ECLI:NL:RBDHA:2026:9815

ECLI:NL:RBDHA:2026:9815

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer NL25.26023
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Verblijf als familie- of gezinslid / Bij de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid heeft de minister onvoldoende alle individuele omstandigheden betrokken / gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.26023

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. J. Werner)

en

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit voor vernietiging in aanmerking komt. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 2] (referent). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 10 april 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 juni 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Ook referent was aanwezig. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. De minister heeft de aanvraag van eiseres in het primaire besluit afgewezen en deze afwijzing in bezwaar gehandhaafd. De minister heeft eiseres vrijgesteld van het mvv-vereiste vanwege haar gezondheidsproblemen zoals volgt uit het BMA-advies van 21 november 2023. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat tussen eiseres en referent geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid waardoor er geen sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Daarnaast heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiseres weliswaar privéleven in de zin van artikel 8 van het EVRM heeft, maar dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt waardoor uitzetting niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Verder heeft de minister overwogen dat eiseres niet ambtshalve voor verlening van een verblijfsvergunning of voor uitstel van vertrek wegens medische redenen op grond van artikel 64 van de Vw 2000 in aanmerking komt. Ook heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding bestaat om vanwege bijzondere omstandigheden af te wijken van zijn beleid en de aanvraag van eiseres alsnog in te willigen. Tot slot heeft de minister een inreisverbod voor twee jaar opgelegd, omdat de vertrektermijn van het eerder opgelegde terugkeerbesluit is verstreken en eiseres daar geen gevolg aan heeft gegeven.

De gronden

4. In de gronden stelt eiseres zich op het standpunt dat de minister in het bestreden besluit een aantal criteria uit de Werkinstructie over artikel 8 van het EVRM noemt maar niet consequent toepast. Zo wordt het samenwonen door de minister niet langer ontkend maar dit had in het primaire besluit al gemoeten. De financiële afhankelijkheid van eiseres zou niet aangetoond zijn maar, gezien de omstandigheden, is het nagenoeg vanzelfsprekend dat eiseres leeft van het inkomen van referent. De minister ontkent het belang van de mantelzorg voor eiseres niet, maar niet wordt onderkend dat het evident voor eiseres van grote betekenis is dat zij die van haar zoon krijgt met wie zij al zo lang samenwoont. Zeker nu zij, omdat zij al zo lang weg is uit Georgië, geen band meer heeft met haar land van herkomst. De minister blijft echter maar herhalen dat de zorg ook door een ander verleend kan worden welk argument hij mede onderbouwt door te wijzen op de andere in Nederland wonende familieleden die wel eens steun bieden. Volgens de jurisprudentie van het EHRM komt aan deze argumentatie slechts beperkte waarde toe. Gewezen wordt op het arrest van 10 december 2024, Martinez Alvarado tegen Nederland. Dat de zorg door professionals zou kunnen worden overgenomen in Georgië, hetgeen verre van aannemelijk is, weerlegt bovendien niet de gezinsband die door de actuele mantelzorg tussen eiseres en referent bestaat. Het EHRM is hier duidelijk over in haar arrest van 9 april 2019, I.M. tegen Zwitserland.

Verder heeft eiseres gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 20 juni 2025 waarin deze haar visie geeft op hetgeen door het EHRM in het arrest Martinez Alvarado tegen Nederland is geoordeeld en waarin is overwogen dat het EHRM in dat arrest voorbeelden heeft gegeven van arresten waarin het alleen al wegens een ziekte of handicap van een meerderjarige vreemdeling bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen de vreemdeling en een volwassen familielid heeft aangenomen indien de ziekte of handicap voldoende ernstig is en de vreemdeling constante zorg en ondersteuning van familieleden nodig heeft. Wijzend op het BMA-advies en de ernstige mate van afhankelijkheid die daarin wordt aangenomen tussen eiseres en haar zoon meent eiseres in deze categorie te vallen.

