RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.5540
(gemachtigde: mr. I.M. Hidding),
en
(gemachtigde: mr. A. Bondarev).
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het niet eens met deze afwijzing. Hij heeft daartegen beroep ingesteld. Ook heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoeker heeft een opvolgende aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 31 januari 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 van de Vw gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, mevrouw Z. Uwase als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Bruins, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.I. Legendal-Moesker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.