotiveerd dat van één van deze twee gronden sprake is.

4. De rechtbank overweegt het volgende. In artikel 59, vijfde lid, van de Vw is bepaald dat de bewaring (in beginsel) niet langer duurt dan zes maanden. In artikel 59, zesde lid, van de Vw is bepaald dat het mogelijk is de bewaring met ten hoogste twaalf maanden te verlengen als de uitzetting, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen, op grond dat de vreemdeling niet meewerkt aan zijn uitzetting of de daartoe benodigde documentatie uit een derde land nog ontbreekt.

5. Uit het beleid van de minister, zoals opgenomen in A5/6.8 van de Vreemdelingencirculaire 2000, volgt dat de vreemdeling vóór het verstrijken van de zes maanden moet worden geïnformeerd over de verlenging van de bewaring als er redenen zijn om de bewaring met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen. In een dergelijk geval wordt een verlengingsbesluit opgesteld dat wordt uitgereikt aan de vreemdeling. In dit verlengingsbesluit wordt dan nagegaan of er nog voldoende gronden zijn voor de inbewaringstelling, of de inbewaringstelling voor de vreemdeling onevenredig bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.

6. De rechtbank stelt vast dat eiser ten tijde van het opleggen van de maatregel van bewaring al meer dan zes maanden in bewaring verbleef. Uit de stukken blijkt dat de minister in het vertrekgesprek van 27 februari 2026 aan eiser heeft gemeld dat er op 3 maart 2026 een verzwaarde belangenafweging gemaakt zal worden en dat de maatregel van bewaring zal worden verlengd. Daaruit komt verder naar voren dat de minister op 3 maart 2026 deze verzwaarde belangenafweging heeft gemaakt en dat in het gehoor voor inbewaringstelling van 10 april 2026 de verbalisant heeft opgemerkt dat eiser al meer dan zes maanden in bewaring verblijft. Tot slot bevat de maatregel van bewaring onder het kopje “Verlengingsbesluit” enkele overwegingen waarin onder meer staat dat de zes maanden voor inbewaringstelling zijn verstreken.

7. De desbetreffende overwegingen luiden als volgt:

De cumulatieve bewaringsduur op grond van het thans geldige terugkeerbesluit maakt dat de duur van zes maanden op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef onder a Vw is verstreken. Daarom is op 03 maart 2026 reeds een verzwaarde belangenafweging gemaakt door de regievoerder en wordt deze maatregel eveneens aangemerkt als verlenging van de bewaring met ten hoogste twaalf maanden op grond van artikel 59, zesde lid, Vw, dan wel zoveel korter indien een deel van de verlengingstermijn inmiddels is verbruikt.

De bewaring van de vreemdeling en voortzetting van de bewaringsduur is noodzakelijk omdat de vreemdeling niet meewerkt aan zijn verwijdering. Zie ter onderbouwing daarvan de in deze maatregel opgenomen toelichting van het risico op onderduiken, het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de maatregel niet onevenredig bezwarend is.

8. De rechtbank is van oordeel dat hetgeen in deze overwegingen is opgenomen onvoldoende is om het hiermee beoogde verlengingsbesluit aan te merken als een rechtmatig verlengingsbesluit. Eiser is immers in het gehoor voor inbewaringstelling van 10 april 2026 niet op de hoogte gesteld van de voorgenomen verlenging met ten hoogste twaalf maanden. Hierdoor heeft eiser dus ook niet de gelegenheid gehad om zijn zienswijze op de voorgenomen verlenging kenbaar te maken. In dit gehoor voor inbewaringstelling is weliswaar tegen eiser gezegd dat hij meer dan zes maanden in bewaring verblijft, maar eiser is tijdens het gehoor niet voorgehouden dat het voornemen bestaat om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen. Dat eiser in het gehoor voor inbewaringstelling de mogelijkheid heeft gekregen om zijn zienswijze te geven op de op te leggen maatregel van bewaring maakt dit niet anders, nu niet is gebleken dat eiser specifiek is bevraagd over de voorgenomen verlenging. Nog daargelaten of de motivering van het verlengingsbesluit voldoet aan de materiële voorwaarden voor verlenging, als bedoeld in artikel 59, zesde lid, is de rechtbank van oordeel dat de daarvoor geldende procedurele voorwaarden, in afwijking van het eigen beleid van de minister, zoals opgenomen in A5/6.8 van de Vreemdelingencirculaire 2000, in elk geval niet in acht zijn genomen. De beroepsgrond slaagt. De maatregel van bewaring is dan ook vanaf het moment van opleggen daarvan onrechtmatig.

Overige beroepsgronden

9. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, behoeven de overige door eiser aangevoerde beroepsgronden geen bespreking meer. De rechtbank laat deze beroepsgronden om die reden onbesproken.

Conclusie

10. Zoals hiervoor is overwogen, is het beroep gegrond en is de maatregel van bewaring vanaf het moment van opleggen daarvan onrechtmatig. De maatregel van bewaring moet daarom worden opgeheven.

11. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van bewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 14 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel van 14 x € 120,- (verblijf detentiecentrum) = € 1.680,-.

12. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 23 april 2026;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.680,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.

Deze uitspraak zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl en is uitgesproken en bekendgemaakt op:

23 april 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D. Verduijn

Griffier

  • mr. E. Mulder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?