Mocht de rechtbank hier anders over oordelen meent eiseres dat haar ernstige medische situatie in samenhang bezien met andere feiten en omstandigheden aanleiding geeft om te concluderen dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Daarbij lijkt het EHRM in het arrest Martinez Alvarado groot gewicht toe te kennen aan de duur van de zorg door mantelverzorgende familieleden in combinatie met door medische redenen beperkte mogelijkheden om een breder sociaal leven te hebben. De minister miskent met het stellen dat de verzorging zomaar vervangen kan worden door professionele zorg, los van de financiële toegankelijkheid, deze bijzondere vorm van afhankelijkheid en lijkt de vraag naar bijzondere elementen van afhankelijkheid gelijk te stellen met de vraag of uitzetting in strijd komt met artikel 3 van het EVRM wat een wezenlijk andere rechtsvraag is met een aanzienlijk hogere drempel. Ook bestrijdt eiseres dat zij sterke banden heeft met het land van herkomst. De minister verwijst in dit verband alleen naar banden die eiseres ooit heeft gehad maar waar nu geen sprake meer van is. Het EHRM blijkt in het arrest Martinez Alvarado geen waarde te hechten aan dergelijke banden. Tot slot is eiseres van mening dat zij in haar land van herkomst geen feitelijke toegang zal hebben tot de voor haar noodzakelijke zorg. Daartoe is in de aanvraagfase informatie overgelegd waaruit blijkt dat eiseres de kosten van de zorg niet zal kunnen betalen. In beroep wordt gereageerd op het standpunt van de minister dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij in Georgië geen recht op pensioen zal hebben. De minister heeft onvoldoende gereageerd op hetgeen eiseres heeft aangevoerd. Daar komt bij dat uit de overgelegde informatie blijkt dat de wachttijd voor een plek in verzorgingshuis Taoba kan oplopen tot een paar jaar. Tijd die eiseres niet heeft als zij in Georgië aankomt. Pogingen om nog recentere informatie van Taoba te verkrijgen hebben geen succes gehad.

Het juridisch kader

5. Volgens het EHRM bestaat er familieleven in de zin van artikel 8, eerste lid, van het EVRM tussen meerderjarigen buiten het kerngezin, als er tussen hen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. Het gaat er vooral om of er sprake is van een op basis van objectieve of objectiveerbare feiten en omstandigheden vast te stellen afhankelijkheid tussen de betrokken volwassen familieleden, die uitstijgt boven het gebruikelijke.

6. De minister moet een brede beoordeling maken van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, waarin hij alle individuele omstandigheden van het geval betrekt. Hij mag in die beoordeling niet slechts betrekken of een vreemdeling vanwege diens medische toestand afhankelijk is van een referent, maar hij moet een op het specifieke geval toegespitste beoordeling maken van alle door een vreemdeling aangedragen feiten en omstandigheden die kunnen maken dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Elementen zoals financiële en materiële afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst moeten, voor zover zij zijn aangevoerd, in die beoordeling een rol spelen. Verder kan bijvoorbeeld de mate van emotionele afhankelijkheid en de vraag of betrokkenen eerder hebben samengewoond van belang zijn.

7. De beoordeling of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid is van feitelijke aard. De bestuursrechter moet het onderzoek van de minister naar de relevante feiten en omstandigheden en de door de minister gegeven motivering voor het antwoord op de vraag of er familieleven bestaat in de zin van artikel 8, eerste lid, van het EVRM, als dit wordt betwist, volledig toetsen, zodat effectieve rechtsbescherming is verzekerd. Bij de weging van de elementen heeft de minister, volgens de Afdeling, beoordelingsruimte. De uitkomst van de beoordeling of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan toetst de bestuursrechter daarom enigszins terughoudend.

Overwegingen

8. Zoals de jurisprudentie voorschrijft dient te minister bij de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid een brede beoordeling te maken waarbij alle individuele omstandigheden worden betrokken. De rechtbank vindt dat in dit geval onvoldoende is gedaan. Voor de rechtbank is namelijk niet inzichtelijk welke waarde de minister aan elk element heeft gehecht om vervolgens tot de weging te komen dat de lat van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie niet wordt gehaald. De verklaring van de gemachtigde van de minister op zitting dat de rechtbank ervan uit mag gaan dat alle elementen in onderlinge samenhang zijn beoordeeld, acht de rechtbank onvoldoende. Dit volgt namelijk niet uit de besluitvorming. De rechtbank zal dat hierna verder uitleggen.Samenwoning

Op de zitting heeft de minister het standpunt in het bestreden besluit, dat niet aannemelijk is dat eiseres en referent dertien jaar samenwonen, laten vallen. De rechtbank begrijpt dat de minister zich op het standpunt stelt dat de samenwoning van dertien jaar in Nederland wordt aangenomen, maar niet leidt tot bijkomende elementen van afhankelijkheid. Volgens de minister is deze samenwoning namelijk ontstaan zonder dat eiseres over een geldige verblijfsvergunning beschikte en dat dit daarom voor rekening en risico van eiseres komt. De rechtbank stelt voorop dat samenwoning op zichzelf niet hoeft te betekenen dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Maar de rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende kenbaar heeft gemotiveerd hoe de samenwoning van referent en eiseres met een duur van dertien jaar is meegewogen in de bredere beoordeling of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Het standpunt dat de samenwoning voor rekening en risico van eiseres komt is, nog los van de vraag of dit niet thuishoort in de belangenafweging die volgt nadat beschermingswaardig gezinsleven is vastgesteld, daarvoor onvoldoende.

Medische situatie en financiële afhankelijkheid/steun

9. De rechtbank stelt voorop dat voor zover eiseres stelt dat sprake is van dementie, in het BMA-advies wordt uitgegaan van beginnende geheugenproblemen. De rechtbank zal dit dan ook als uitgangspunt nemen. Daarentegen volgt ook uit het BMA-advies dat eiseres mantelzorg nodig heeft omdat er anders een medische noodsituatie zal optreden en de mate waarin zij afhankelijk is van mantelzorg alleen maar zal toenemen. De rechtbank stelt vast dat deze mantelzorg op dit moment wordt verzorgd door referent met wie zij samenwoont. Referent krijgt daarbij hulp van familieleden.

De rechtbank overweegt dat de minister het ontbreken van een exclusieve afhankelijkheid in haar beoordeling mag betrekken, maar alleen als daaraan geen doorslaggevend gewicht wordt toegekend. De minister heeft dit in de besluitvorming niet onderkent en in de besluitvorming ook geen weging van de verschillende elementen, waaronder de medische situatie van eiseres, gemaakt. Daar komt bij dat voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid niet is vereist, zoals de minister stelt, dat de vreemdeling volledig en exclusief van zorg afhankelijk is van één referent.

De minister mag betrekken of in het land van herkomst van eiseres familieleden wonen die zorg kunnen bieden of dat realistische zorgalternatieven bestaan. De rechtbank begrijpt het standpunt van de minister op de zitting zo dat eiseres primair in Georgië in een zorginstelling verzorgt kan worden. Subsidiair zou de mantelzorg door haar netwerk in Georgië verzorgd kunnen worden.

De rechtbank vindt dit standpunt onvoldoende gemotiveerd. Eiseres heeft weliswaar tot haar zestigste in Georgië gewoond, maar heeft zelf verklaard dat zij vanwege haar leeftijd van zesenzeventig geen familie of vrienden meer heeft in Georgië. Daar komt bij dat zij sinds 2009 in Nederland is. De minister heeft dit niet kenbaar in de besluitvorming betrokken. Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd dat een zorginstelling een realistisch zorgalternatief is. In het BMA-advies is benoemd dat eiseres verzorgd kan worden in het verpleeghuis Taoba. Referent heeft contact opgenomen met deze instelling. Uit die verkregen informatie volgt dat er in totaal zeventien bedden zijn in het verpleeghuis, die meestal volledig bezet zijn. Een bed is niet altijd gelijk beschikbaar en plaatsing kan variëren van een aantal weken tot een paar jaar. Deze informatie heeft de minister niet kenbaar betrokken in de besluitvorming. Het op de zitting ingenomen standpunt dat eiseres niet eerder wordt overgedragen dan dat er plek is, is daarvoor onvoldoende. De rechtbank wijst er daarbij op dat de vaststelling van het bestaan van familieleven niet dezelfde toets is als de toets of eiseres in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw.

Daarnaast heeft de minister de financiële afhankelijkheid tussen referent en eiseres onvoldoende kenbaar betrokken in de besluitvorming. Referent heeft gegevens overgelegd van het verpleeghuis Taoba. De kosten daarvoor bedragen ongeveer € 777,- tot € 1.068,48. Daarin zijn de kosten van medische zorg, waaronder medicijnen, niet meegenomen. De minister heeft deze informatie onvoldoende kenbaar betrokken in de besluitvorming. In beroep heeft de minister deze bedragen niet betwist. De rechtbank gaat dan ook uit van deze bedragen.

Voor zover de minister zich op het standpunt stelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij geen enkele inkomsten heeft of kan verwerven in Georgië om de zorg in Georgië te kunnen betalen, overweegt de rechtbank dat daarmee niet kenbaar is betrokken dat eiseres stelt dat zij alleen mogelijk recht heeft op een pensioen van € 157,- per maand. Dat dit, zoals de minister op de zitting stelt, niet nader is onderbouwd volgt de rechtbank niet. In het beroepschrift is door eiseres namelijk verwezen naar een artikel waaruit volgt dat de uitkering voor een pensioen in 2026 voor personen boven de zeventig jaar 495 GEL (omgerekend ongeveer € 157,-) per maand is. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat eiseres inmiddels zesenzeventig jaar oud is en kampt met geheugenproblemen, waardoor mantelzorg noodzakelijk is. Deze omstandigheden heeft de minister niet in onderlinge samenhang betrokken.

De minister stelt zich verder op het standpunt dat referent eiseres financieel op afstand kan steunen. De rechtbank stelt voorop dat de minister in de beoordeling of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid mag betrekken of referent aan eiseres financiële steun op afstand kan verlenen. Maar de rechtbank is van oordeel dat de minister daarbij onvoldoende kenbaar heeft betrokken dat eiser betoogt dat dit voor hem niet mogelijk is. Daarbij betrekt de rechtbank dat referent een overzicht heeft gegeven van zijn vaste lasten in Nederland en dit heeft afgezet tegen de kosten van het verpleeghuis in Taoba. Referent komt op een bedrag van € 1.578,- aan eigen vaste lasten en een bedrag van ongeveer € 1.050,- (zonder de kosten voor medische zorg) voor het verpleeghuis in Taoba. De rechtbank merkt op dat uit het dossier volgt dat referent netto per maand (exclusief vakantiegeld) € 2.527,- verdient. De enkele stelling van de minister op zitting dat de vaste lasten van referent onvoldoende zijn onderbouwd, vindt de rechtbank in het licht van de overgelegde informatie onvoldoende. De rechtbank benadrukt hierbij ook dat zelfs al zou referent eiseres op afstand in meer of mindere mate financieel kunnen ondersteunen dit niet automatisch betekent dat tussen eiseres en referent geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Het is aan de minister om alle relevante feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang te wegen. Dit is in de besluitvorming onvoldoende kenbaar gedaan.

De minister heeft verder betrokken dat eiseres niet nader heeft onderbouwd dat zij in Nederland financieel afhankelijk is van referent. Eiseres heeft erop gewezen dat zij een zesenzeventigjarige vrouw is, met geheugenproblemen, die ondersteund wordt met mantelzorg omdat zonder deze mantelzorg binnen afzienbare termijn een medische noodsituatie ontstaat en inmiddels dertien jaar samenwoont met referent. Daar waar eiseres geen baan heeft in Nederland, heeft referent die wel. In het licht van deze omstandigheden vindt de rechtbank het standpunt van de minister, dat niet wordt aangenomen dat sprake is van enige financiële afhankelijkheid omdat dit niet is onderbouwd, onvoldoende.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheidsvereiste van artikel 3:2 van de Awb en het motiveringsvereiste van artikel 7:12 van de Awb. De rechtbank komt daarom niet meer toe aan de beoordeling van de overige gronden van beroep. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. De kosten stelt de rechtbank vast op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van een beroepsschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,00 bij een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?